Eindhovense wijk Tuindorp wachtte met ingehouden adem op de postbode

EINDHOVEN, 1 MAART. Uitgerekend vandaag is de postbode laat. Zaterdagochtend om tien uur opent Gijs Alewijns (41) de deur van zijn woning in de Eindhovense wijk Tuindorp. Niets. Om half elf verschijnt de postbode aan de rand van de wijk. Hij bezorgt vandaag niet alleen de gewone zaterdagpost. In zijn tas zit een aantal brieven met een belangijke mededeling van vrachtwagenfabrikant DAF aan zijn medewerkers.

Eén brief is voor alle 5.700 DAF-werknemers gelijk. Daarin staat dat ze ontslagen zijn. De Nederlandse vrachtwagenfabrikant is immers bijna failliet. Slechts 2.700 personeelsleden krijgen een tweede brief. Zij kunnen aanstaande maandag aan de slag bij het nieuwe DAF. Voor de overige 3.000 medewerkers zit er niets anders op dan zich te melden bij het arbeidsbureau.

Om vijf voor elf parkeert de postbode zijn fiets aan de overkant van de Sint Bernilphuslaan. Juist op een dag als vandaag begint de postbode bij de even nummers. Alewijns en zijn vrouw en twee kinderen wonen op nummer 1, het hoekhuis. De postbode pakt een stapel enveloppen en loopt een tuin in.

Alewijns' baan bij DAF heeft al eerder op het spel gestaan. In 1978, toen de oliecrisis DAF ertoe dwong een grootscheepse reorganisatie door te voeren. Alewijns: “Alles telde mee; de kwaliteit van je werk, of je getrouwd was, of je kinderen had en hoeveel dienstjaren je had opgebouwd. Daarvoor kreeg je punten.” Alewijns - getrouwd, geen kinderen en vijf jaar bij het concern - had elf punten nodig om te blijven. Hij kreeg er tien. Maar nadat de chef voor hem op de bres sprong, mocht Alewijns blijven. Wel werd hij overgeplaatst van de afdeling experimenten naar ontwikkeling. “De eerste maanden ergerde ik me daar kapot. Bij de afdeling experimenten kreeg ik 's ochtends een stuk ijzer en aan het eind van de dag had ik er iets van gemaakt. Bij ontwikkeling zat ik achter een stapel papier en aan het eind van de dag was die nog even hoog.”

De postbode steekt over naar de oneven nummers van de Sint Bernilphuslaan. Hij heeft nog twaalf brievenbussen te gaan voordat hij het hoekhuis bereikt. Alewijns heeft de afgelopen nacht nauwelijks geslapen. “We hebben zitten kaarten”, zegt zijn vrouw. Alewijns is moe. Dat is niet alleen aan een nacht gemiste slaap te wijten. Als lid van de centrale ondernemingsraad was hij de afgelopen weken van 's ochtends acht tot 's avonds twaalf uur bij "d'n DAF' te vinden. Hij liep voorop in de demonstratie naar het stadhuis, organiseerde mede de actie "Honderd piek voor een fabriek' en vergaderde.

Een hoofdschuldige voor het debâcle is volgens hem niet aan te wijzen. President-directeur Baan, de banken, de centrale ondernemingsraad dragen allemaal schuld. “DAF zette een ontwikkelingsprogramma ter waarde van 600 miljoen gulden op. Het bedrijf draaide toen al verlies. Dan weet iedereen diep in zijn hart dat het niet goed kan gaan.”

Afgelopen woensdag had Alewijns even tijd om op het werk zijn persoonlijke spullen in een doos te doen. “Een foto van mijn vrouw en kinderen, een stempel met mijn handtekening en een stapel oude DAF-bodes. De houten blokjes die ik voor onder mijn bureau had gezaagd, heb ik laten liggen. Daar heb ik thuis toch niks aan.” Daarna liep hij door de showroom van DAF. Hij streelde de cabine van een rode DAF 95 alsof het een mooie vrouw was, gaf de banden een liefkozend tikje met de hak. Thuis heeft hij een verzameling schaalmodellen van de verschillende types staan. Zijn tien-jarig zoontje heeft nooit met deze miniatuur-wagens mogen spelen. “Die zijn van zijn vader”, zei Alewijns trots.

De brief van DAF is nog maar enkele tientallen stoeptegels ver. Als Alewijns ontslagen wordt, heeft hij recht op twee jaar WW-uitkering. In die tijd zal hij zich moeten omscholen. Vanaf 1978 is Alewijns modificatie-bestuurder, specifiek werk waarmee je alleen bij de enige twee vrachtwagenfabrikanten in Nederland (DAF en Scania) terecht kan. “Ik heb het kunstje goed geleerd, maar niemand heeft het kunstje verder nodig.”

Bij ontslag zou hij het liefst “iets in de reclame doen”. Als dat niet lukt, wil Alewijns metselaar of stukadoor worden. “Dat werk heb ik er vijftien jaar lang in de avonduren bij gedaan.” Hij strijkt over zijn gesoigneerde snor en trekt zijn das recht. “Maar het belangrijkste is dat mijn kinderen kunnen studeren.”

Om vijf over elf verschijnt de postbode. De brief valt op de deurmat. Alewijns krijgt nauwelijks de tijd om de inhoud tot zich door te laten dringen. Het is alsof de buurt met ingehouden adem op dit moment heeft zitten wachten. Buurvrouwen brengen bloemen, gepensioneerde collega's steken schuchter hun hoofd om de deur. De telefoon rinkelt onophoudelijk. Alewijns glimlacht. Hij mag blijven.