Lijnvrees

“Een ogenblikje graag”, zegt de telefoniste op een toon, die veel routine verraadt. En voor de zoveelste keer die week hang ik ten minste vijf minuten voor joker aan de lijn. Mijn gedachten zijn al naar de andere kant van de wereld afgedwaald, als de vrouwenstem vraagt: “Op wie wacht u?”

Ik schrik, verman me, en verzucht: “Dat heb ik u net verteld, ik ben op zoek naar de heer X.”

“Een ogenblikje graag”, zegt ze wederom op een toon die geen enkele menselijkheid uitstraalt.

Weer verstrijken de nodige minuten. Als ik ten einde raad heb besloten op te geven, krijg ik ineens antwoord.

“De heer X is afwezig. Kan ik een boodschap voor hem aannemen?”

Ze klinkt nog even triomfantelijk.

“Kunt u vragen of hij mij terugbelt?”

“Waar kan ik zeggen dat het over gaat?”

Nog voordat ik antwoord, zegt ze: “Mijnheer X zal dat graag willen weten...”

Ik besluit aan haar verzoek te voldoen en leg het uit.

Een week later ben ik nog niet teruggebeld en probeer het tegen beter weten in nog een keer. Het ritueel begint weer van voren af aan.

“Een ogenblikje graag.” Wachten. Na haar derde "ogenblikje graag' zegt ze: “Ja, spreekt u maar.”

“Ik wil de heer X graag spreken.”

“Ik verbind u door”, zegt ze even monter als de eerste keer.

Minutenlang hoor ik niets, totdat ze blijmoedig terugkomt met de mededeling: “Mijnheer X is in vergadering.”

“Kan ik...”, probeert ze.

“Een boodschap voor u aannemen”, vul ik aan. En voeg er aan toe, dat dat volgens mij geen zin heeft.

“Wanneer is hij wel bereikbaar”, vraag ik inmiddels behoorlijk geïrriteerd.

“Dat weet ik niet. Ik ga niet over zijn agenda. Maar zijn secretaresse is overmorgen aanwezig. Misschien dat u...”

Ik geloof er niet meer in. Mijn vertrouwen is zodanig geschonden dat ik maar zeg dat ik X niet meer nodig heb en dat zij niets voor me kan doen.

Hoeveel tijd heb ik al niet verspeeld met dergelijke telefoontjes? Universiteiten, gemeentelijke diensten en andere grote instellingen bel ik zo min mogelijk.

“Lijnvrees”, noem ik het zelf. Het ontbreekt er nog maar aan dat er een voorlichter of een ombudsman wordt aangesteld waar "lijnvrezers' kunnen uithuilen.