Rechter: Surinaamse militairen hebben recht op aanvulling wedde

DEN HAAG, 1 MRT. Twee Surinaamse militairen zijn vandaag door de Haagse rechtbank in het gelijk gesteld bij hun eis om hervatting van suppletie op hun soldij. De militairen kregen die suppletie sinds 1975 toen zij overgingen naar de Surinaamse krijgsmacht. De toelage werd gestopt na de decembermoorden in 1982. Het ministerie van defensie moet de twee nu elk 200.000 gulden wedde betalen. Het ministerie van defensie beraadt zich nog op de vraag of het in beroep moet gaan.

Volgens de advocaat de militairen, mr. R.H. van den Heuvel zouden nog achttien andere militairen die hij als cliënt heeft van het vonnis kunnen profiteren. Van den Heuvel weet nog niet of de militairen tot hun pensionering aanspraak zullen kunnen maken op de aanvullende loonmaatregel of tot een nog nader te bepalen moment. Wel zeker is volgens hem dat de rechter met deze uitspraak "het buitenlands beleid heeft teruggefloten'.

De Nederlandse loonsuppleties dateren van de Surinaamse onafhankelijkheid in 1975. De loonaanvullingen moesten het voor Nederlandse militairen van Surinaamse afkomst aantrekkelijk maken over de stappen naar het Nationale Leger van Suriname. Een groep van bijna honderd militairen profiteerde van deze aanvulling op de wedde. Twee jaar na de onafhankelijkheid van Suriname, in 1977, werd de regeling in een Koninklijk Besluit geformaliseerd. De decembermoorden in 1982 en de machtsovername door legerleider Bouterse waren voor de Nederlandse regering echter reden om de betalingen op te schorten, zonder de militairen hiervan in kennis te stellen. Van den Heuvel spreekt van "een eenzijdig verbreken van een individuele afspraak met de militairen'.

De advokaat van het ministerie van defensie, mevrouw mr. A.C. Braams meent echter dat de militairen hadden kunnen voorzien dat de suppletie zou worden stopgezet na de decembermoorden. “Nederland kon geen inkomen verstrekken aan militairen uit een leger dat zich schuldig had gemaakt aan de executie van vijftien onschuldige burgers”.

Vanaf het moment dat Nederland de suppletie beëindigde heeft de Surinaamse legerleiding op eigen kosten de loonsaanvulling voortgezet om onrust onder de militairen te voorkomen. De suppletie werd vanaf toen in Surinaamse guldens betaald en is door de hoge inflatie inmiddels gedaald tot vijf procent van de officiële Nederlandse suppletie van tweeduizend gulden. Bovendien bepaalde de legertop dat de suppletie geen gift meer was, maar een voorschot dat de militairen terug moesten betalen zodra ze uit het leger vertrokken. Door deze regeling is het voor militairen bijna onmogelijk uit dienst te treden omdat ze dan een hoge schuld hebben bij de legertop. “Sommige van ons hebben hun huis daarvoor moeten verkopen”, aldus een van de militairen.

Pas in 1987 werd met een tweede Koninklijk Besluit de suppletie officieel stopgezet. Weer werden de militairen hier niet persoonlijk van in kennis gesteld. Dit was voor Van den Heuvel reden om uitbetaling te eisen van de suppletie in ieder geval tot op de dag van vandaag. “De militairen kwamen pas achter de stopzetting toen ze mij inschakelden in 1989.” Tegelijk met de officiële stopzetting van de suppletie in 1987 besloot Nederland dat actief dienende militairen die uit het leger stapten, wel weer een uitkering zouden krijgen.

Niet alle militairen maakten hiervan gebruik omdat ze óf niet op de hoogte waren van de regeling óf dat de regeling door de legerleiding niet goed werd toegepast, zegt Van den Heuvel.