Enscenering van regisseur Karst Woudstra onverhoeds ritmisch; Een zorgeloze Midzomernachtsdroom

Voorstelling: Midzomernachtsdroom van W. Shakespeare door Noord Nederlands Toneel. Regie: Karst Woudstra. Vertaling: Gerrit Komrij. Decor: Peter de Kimpe. Spel: Christo van Klaveren, Huib Rooymans, Camilla Siegertsz, Fred Vaassen, Peter Smits. Gezien: 27/2, Koninklijke Schouwburg, Den Haag. Nog te zien: t/m 29/4, overal in het land.

Het heeft er alle schijn van dat regisseur Karst Woudstra toe was aan een intermezzo. Na zijn ensceneringen van min of meer zwaarmoedige stukken, van Lars Norén, Grillparzer en niet in de laatste plaats van hemzelf (Total loss) verkoos hij voor het Noord Nederlands Toneel Shakespeares Midzomernachtsdroom te regisseren. Welke symbolische betekenissen dit gelegenheidsstuk ook mag hebben, voor een regisseur die relatieproblemen en existentieel lijden tot de constante in zijn werk heeft gemaakt, heeft het de kracht van de adempauze. Woudstra maakt een uitstapje: alle misverstand en venijn en de falende communicatie tussen mensen hebben in Midzomersnachtsdroom de zachtheid van het sprookje. De barre werkelijkheid is ver weg.

Het lijkt een opluchting voor Woudstra, hij onderstreept het luchtige en het artificiële althans op bijna gretige wijze. Het decor van Peter de Kimpe is nadrukkelijk van bordkarton, ouderwetse coulissedoeken geven zicht op een kinderlijke weergave van een betoverende sterrenacht. In mijn herinnering heeft de sikkelvormige maan zelfs een neus, maar dat kan inbeelding zijn. De elfen zijn door Rien Bekkers in gifgroene bodystockings gestoken, onflatteus maar ook buitenaards, rechtstreeks afkomstig uit een science fiction-stripboek. En het spel heeft een hoog poppenkastgehalte, erg gekunsteld, heel schools, zeer onnatuurlijk. Men verheft zonder gêne stemmen en armen, en zelden valt een nog zo toneelmatige uitwisseling van kussen te aanschouwen als die tussen Theseus en Hippolyta.

Of het een keuze is of onvermogen, het begin van de voorstelling maakt een ronduit amateuristische indruk. Vreemd genoeg wordt dat mankement gaandeweg de kracht van Woudstra's enscenering. Zijn enscenering heeft een onverhoeds ritme: na verloop van tijd blijken de acteurs ineens bedreven komedie te kunnen spelen, ineens is er wel degelijk hilariteit, ineens raakt de toeschouwer geboeid. En even plotseling beseft hij dat die dynamiek goed past bij het sprookje en bij het toneelstuk in het toneelstuk dat Midzomernachtsdroom is.

Daarom telt de voorstelling hoogtepunten, zoals de Grote Verwarring-scène tussen Lysander en Demetrius, Helena en Hermia. Vooral Camilla Siegertsz, die Hermia speelt, stuitert daarbij uit pure woede en wanhoop als een bal over het toneel. Even aanstekelijk zijn de afsluitende toneelstuk-scènes van de werklieden, waarin geschmier en het grote gebaar de toon bepalen. Daarin speelt ook een hondje een rolletje, een allerschattigst beestje dat je zo mee naar huis zou willen nemen. Dit Fikkie belichaamt uiteindelijk de sfeer van Woudstra's enscenering: lief en een beetje ondeugend, vertederend, speels, zorgeloos.