Weekoverzicht

Na enkele maanden van kalmte stond Frankrijk deze week weer geheel in het teken van onrust. Voorop liepen de vissers uit Bretagne die, uit woede over de import van goedkope vis uit met name Rusland en Groot-Brittannië, de vishallen bij Parijs bestormden en grote schade aanrichtten. Door goedkope invoer zijn de visprijzen in de EG de laatste tijd 15 tot 30 procent gedaald. De Europese Commissie heeft inmiddels voor bepaalde soorten vis minimumprijzen ingesteld.

Ook de aardappelboeren, boos over de landbouwhervormingen, lieten van zich horen door hun produkten op spoorlijnen te storten. En alsof dat niet genoeg was liet premier Bérégovoy weten dat de Gatt-onderhandelingen over liberalisering van de wereldhandel geheel moeten worden overgedaan. Het overleg duurt al zeven jaar en een akkoord is nog niet in zicht. De Fransen zijn daar in belangrijke mate debet aan. Zij dwarsbomen waar mogelijk het in november gesloten landbouwakkoord tussen de EG en de VS met het argument dat dit verder gaat dan de binnen de EG afgesproken landbouwhervormingen. Op 8 maart praten de EG-ministers van buitenlandse zaken over het akkoord. Het ziet er echter naar uit dat de stemming, onder druk van Parijs dat met een veto dreigt, pas na de Franse verkiezingen van 21 maart zal plaatshebben.

Ook de subsidie aan het Europese vliegtuigconsortium Airbus bespoedigt de handelsrelaties niet echt. De Amerikaanse regering meent dat de EG veel te veel subsidie geeft aan Airbus, dat daardoor oneerlijk concurreert met de Amerikaanse concerns Boeing en McDonnell Douglas. Handelsvertegenwoordiger Kantor heeft inzage in de Europese boeken geëist om te zien hoeveel steun Airbus krijgt.

De crisis in de Europese staalindustrie blijft de gemoederen beheersen. De EG-ministers van industrie staken deze week de koppen bij elkaar en hebben de staalproducenten tot eind september de tijd gegeven om “geloofwaardige” plannen op tafel te leggen voor vermindering van de produktie. Alleen dan komen staalbedrijven in aanmerking voor extra financiële steun van de EG bij de afvloeiing van personeel. De sanering moet volgend jaar klaar zijn. Naar schatting moeten 50.000 tot 100.000 banen verdwijnen.

Het Britse Imperial Chemical Industries, ICI, wordt in twee delen gesplitst. De dochtermaatschappij Zeneca, die geneesmiddelen produceert, zal in juni uit het concern worden getild en een zelfstandige beursnotering krijgen. ICI, een van de grootste Britse bedrijven, moest over 1992 een voorziening treffen van 949 miljoen pond (2,5 miljard gulden). Van de 114.500 mensen die bij het concern werken, moeten er 7.000 weg bij ICI zelf en 2.000 bij Zeneca.

Zorgwekkende ontwikkelingen voor Shell in Japan. Showa Shell Sekiyu KK, voor 50 procent eigendom van de Koninklijke/Shell Groep, heeft over 1992 een voorziening getroffen van ruim een miljard dollar. Uit de hand gelopen beleggingen in dollartermijncontracten zijn de oorzaak. President-directeur Henmi van Showa Shell en president-commissaris Takahashi hebben inmiddels hun aftreden aangekondigd. De Nederlands-Britse moedermaatschappij Koninklijke/Shell Groep heeft als gevolg van deze affaire in 1992 een verlies geleden van 347 miljoen gulden en verwacht dit jaar nog een verlies van 172 miljoen gulden, waarvoor in het eerste kwartaal een voorziening zal worden getroffen.

Ook bij het Japanse elektronica-concern Matsushita stapte de topman op. Directe aanleiding voor het vertrek van Akio Tanii was fraude met leningen. Matsushita zag de winst in het laatste kwartaal van 1992 met 60 procent dalen. Autofabrikant Nissan zit eveneens in de problemen. Het verlies zal dit boekjaar vermoedelijk uitkomen op 414 miljoen gulden. Een van de vijf fabrieken gaat dicht en de 2.500 personeelsleden worden overgeplaatst. Naar de nieuwe fabriek op het eiland Kyushu, 900 kilometer zuidelijker.