Living Colour Living Colour: Stain, Epic ...

Living Colour Living Colour: Stain, Epic 472856-2) JAN VOLLAARD

Peggy Lee Peggy Lee: Moments like this (Chesky JD 84). Distributie: Virgin

Gruberova Verdi: La Traviata (Teldec 9031-76348-2) Mozart: La Finta Giardiniera (Teldec 9031-72309-2)

Ethel Waters Ethel Waters 1929-1939, Timeless CBC 1-007

Living Colour

Het debuutalbum Vivid van Living Colour veroorzaakte vijf jaar terug een stortvloed aan navolgers. "Crossover' werd het magische woord voor de vele rockgroepen die een brug probeerden te slaan tussen "zwarte' funk en "blanke' hardrock. Living Colour bleef de concurrentie voor met het kaleidoscopische Time's Up en juist nu die bezielende wirwar van stijlen werd verheven tot nieuwe standaard in de rock & roll, trekt het Newyorkse kwartet de zaak strak met het tamelijk eenduidige heavy metalgeluid van het derde album Stain.

Hoewel nieuwe bassist Doug Wimbish door zijn staat van dienst bij Grandmaster Flash en Tackhead geldt als een funkmuzikant bij uitstek, zijn de soulinvloeden onder zijn invloed naar de achtergrond verdwenen. Zijn hoekige spel heeft gitarist Vernon Reid verleid tot een bijna mathemathische aanpak van zijn spijkerharde gitaarriffs. Tempowisselingen worden met meetkundige precisie uitgevoerd en titels als Go Away en Mind Your Own Business kenschetsen de grimmige sfeer die hier wordt opgeroepen. Het refrein van "Postman" lijkt afgeleid van een oude bluessong ("Nobody knows the trouble I've seen'), vervat in drukke en bijtende heavy metal.

Alleen de atmosferische ballade Nothingness en de geluidscollages WTFF en Wall lijken af van het rigide metalstramien, dat beslist geen licht verteerbare gebruiksmuziek oplevert. Die indruk wordt nog eens verterkt door een livereprise van de eerdere hit Love Rears Its Ugly Head aan het eind van de cd, een geïnspireerde soulsong die vergeleken bij het voorafgaande opeens klinkt als een luchtig niemendalletje.

Living Colour: Stain, Epic 472856-2) JAN VOLLAARD

Peggy Lee

"Don't look back' zingt Peggy Lee op Moments like This. Ze klinkt als een meisje van 70, dat vastbesloten lijkt jong te blijven. 'We can begin again, for then was then and now is now' luidt de hoopgevende boodschap. In enkele stukken op deze cd levert dit zonnige uitgangspunt nogal treurige resultaten op. In 'Mañana' bijvoorbeeld, dat onvermijdelijk haar hitversie van 1948 in de herinnering roept. Hier zingt geen opgewekte oudere dame maar een krakende diva met een slok teveel op. Waarom producer David Chesky haar deze vrolijkheid niet ontraden heeft is een raadsel, want overigens is het een redelijk album met mooie uitschieters. Aandoenlijk is Remind me, meeslepend de ingehouden passie van You're my Thrill, twee langzame stukken die door pianist Mike Renzi spaarzaam maar effectief worden begeleid. Mooie treurigheid is ook te horen in 'Don't ever leave me', dat soms aan de nadagen van Billie Holiday doet denken. Heel fraai van arrangement is het licht sentimentele Amazing van het duo Stern/Gimball met Gary Niewood op fluit en Ray Berliner op akoestische gitaar. Als het waar is dat langzame stukken het moeilijkst zijn, dan heeft Peggy Lee, geboren Norma Dolores Egstrom, op haar 72ste een prestatie van belang geleverd.

