Zwarte lijst van een cursusmarkt

Het externe accountantsonderzoek bij de Rotterdam School of Management is door het afzetten van de bestuurders van de faculteit bedrijfskunde nooit volledig afgerond. Een vertrouwelijke accountantsbijlage - de "zwarte lijst' - bleef geheim. En de omstreden privé-betalingen worden voortgezet.

De voorzitter van het college van bestuur van de Erasmus Universiteit, dr. H.J. van der Molen, ontkende op 24 oktober vorig jaar in deze krant het bestaan van een vertrouwelijke accountantsbijlage over de declaranten bij de Rotterdam School of Management. “Er is geen zwarte lijst”, zei Van der Molen. De voorzitter en zijn twee medebestuurders wisten al op 17 september dat de aparte bijlage “met persoonlijke gegevens” in de maak was, zo blijkt uit de notulen van een gesprek waarbij het college aanzat.

Wie de "zwarte lijst' van het accountantskantoor Paardekooper & Hoffman doorbladert, krijgt 38 pagina's lang een opsomming van namen, bedragen en cursussen. De privé uitgekeerde bedragen op de lijst (9 oktober 1992/nr. OA5852), die de accountant in opdracht van het RSM-bestuur uitbracht, variëren van enkele honderden guldens tot een ton per docent.

Een hoogleraar systeemtheorie heeft - tussen juli 1990 en december 1991 - met 102.100 gulden het grootste bedrag ontvangen. Ongeveer de helft kreeg hij voor het bijscholen van Nederlandse dealers van Mercedes Benz, waarvoor hij ook een business-plan schreef. Voorts gaf hij cursussen bij Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat, de provincie Noord-Holland en de managers-opleiding van de RSM in Oost-Europa.

Een wetenschappelijk medewerker trad tussen 5 maart en 18 november 1991 voor 51.320 gulden op in cursussen bij Economische Zaken, Verkeer en Waterstaat, DSM en universiteiten in Oost-Europa en op Curaçao. Een bekende hoogleraar politicologie kreeg 22.500 gulden voor cursussen bij de managersschool.

Op de lijst staan ruim vijftig Nederlandse hoogleraren en andere docenten, van wie circa dertig van de EUR. De Erasmus-docenten, voornamelijk afkomstig van de faculteiten bedrijfskunde en economie, hebben tussen 1990 en september 1992 grotendeels in werktijd cursussen gegeven. Zij hebben hiervoor samen ruim 1,1 miljoen gulden ontvangen, in strijd met de regels van de universiteit. Een deel hiervan is uitgekeerd aan vijf stichtingen of bv's van docenten, van wie sommigen het briefpapier van de Erasmus Universiteit hanteerden, met onderaan particuliere bankrekeningnummers.

De inventarisatie van Paardekooper & Hoffman is nagenoeg onaangeroerd gebleven. Het externe accountantsonderzoek bij de RSM is nooit volledig afgerond, doordat het college van bestuur in december decaan prof.dr. G.G.J.M. Poeth, het bestuur en de raad van de faculteit bedrijfskunde afzette; mèt steun van minister Ritzen (onderwijs en wetenschappen), die daarover deze week op de vingers is getikt door de Raad van State.

Volgens bronnen bij het universiteitsbestuur heeft de minister, die de Tweede Kamer informatie had beloofd, nooit de "zwarte lijst' onder ogen gekregen. Het college wil de lijst, aldus dezelfde bronnen, “niet in de publieke discussie”. Ritzen zelf heeft volgens zijn woordvoerder een “te volle agenda” om nog vragen over de RSM te beantwoorden. Het college geeft evenmin commentaar.

Pag 14: Omwegen voor privé-betalingen; Sinds wanneer is het opleiden van Mercedes-dealers een universitaire taak?

