Duitse president noemt Bubis als mogelijke opvolger

BONN, 1 MAART. De Duitse bondspresident, Richard von Weiszäcker (72, CDU) zou zich als opvolger “vanzelfsprekend” ook de voorzitter van de centrale raad der joden in Duitsland, Ignaz Bubis (66, FDP) kunnen voorstellen. Weizsäcker, die in mei volgend jaar - na tien jaar - als president aftreedt, heeft dit desgevraagd gezegd in het blad Bild am Sonntag. Bubis had eerder op zulke suggesties, uit de CDU, al afwijzend gereageerd. Namelijk onder meer omdat, zoals hij onlangs zei in Israel, “Duitsland nog niet rijp is voor een joodse president”.

De Duitse president wordt door het parlement voor vijf jaar gekozen en kan één keer voor nog eens vijf jaar worden herkozen. Ruim een jaar voor zijn afscheid is het debat over Weizsäckers opvolging al begonnen. Namen circuleren van de SPD'ers Johannes Rau (62, premier Noordrijn-Westfalen), Hans-Jochen Vogel (66, ex-partij- en fractievoorzitter) en de Oostduitse deelstaat-minister Regine Hildebrandt (51, Brandenburg), de CDU'er Bernd Seite (52, premier Mecklenburg-Voorpommeren) en de 65-jarige FDP'er Hans-Dietrich Genscher (van 1974 tot 1992 minister van buitenlandse zaken.

Weizsäcker noemt in het gesprek met het zondagsblad geen namen, “dat zou mij niet passen”. Hij volstaat met te zeggen dat ieder president moet kunnen worden “die over de nodige ervaring en karakter beschikt”. Over een reeks andere actuele en omstreden politieke thema's in Duitsland geeft de president wel een duidelijke opvatting. Dat hij dat net doet terwijl zijn partijgenoot kanselier Helmut Kohl twee weken op reis is (naar India, Singapore, Indonesië, Zuid-Korea, Japan en - ingelast - Moskou), kan als kenmerkend worden gezien voor de verhouding Weizsäcker-Kohl.

Waar een meerderheid van de CDU-CSU in de Bondsdag er bijvoorbeeld tegen is om het milieu als voorwerp van verplichte staatszorg in de grondwet op te nemen, onder meer omdat zij vreest dat de staat dan via de rechter mede partij gaat worden bij geschillen tussen burgers en bedrijfsleven, spreekt de president zich daarvóór uit (net als de oppositionele SPD). Aangesproken op de groeiende ontevredenheid van Duitse kiezers over "de politiek' (uit recente enquêtes blijkt dat circa 40 procent zegt niet aan verkiezingen te zullen deelnemen) zegt Weizsäcker dat hij het ermee eens is dat er wordt gediscussieerd over de strafbaarstelling van politici wegens omkoping. Tegen de Politikverdrossenheit zou ook helpen, zoals een onafhankelijke commissie onlangs heeft voorgesteld, dat de politieke partijen minder ruim uit de staatskas werden gefinancieerd, vindt hij.

Ook is Weizsäcker, anders dan zijn partij, voor meer directe volksraadpleging, zowel op lokaal en regionaal als op landelijk niveau. Daardoor raken de burgers meer bij het bestuur betrokken en beter geinformeerd. “Naarmate de burger beter geïnformeerd is, zal hij zich minder afwenden van de politiek.” Volksraadpleging kan niet zomaar worden afgewezen met verwijzingen naar de “negatieve” ervaringen uit de tijd van de republiek van Weimar (1919-'33), “toen Duitsland nog niet volgroeid democratisch was”, aldus Weizsäcker.