Jarryd zegevierende anarchist in Rotterdam

ROTTERDAM, 1 MAART. De ingehuurde azen lieten het afweten. Maar een veteraan die mee mocht doen als dank voor bewezen diensten, redde het toernooi met een indrukwekkende zegereeks. De 31-jarige Anders Jarryd, op John McEnroe na de beste dubbelspeler van de wereld, won gisteren in Ahoy' in Rotterdam de twintigste versie van het ABN Amro-tennistoernooi. Hij versloeg de 27-jarige Tsjech Karel Novacek in twee sets met 6-3 en 7-5. Een half uur na die partij stond hij al weer op het centrecourt om met zijn landgenoot Henrik Holm het dubbelspel te winnen van de combinatie Adams-Olhovski.

Boris Becker was ziek, Ivan Lendl geblesseerd, Goran Ivanisevic nog niet volledig hersteld en Richard Krajicek speelde voor eigen publiek te verkrampt. Met het verdwijnen van de wereldtoppers uit het speelschema brak de anarchie los in Rotterdam. Een speler uit het kwalificatietoernooi, de Italiaan Diego Nargiso, drong door tot de halve finale. Een typische gravelspeler als Novacek haalde de eindstrijd. De nummer 156 van de wereldranglijst kreeg van toernooidirecteur Wim Buitendijk een "wildcard' voor het hoofdtoernooi en won. Hij schakelde persoonlijk vier van de acht geplaatste spelers uit: de Zuidafrikaan Wayne Ferreira, de Kroaat Goran Ivanisevic, de Rus Alexander Volkov en Novacek. Zijn vijfde slachtoffer was Paul Haarhuis.

Jarryd misstaat niet in het lijstje winnaars met onder anderen Borg, Connors, Edberg en Becker. Hij werd in 1980 prof, tegelijk met zijn inmiddels gestopte leeftijdsgenoten Mats Wilander en Joakim Nyström. In de grand-slamtoernooien kwam hij nooit verder dan een halve finale op Wimbledon. Daar leek hij in 1985 voordat de regen losbrak te winnen van Becker, maar werd hij na een gedwongen pauze alsnog verslagen. In januari van dit jaar zette Jarryd voor het eerst sinds lange tijd weer een aansprekende prestatie neer in het enkelspel door in de eerste ronde van de Open Australische kampioenschappen in vijf sets Becker uit te schakelen.

Hij stond en staat als enkelspelspeler in de schaduw van Wilander en Edberg en won tot gisteren slechts zeven toernooien, het laatste in Wenen in 1990, het op één na laatste toernooi in 1986 in Dallas. Maar Jarryd verkeerde in 1984 en 1985 in de top tien, stond meer dan twee jaar bovenaan de lijst van dubbelspelers en won in 1991 met de Australiër John Fitzgerald als partner drie van de vier grand slams in het dubbelspel. Hij verdiende dan ook aan prijzengeld ruim vier miljoen dollar, een bedrag waarmee hij op de elfde plaats staat op de lijst grootverdieners in het tennis.

In de finale ontregelde Jarryd gisteren de machtige forehand en de fysieke kracht van de geblokte Novacek met slim en gevarieerd spel. De Zweed nam veel risico, ging veelvuldig naar het net en kon vertrouwen op zijn ijzersterke vollies. Net als Agassi (1.80 meter) en Connors (1.78 meter) beschikt Jarryd (1.80 meter) bovendien over een dodelijke return. Die drie spelers slagen er telkens weer in de betrekkelijkheid aan te tonen van de "verwoestende' service. Ivanisevic op vrijdagavond en Novacek gistermiddag gaven na hun partij tegen Jarryd toe er alles aan gedaan te hebben om hun opslag af te wisselen. Diep en ondiep, backhand, forehand en "bodyserve', hard en zacht. Niets hielp, hun servicegame stond vrijwel voortdurend onder druk.

De return van Jarryd is aggressief. Met zijn dubbelhandige backhand zoekt hij de lijn, zoekt hij naar een directe winner. Op de tweede service van zijn opponent eindigt het dribbelpasje dat aan de return voorafgaat minimaal een meter, soms twee meter binnen de baseline. Met een reflex pikt hij de bal van het tapijt. Simpel, snel en vol risico. Novacek had in de eerste vier partijen in 33 service-games 22 aces geslagen en had zijn tegenstanders slechts tweemaal een doorbraak toegestaan. Tegen Jarryd sloeg hij in zijn eerste acht servicegames slechts één ace. Pas in zijn voorlaatste servicegame van de wedstrijd (bij een 5-4 voorsprong voor Jarryd in de tweede set) sloeg hij er plotseling drie in één game. Jarryd won 48 procent van zijn "return points', tegen 35 procent voor Novacek.

Jarryd had in de laatste zes maanden van 1992 maar twee van zijn elf enkelspel-partijen gewonnen, in Melbourne moest hij na zijn winst op Becker opgeven met een blessure, in Dubai en Stuttgart verloor hij de eerste ronde. In Rotterdam won hij vijfmaal op rij. Hoe is het mogelijk? De vriendelijke en bescheiden winnaar trok zelfs na een eenvoudige vraag diepe rimpels van verbazing in zijn voorhoofd. “Ik speelde erg goed”, zei hij na de wedstrijd. Hij moest gisteren wel winnen, zo luidde zijn verklaring, omdat het al zijn derde finale in Rotterdam was. In 1986 was zijn trainingsmaatje Nyström te sterk, drie jaar later de Zwitser Jakob Hlasek. “Ik moest bewijzen hier te kunnen winnen. Dit toernooi doet me dan ook meer goed dan mijn zege op Boris Becker in Melbourne. Dat was één partij, hier heb ik een serie gewonnen. Daar heb je meer aan voor je zelfvertrouwen. Ik weet nu dat ik de topspelers nog steeds kan verslaan. Daarom wil ik behalve de dubbel ook het enkelspel blijven spelen.” Met zijn toernooizege verdiende Jarryd 82.000 dollar. Hij krijgt bovendien 280 punten voor de wereldranglijst, een aantal dat hem volgende week weer een plaats bij de top honderd garandeert. Feesten is er evenwel niet bij. Morgen wacht de eerste ronde in Kopenhagen. “Het volgende toernooi is altijd moeilijk als je de week daarvoor de finale hebt gespeeld.” Richard Krajicek kan er over meepraten.