Steunaanvragen van schrijvers te koop op beurs

AMSTERDAM, 1 MAART. Antiquariaat De Slegte biedt op de antiquarenbeurs aanstaande donderdag in de RAI in Amsterdam achthonderd subsidieaanvragen van Nederlandse schrijvers te koop aan. Ze bevatten de werkplannen van honderden bekende schrijvers zoals Harry Mulisch, Gerrit Komrij, Jeroen Brouwers en Renate Rubinstein. Eric J. Schneyderberg van De Slegte spreekt van een "pak van Sjaalman'. Veel aanvragen gaan vergezeld van uitvoerige toelichtingen en zijn alleen al daardoor van grote literair-historische betekenis. Zo blijkt Harry Mulisch in de jaren zeventig aan een boek over de Eerste Wereldoorlog te hebben gewerkt. De schrijfster F. Harmsen van Beek blijkt al twintig jaar geleden al aan haar memoires te zijn begonnen.

De aanvragen die worden aangeboden dateren uit de periode 1973-1975. Het zijn voor het grootste deel met de hand geschreven afschriften van aanvragen die zijn ingediend bij het Fonds voor de Letteren. De collectie moet afkomstig zijn uit het archief van het Amsterdams Fonds voor de Kunst. Dezelfde formulieren heeft de neerlandicus Peter Vleesch Dubois in 1981 gebruikt bij het schrijven van zijn veel besproken doctoraalscriptie over het Nederlands subsidiesysteem. In deze scriptie, geschreven onder verantwoordelijkheid van prof. Gerrit Borgers, werd geconcludeerd dat er bij het verlenen van subsidies vaak zeer onzorgvuldig te werk wordt gegaan.

Het Fonds voor de Letteren reageert verontwaardigd op de voorgenomen verkoop van vertrouwelijke informatie. Directeur Sylvia Dornseiffer spreekt van een "kwalijke zaak'. Antiquaar Schneyderberg ontkent echter onzorgvuldig te hebben gehandeld. De naam van de man die de stukken heeft aangeboden houdt hij geheim, maar hij weet wie het is, en hij heeft niet de indruk dat er regels zijn overtreden. Het Amsterdams Fonds voor de Kunst weet volgens hem al meer dan tien jaar waar de stukken zich bevinden, en in al die jaren hebben ze geen enkele poging ondernomen ze terug te vragen. “Het interesseert ze kennelijk niet.” Er is volgens hem ook steeds ontkend dat er materiaal uit een van de Fondsen zou ontbreken. “Ze willen kennelijk de man die voor het uit handen geven verantwoordelijk is, de hand boven het hoofd houden.”

De Slegte is niet onder de indruk van het vertrouwelijke karakter van de nu opgedoken stukken. Veel informatie uit de aanvragen was volgens het antiquariaat al te vinden in de (in 1982 door C.J. Aarts gepubliceerde) scriptie van Vleesch Dubois, evenals de bedragen die indertijd aan de aanvragers zijn toegekend. Sommige aanvragen, zoals die van Renate Rubinstein voor het schrijven van haar bestseller Niets te verliezen en toch bang, waren zelfs al in facsimile in de Aarts-uitgave afgedrukt. “Ik ben heel open over wat ik aanbied,” zegt Schneyderberg. “Als ik de collectie had opgesplitst en onder de toonbank had verkocht, had ik er veel meer voor kunnen krijgen.” Hij heeft zelf een stuk of vijftien aanvragen van onbekende schrijvers verwijderd die, volgens hem, "te schrijnend' zijn. De prijs die hij voor de brieven vraagt wil hij niet noemen.

Secretaris Ruth Jansen van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst kan niet achterhalen of de nu opgedoken stukken uit haar archief afkomstig zijn. “Mijn archief gaat naar de stadhuisgewelven, waar alles na tien jaar wordt vernietigd.” Van de vernietiging wordt volgens haar geen protocol bijgehouden. Zij werkt pas sinds 1984 bij het Fonds, maar ook haar voorganger J. Vermaak is er van overtuigd dat er nooit iets uit handen is gegeven.