Sanering na Bijlmerramp begroot op 5,4 miljoen

AMSTERDAM, 1 MAART. De sanering van het gebied rond de door de vliegramp getroffen flats Groeneveen en Kruitberg in de Amsterdamse Bijlmermeer zal in elk geval 5,4 miljoen gulden gaan kosten.

Dit staat in een notitie van het stadsdeel Zuidoost, waarin een inventarisatie omtrent de schade is vervat. Volgens de opsteller van de notitie, het hoofd van de sector stadsdeelwerken, is de bodem op de plek van de inslag van het vliegtuig “zeer sterk verontreinigd”, onder meer door vervuild bluswater en kerosine. Dit is gebleken uit bodemmonsters die direct na de ramp zijn genomen.

Over bodemonderzoek in een wijder gebied is nog overleg gaande met de milieudienst. Als blijkt dat het grondwater is verontreinigd, moet rekening worden gehouden met zeer hoge herstelkosten, aldus de notitie. Er zou dan 90.000 kubieke meter vervuilde grond moeten worden vervangen door schoon zand. Een en ander zou 25 miljoen gulden kosten.

De inventarisatie gaat uit van drie cirkels rond de rampflats: een binnen-, een midden- en een buitenring. De schade aan het maaiveld in de binnenring (circa 28.000 vierkante meter) is "gigantisch', zo meldt de notitie, mede ten gevolge van de sloopwerkzaamheden na de ramp. Volledig herstel van de binnenring zal 3 miljoen kosten.

Het grootste gedeelte van de middenring (circa 57.000 vierkante meter) is door brandweer, politie en ambulances dusdanig stukgereden dat nagenoeg volledig herstel nodig lijkt, ten bedrage van 2 miljoen gulden. De buitenring (circa 90.000 vierkante meter) heeft veel te verduren gehad van het belangstellende publiek, autoverkeer op het maaiveld en opslag van materialen. Herstelkosten: 400.000 gulden.

In verband met de nog voortdurende werkzaamheden in het rampgebied zal met het herstel van de midden- en binnenring voorlopig geen aanvang gemaakt kunnen worden. Alleen het herstel van de buitenring zal spoedig op gang komen. De notitie waarschuwt dat uitstel hiervan zal leiden tot “een verdere verslechtering van de situatie en daarmee een verhoging van de uiteindelijke herstelkosten”.