De minister meldde de Tweede Kamer op 20 januari - na drie ronden Kamervragen - zijn bevindingen over de RSM. Hij vond het “onbevredigend” dat “een aantal universitaire personeelsleden naast de salariëring door de universiteit een honorering heeft ontvangen van de RSM, zij het dat dit slechts voor een beperkt aantal activiteiten” is gebeurd. De minister presenteerde geen cijfermateriaal.

Ritzen stoelde zijn brief op twee EUR-rapportages: een rapport van de commissie-Ophof, die onder leiding van de Erasmus-hoogleraar privaatrecht prof.mr.drs. H.P.J. Ophof het externe accountantsonderzoek moest begeleiden, en een rapport van de Interne Accountantsdienst (IAD) van de universiteit.

De IAD toetste aan de hand van de "zwarte lijst' onder meer de volledigheid van de bijlage en kwam volgens bronnen bij het universiteitsbestuur tot een eigen berekening. In het IAD-rapport zijn geen namen en afzonderlijke declaraties van docenten opgenomen. Welke individuele werkzaamheden docenten hadden verricht, is niet onderzocht.

De commissie-Ophof deed dat evenmin. De hoogleraar oordeelde dat de privé-betalingen "onrechtmatig' waren maar de ontvangers "te goeder trouw'. Ophof verrichtte naar eigen zeggen alleen “globaal onderzoek” en onderzocht geen individuele betalingen. Wel was hem bij lezing van de "zwarte lijst' opgevallen, zei hij na publikatie van zijn rapport, dat er gevallen waren “waarin het aantal gedeclareerde uren excessief is”. En: “Natuurlijk is daarbij sprake van misbruik”.

Ophof meende dat alle activiteiten van de RSM “universitaire taken” waren. Ritzen nam die conclusie over in zijn brief van 20 januari aan de Kamer en schreef dat hij er bij het college van de EUR “met klem” op had aangedrongen te voorkomen dat er nog privé werd betaald voor “universitaire taken” bij de RSM. Inmiddels had Ophofs conclusie dat er sprake was van “universitaire taken” al verbazing gewekt in universitaire kring. Sinds wanneer is het opleiden van Mercedes-dealers een universitaire taak?, vroegen sommigen zich af.

Bovendien: privé-betalingen zijn al jaren gebruikelijk bij met de RSM vergelijkbare opleidingen aan andere universiteiten of bij gemeenschappelijke cursussen van universiteiten. De RSM is één van de vele opleidingen op een markt voor managementcursussen met universitaire docenten, waar volgens een grove schatting van deskundigen jaarlijks zeker zestig miljoen gulden omgaat.

Het meest verbaasd over de vermeende “universitaire taken” was C. de Niet, oud-collegelid van de Vrije Universiteit van Amsterdam en oud-bestuurder van de RSM. De Niet is tevens voorzitter geweest van de stichting interacademiale opleiding organisatiekunde en bestuurskunde (SIOO) en het post-academisch onderwijs bedrijfs- en bestuurswetenschappen (PAO-BB), die managementcursussen verzorgen met daarvoor privé betaalde universiteitsdocenten. Bij het PAO-BB, sinds 1989 geprivatiseerd, waren dertien universiteiten betrokken; bij SIOO nog steeds zeven universiteiten.

Op 29 december vorig jaar schreef De Niet een brandbrief aan het college van bestuur in Rotterdam: “Deelname aan gelijksoortige programma's buiten de EUR door docenten van de EUR resulteert in privé-betalingen. U draagt of droeg voor een aantal van deze programma's bestuurlijke medeverantwoordelijkheid.” Als voorbeelden noemde De Niet de programma's van het PAO-BB en SIOO alsook de namen van de Erasmus-bestuurders die bij deze opleidingen jarenlang in het bestuur zaten of zitten. De Niet wees erop dat het college in het verleden nooit bezwaar heeft gemaakt tegen privé-betalingen bij de RSM omdat het universitaire taken zou betreffen. Hij wees er eveneens op dat de cursussen voor bedrijven en overheden nu eenmaal rechtstreekse betaling aan docenten vergden, wegens de concurrentie met andere opleidingen. “Een belangrijke overweging vormde hierbij dat de RSM bij het aantrekken van docenten niet benadeeld mocht worden ten opzichte van andere, gelijksoortige programma's.”

