De regels als schuldige

DE LEERCURVE van de overheid met betrekking tot de bijstand vertoont een opgaande lijn.

Op 1 januari van dit jaar werd een nieuwe bijstandsregeling voor schoolverlaters en jongeren tussen 18 en 26 jaar ingevoerd. Het was bedoeld als vorm van verfijnende rechtvaardigheid. Al na twee maanden heeft de overheid ontdekt dat deze regeling die 23 verschillende vormen van samenwonen naar leeftijdscategorieën en verzorgingsrelaties onderscheidt, fraudegevoelig is. De regeling gaat, blijkens een mededeling van staatssecretaris Ter Veld, op de helling.

De snelheid van de reactie is het gevolg van de politieke ontdekking van bijstandsfraude. Nu er financieel minder méér beschikbaar is voor het sociale vangnet dat voor iedereen die legaal in Nederland verblijft een menswaardig bestaan op maat probeert te leveren, dringt tot de beleidsmakers van Sociale Zaken door wat een gemeenplaats is onder direct betrokkenen: met de bijstand valt de hand te lichten. De bijstand staat overigens niet op zichzelf, want alle regelingen waarbij de uitkering is gebaseerd op inkomen of samenlevingsvormen, zoals huursubsidie, rechtsbijstand of studiefinanciering, zijn fraudegevoelig. Zelfs met de AOW, sinds daar een partnerregeling van kracht is, wordt tegenwoordig gerommeld.

BIJ DE BIJSTAND gaat het om verschillende soorten van fraude. De Nederlandse taal is inmiddels met het verbluffende begrip "witte fraude' verrijkt omdat het mogelijk blijkt inkomsten uit een legale baan te combineren met een uitkering. Voor werk en uitkering worden weliswaar sociale nummers gevraagd, maar de combinatie van de twee bestanden was tot voor kort uitgesloten. Daarnaast klussen bijstandstrekkers wel eens bij, hetgeen lastiger te controleren valt. De meest in het oog springende fraudegevoeligheid ligt in de regels voor samenlevingsvormen. Schijnsituaties ten aanzien van wonen en slapen bieden daarbij aanzienlijke financiële voordelen.

Zo nu en dan verschijnt een onderzoekje over bijstandsfraude dat de ervaringen van cynische belastingbetalers bevestigt. Vorig jaar kwamen die onderzoeken uit Amsterdam, Dordrecht en Groningen, vorige week betrof het Rotterdam. De resultaten waren min of meer gelijkluidend, de reacties ook. Nee, het onderzoek was niet wetenschappelijk en de steekproef was niet representatief geweest. Maar zelfs met de grootste statistische foutenmarge viel niet aan de conclusie te ontkomen dat de bijstandsregelingen zo lek als een mandje zijn. Het antwoord luidde eind vorig jaar in de Kamer nog strengere naleving van de regels bij de uitvoering, meer sociale controleurs en meer huisbezoeken. Geschokt door zoveel verontwaardiging over het jarenlang in eigen kring bekende, maar naar het publiek verborgen gehouden gerommel begint het antwoord nu te luiden dat de polisvoorwaarden drastisch moeten worden aangepast.

DE VERANTWOORDELIJKE politici, bewindslieden, Kamerleden en betrokkenen die bijna dertig jaar lang hebben bijgedragen om het huidige stelsel te laten verworden tot een kluwen van sociale afhankelijkheid en fraudegevoeligheid, worden gedwongen op hun schreden terug te keren. Zo ingewikkeld hoeft dat niet te zijn. Vergelijking van beschikbare gegevens, mits zorgvuldig verantwoord, afslanking van de regelgeving en de verplichting dat de cliënt zelf moet aantonen dat hij of zij recht heeft op een bepaalde vorm van steun, zijn een begin. Daarna kan worden nagedacht of een systeem van geïndividualiseerde uitkeringsrechten tegen een aanvaardbare sociale prijs kan worden ingevoerd.