Opheffen adviesraden is een slecht idee

Ternauwernood is bestuurlijk Nederland bekomen van de schrik over de door het parlement bepleite, doch door de regering terecht verworpen idee tot opheffing van de provincies, of er dient zich al een nieuw parlementair opheffingsplan aan. Ditmaal gaat het over alle wettelijke adviesraden die het veld zouden moeten ruimen voor één sectorale adviesraad per departement en één intersectorale ressorterend onder het ministerie van algemene zaken. Het rapport met de titel Raad op Maat, wekt de indruk dat de geachte afgevaardigden totaal niet meer weten, waar het bij de vaste colleges van advies in zaken van wetgeving en bestuur van het rijk in de zin van artikel 79 Grondwet om gaat.

Voortdurend wordt in het rapport de indruk gewekt dat bij de bestaande adviesraden de functies van advies aan en overleg met de regering door elkaar zouden lopen. Men leidt dit af uit het feit dat naast onafhankelijke deskundigen uit de wetenschappelijke of bestuurlijke sfeer ook vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties van deze raden deel plegen uit te maken. Hierdoor zou het parlement wegens voortijdig met de regering gesloten compromissen voor voldongen feiten komen te staan en het primaat van de politiek geweld worden aangedaan. Voorgesteld wordt daarom advies en overleg strikt te scheiden. De adviesorganen zouden voortaan alleen uit deskundigen moeten bestaan, terwijl daarnaast per departement een aparte overlegstructuur met het maatschappelijk veld zou moeten worden geschapen op een door de minister te bepalen wijze.

Jarenlange ervaring in de Raad van Advies voor de Ruimtelijke Ordening en ook in andere adviescolleges brengt ons tot de stelling dat hier niet alleen sprake is van een ernstig misverstand, maar dat ook het primaat van de politiek ten onrechte in het geding wordt gebracht. Bovendien gaat dit gepaard met een onderschatting van de betekenis van maatschappelijke organisaties. Voor zover ministeriële vertegenwoordigers bij de raden ooit geneigd waren compromissen te sluiten met belangengroeperingen in die raden is daaraan, mede door de reorganisatie van de adviesstructuur, sinds lang een einde gekomen. Evenmin maken Kamerleden nog in betekenende mate deel uit van de raden. In feite wordt er van departementswege alleen maar informatie verschaft.

Niet bekend

Aan de andere kant getuigt het van een onterecht beroep op het primaat van de Haagse politiek, wanneer de commissie denkt dat zij de georganiseerde samenleving het grondwettelijk recht van advisering over zaken van wetgeving en bestuur van het Rijk kan ontzeggen. Met voorbijgaan van recente wetenschappelijke literatuur doet men alsof er naast deskundigenraden voor technische aangelegenheden geen participatieraden voor advisering over maatschappelijke problemen nodig zijn. Alsof de maatschappelijke verzorgingstaken alleen sociale grondrechten tegenover de overheid zouden weerspiegelen en geen eigen verantwoordelijkheden van maatschappelijke organisaties.

Daartegenover een aparte overlegstructuur met die organisaties in het leven te willen roepen en dan nog wel per departement, afhankelijk van het goed vinden van de betrokken minister, is niet alleen ondoelmatig, omdat er nog een nieuwe besluitvormingsstructuur aan het Haagse circuit zou worden toegevoegd. Het is bovendien ondemocratisch, omdat dit nu juist corporatisme in de hand werkt. In de RARO zijn vanouds vele belangenorganisaties vertegenwoordigd zonder dat ooit één het overwicht heeft gekregen. Veel juister is het voorstel van de commissie de adviesraden ook rechtstreeks aan het parlement te laten adviseren.