Peggy Lee: Moments like this (Chesky JD 84). Distributie: Virgin

FRANS VAN LEEUWEN

Gruberova

Weinig zangers bewegen zich net zo gemakkelijk in het repertoire van Mozart als in dat van Verdi - zeker waar het een volwassen Verdi (La Traviata) en een prille Mozart (La Finta Giardiniera) betreft. Voor de klankrijke, sierlijke en uiterst soepele stem van de Slowaakse sopraan Edita Gruberova blijkt dat echter geen probleem. De dramatische partij van Verdi's Violetta (met een schitterend, raadselachtig E strano! en een bijna tot een zucht teruggebrachte Se una pudica vergine) klinkt bij haar even vanzelfsprekend als het frisse geluid van Mozarts sluwe gräfin Violante, alias het nukkige tuinhulpje Sandrina.

In La Traviata heeft Gruberova de Amerikaanse tenor Neil Shicoff (Alfredo) en de Italiaanse bariton Giorgio Zancanaro (Germont) als betrouwbare tegenspelers. De jonge Milanese dirigent Carlo Rizzi, die in 1989 bij De Nederlandse Opera Don Pasquale dirigeerde, maakt met het London Symphony Orchestra een wat al te gretige, maar over het algemeen wel heel Italiaanse indruk, Hij houdt van grote gebaren en heeft een voorkeur voor een briljant, kleurrijk gebruik van het orkest.

In La Finta Giardiniera blijkt Gruberova zich moeiteloos aan de felle, ongepolijste Mozart-klank van dirigent Nikolaus Harnoncourt en zijn Concentus Musicus Wien te kunnen aanpassen. Harnoncourt weet Mozarts nog niet in alle opzichten geslaagde opera (de karakters missen diepgang en ontwikkeling, waardoor de dialogen wat vlak zijn) vorm te geven als een serieus en volwassen werk. Charlotte Margiono bewijst in de rol van Arminda opnieuw haar kwaliteit als Mozart-zangeres.

Verdi: La Traviata (Teldec 9031-76348-2) Mozart: La Finta Giardiniera (Teldec 9031-72309-2)

PAUL LUTTIKHUIS

Ethel Waters

Op de cd met historische opnamen van Ethel Waters staan, als lokkertje, nog twee andere namen vermeld: Benny Goodman en Duke Ellington. Daar hadden ook die van Jack Teagarden, Joe Venuti, Gene Krupa en de gebroeders Dorsey aan kunnen worden toegevoegd, want allemaal zijn ze ergens te horen. Maar veel meer dan een enkel chorus op klarinet of een paar piano-akkoorden heeft deze collectie in jazz-opzicht niet te bieden: voorop staat Ethel Waters - en hoewel zij haar hand niet omdraaide voor een uitgesproken jazzy vertolking van I can't give you anything but love, was zij in de allereerste plaats een Broadway-zangeres. In de liedjes die ze zong, moest een verhaaltje worden verteld en haar theater-effecten waren zo uitgekiend dat ze ook het schellinkje zouden bereiken.

Ethel Waters (1896-1977) was de ster van het variété, de revue, de musical en de muziekfilm. Ze blonk uit in het acterende zingen en ging in ieder nummer recht op haar doel af: met een glasheldere dictie, aanstekelijke flair, effectieve trillertjes, een wulps rollende r en een krolse growl waar dat bij de woorden paste. De 22 nummers die hier door samensteller Chris Ellis zijn verzameld en van veel informatieve details werden voorzien, dateren van 1929 tot 1939. Er zit een bijtend Black and blue bij (onsentimenteel en up tempo), een uitdagend zingzeggende Please don't talk about me when I'm gone en een wiegend geneuried I just couldn't take it baby, maar ook typische theaternummers, zoals Birmingham Bertha, True Blue Lou en de hilarische Mae West-parodie Come up and see me some time.

Voor de begeleiders blijft bij zoveel expressie weinig over; alleen het laatste nummer bevat een instrumental break. Maar zoals Ethel Waters zingt - met een formidabele timing en een voordracht die elke tekst de bijpassende lading geeft - zo wordt er nu niet meer gezongen.

Ethel Waters 1929-1939, Timeless CBC 1-007

HENK VAN GELDER