Svetlanovs Mahler maakt indruk, al is nog meer mogelijk

Concert: Jard van Nes (mezzosopraan) en David Selig (piano). Programma: G. Mahler: Vijf liederen uit Des Knaben Wunderhorn. Residentie Orkest o.l.v Jevgeni Svetlanov. Programma: G. Mahler: Zesde symfonie. Gehoord: 27/2 Dr. Anton Philipszaal Den Haag. Radio-uitz.: 4/3 20.00 uur Avro Radio 4.

Het gala-concert dat het Residentie Orkest zaterdag gaf als officiële verwelkoming van de nieuwe chef-dirigent Jevgeni Svetlanov was voor het Haagse publiek meteen een afscheid: na zijn drie eerste Haagse optredens komt Svetlanov pas in het nieuwe seizoen terug. Een snel geproduceerde cd-opname van het fraaie eerste Haagse concert van Svetlanov, precies een week eerder, werd door bestuursvoorzitter Hofman overhandigd aan vice-premier Wim Kok. Ook het gala-publiek kreeg deze dubbel-cd, die tevens in de winkel verkrijgbaar zal zijn. Het dringende beroep dat Hofman deed op de overheden om de subsidiëring van het orkest op peil te houden, de salarissen van de musici te verbeteren en te voorkomen dat de kaartjes duurder worden, werd door Kok lachend samengevat als een pleidooi voor "hogere lonen, lagere prijzen' - een klassieke eis van communisten.

Om het gala-programma, dat aanvankelijk slechts Mahlers Zesde symfonie vermeldde meer lengte en gewicht te geven was er in een laat stadium nog een mini-Mahlerrecital als opmaat aan toegevoegd: vijf liederen uit Des Knaben Wunderhorn, gezongen door Jard van Nes en begeleid door pianist David Selig. Net als op de recente Wunderhorn-cd die zij opnam met Het Gelders Orkest was de interpretatie en uitvoering van Van Nes hoogstpersoonlijk en - ook in de visuele presentatie - vaak bijzonder treffend. Het als eerste gezongen wanhopige Nicht wiedersehen! liep al vooruit op Mahlers "Tragische' symfonie.

Svetlanov dirigeerde Mahlers Zesde symfonie - anders dan aanvankelijk aangekondigd - in de versie waarbij het Scherzo als tweede deel wordt gespeeld en het Andante moderato als derde deel. Aanvankelijk had Mahler die volgorde ook zo bedoeld, maar bij de première in 1906 draaide hij die middendelen om en vermeldde ook de nieuwe volgorde op een inlegvel in de partituur, die nog naar de oorspronkelijke indeling was gedrukt.

Net als de meeste andere dirigenten houdt Svetlanov zich dus niet aan Mahlers eigen voorkeur, maar van groot belang lijkt dat toch niet omdat voor beide opvattingen veel is te zeggen. Het Scherzo als tweede deel biedt aanvankelijk nog meer van hetzelfde als het meestal forse en ruige eerste deel en is daarmee representatief voor het compromisloze karakter van deze onthutsende symfonie met de mokerslagen als doodklappen. De muziek werd - net als de Kindertotenlieder - gecomponeerd in een tijd van persoonlijk geluk maar verwees voor de luisteraars - achteraf gezien - naar de tragische gebeurtenissen van 1907: de dood van Mahlers dochtertje, zijn hartkwaal, het ontslag als chef-dirigent van de Weense Opera - destijds de belangrijkste muzikale functie ter wereld.

Het onthechte Andante als tweede deel schept met het voorafgaande een groot en dramatisch contrast. Maar doet dat het Andante ook als derde deel, zeker in relatie tot het heftige slotdeel, een half uur durende hallucinatie van een totale catastrofe, een chaotisch beeld van een desolaat geruïneerde kaalgeslagen wereld, zoals die ook in wat meer gesublimeerde vorm voorkomt in de Negende en de Tiende symfonie.

Svetlanovs tegelijkertijd extraverte en diepgravende lezing van deze Zesde maakte indruk, zij het dat dirigent en Residentie Orkest nog niet tot het alleruiterste gingen. Pure esthetisering werd terecht nergens gehoord, ook niet in de wat wuftere strijkerspassages. Maar al was deze eerste vertolking er nog niet een van maximaal expressionisme, het Andante klonk met een schrijnende ondertoon en elders overheersten veelal de rauwe, directe klanken waarbij vooral de celli opvielen. De verwoestende mokerslagen met de reusachtige houten hamer hadden nòg doffer en verpletterender mogen klinken.