THE KING'S SINGERS OVER a capella

The King's Singers: 2/3 Elisabeth Zaal, Antwerpen; 3/3 Stadsschouwburg Heerlen, 5/3 Muziekcentrum Eindhoven, 6/3 Philipszaal Den Haag, 7/3 Schouwburg Lochem.

“Negentig procent van wat we zingen is a capella, we doen maar zelden iets met orkest. Ons repertoire omvat ongeveer alle perioden van de muziekgeschiedenis, van componisten uit de renaissance als Lassus en Byrd via Schubert en Brahms tot de Beatles en Jacques Brel. Er zijn ook moderne componisten die speciaal voor ons hebben geschreven. Zo hebben we nu een stuk van James Wood op het programma staan dat is gebaseerd op De Vogels van Aristophanes en dat we in het oud-Grieks zingen”.

Bariton Bruce Russell is een van de leden van The King's Singers, de beroemde Engelse vocale groep die op dit moment op tournee is door Nederland en Belgie. De groep telt twee countertenoren, een tenor, twee baritons en een bas - zes innemende, beschaafde heren, de meesten oud-studenten van King's College in Cambridge, met subliem op elkaar afgestemde, haarzuivere stemmen.

Bruce Russell: “Voor onze manier van zingen is het heel belangrijk dat de stemmen perfect bij elkaar kleuren. Ik heb ruim vijf jaar geleden auditie gedaan en dan zing je eerst een half uur met de andere vijf samen om te kijken of jouw stem bij die van de anderen past. Belangrijk is bijvoorbeeld dat de stem niet teveel vibrato heeft. Je moet vooral ook geen ambitie hebben om je als solist te profileren, maar je eigen geluid ondergeschikt kunnen maken aan dat van de groep.

“Of we wel eens zakken? Nou, dat doen we regelmatig, hoor. En dan moet je maar hopen dat je allemaal tegelijk gaat, dan valt het niet zo op. Als er iets mis gaat, gaan we met de muziek in de hand na waar het probleem zit, meestal zit de moeilijkheid in een of twee maten. Daar repeteren we dan extra op, maar vaak leidt dat weer tot overcompensatie, zodat we de volgende keer op datzelfde punt stijgen. Het zijn vaak de eenvoudigste liedjes waarbij het het moeilijkst is om de juiste balans te vinden. Bij ingewikkelder composities kun je je makkelijker achter de noten verschuilen. Voor we een lied inzetten krijgen we de begintoon aangegeven. Dat doet onze tenor Bob Chilcott met een kleine mondharmonica, heel zachtjes. Het publiek merkt het vaak niet eens. We hebben geen dirigent, maar het is niet zo moeilijk om gelijk in te zetten als men wel denkt. Je ziet de anderen inademen en dan voel je aan wanneer je moet beginnen.

“We hebben een lange ervaring met a capella, we zijn allemaal ooit koorknaap geweest. Dat betekende zes keer per week zingen, veel renaissance-repertoire, dat vaak a capella is. Zo hebben we ook heel goed en snel noten leren lezen, want er werd iedere dag wat anders gedaan. En het was traditie dat op vrijdag in de kerkdiensten a capella werd gezongen, want dan hadden de organisten een vrije dag. Ieder van ons heeft een professionele zangopleiding achter de rug, maar we hebben al jaren geen les meer gehad. Het is moeilijk voor ons om zangleraren te vinden. Die houden niet zo van wat wij doen. Ze leiden liever operazangers op.”