Volgens De Niet wist het college ook wel beter, en hoefden Van der Molen en de zijnen alleen maar in eigen huis te kijken. “Vergelijkbare programma's binnen de EUR hadden (naar ik aanneem met uw medeweten of instemming) gelijksoortige regelingen (bv. Rochester, het executive mbi van de faculteiten bedrijfskunde en economie en het MPA).”

De Rochester-opleiding, opgericht door prof.dr. E. Bomhoff, is verbonden aan de economische faculteit. De rechtstreekse privé-betalingen liepen daar op tot 1.250 gulden per uur per docent, drie keer zoveel als bij de RSM. Het MPA, een postdoctorale opleiding in de bestuurskunde voor ambtenaren, is een samenwerkingsverband tussen de Rijksuniversiteit Leiden en de EUR. Deze school staat mede onder leiding van de oud-directeur-generaal op Onderwijs en Wetenschappen, prof.dr. R.J. in 't Veld, een veel gevraagd docent ook bij het PAO-BB en de SIOO. De conclusies van De Niet komen erop neer dat het college van bestuur, Ophof en minister Ritzen met twee maten meten ten aanzien van de RSM en de rest van deze cursusmarkt.

Heeft Ritzens klemmende verzoek aan het college van bestuur om “te bevorderen dat in de toekomst deze situatie niet meer kan voorkomen” nu enig gevolg?

Bij postdoctorale managementcursussen in werktijd aan de EUR wordt nog steeds privé betaald, alleen nu langs andere wegen. Eind januari - een week na de brief van minister Ritzen aan de Kamer - tekende het universiteitsbestuur een contract met de universiteit van Rochester (VS) voor een voortzetting van de gezamenlijke managementopleiding op vrijdag. Volgens deze nieuwe regeling worden de betalingen voortaan eerst gestort op de rekening van de economische faculteit, waarna de decaan het bedrag alsnog naar de privé-rekening van de docenten kan overmaken. Het college van bestuur gaat nog altijd akkoord met privé-betalingen - eveneens via een gewijzigde route - aan EUR-docenten bij de RSM, zo blijkt uit een interne brief van 8 februari van de directeur financiële zaken van de universiteit. In dit schrijven aan de decaan van de economische faculteit en de tijdelijke bewindvoerder van de faculteit bedrijfskunde bevestigt hij de “gemaakte afspraken over de doorbelastingstarieven van de RSM”.

Volgens de brief betaalt de RSM docenten die binnenkort optreden in nieuwe cursussen bij de Rabobank en het Gemeentelijk Energiebedrijf duizend gulden per dagdeel. De faculteit wordt voor de afwezigheid van de docent gecompenseerd met een vergoeding van honderd gulden per dagdeel. Voorheen kreeg de faculteit voor deze cursussen niets, en de docent 1.200 gulden per dagdeel.

De Rabo- en GEB-contracten, de grootste die de RSM ooit heeft binnengehaald, belopen samen ongeveer zes miljoen gulden. Enkele miljoenen daarvan zijn bestemd zijn voor de honorering van docenten. Deze betalingen verlopen niet meer rechtstreeks maar via de universiteit, aldus de brief van de financieel directeur, tijdelijk belast met de financiën bij de RSM.

Voor het eerst krijgen "kerndocenten' die belast zijn met de voorbereiding van cursussen 200 gulden per uur privé uitgekeerd, minus tien procent afdracht aan de faculteit. Het recruteren van de docenten, die straks de Rabo-employées moeten bijscholen, is in volle gang.