Lubbers sluit tegenvaller voor minima niet uit

DEN HAAG, 27 FEBR. Premier Lubbers sluit niet uit dat in het verkiezingsjaar 1994 de koopkracht van de minima aanzienlijk daalt. Het Centraal Planbureau verwacht dat de minima er mogelijk twee procent op achteruit gaan. Dit blijkt uit nog geheime prognoses die zijn uitgelekt in NRC Handelsblad.

Lubbers zei gisteren na afloop van de ministerraad dat de werkgelegenheid belangrijker is dan de koopkracht, zeker in de huidige ongunstige economische situatie. Het Planbureau verwacht dat in 1993 en 1994 samen het aantal werklozen met bijna 120.000 zal stijgen.

Het Planbureau verwacht dat de lonen, tegen de wens van het kabinet, pas volgend jaar worden gematigd. Dit jaar zouden de bruto contractlonen nog met drie procent stijgen, veel meer dan de nullijn die Lubbers bepleit. Zo'n nullijn is volgens het kabinet goed voor de winsten en de export, maar ook voor de matiging van de overheidsuitgaven.

Het Planbureau verwacht dat de prijzen dit jaar met slechts twee procent zullen stijgen, zodat de koopkracht van de werknemers in 1993 nog zou stijgen. De koopkracht van de minima zal zich nauwelijks verbeteren, omdat de sociale uitkeringen en de lonen dit jaar zijn losgekoppeld.

Volgend jaar verwacht het Planbureau een ommekeer. De fors stijgende werkloosheid zou dan wèl leiden tot de loonmatiging die het kabinet nu al bepleit. De lonen zouden in 1994 met hooguit anderhalf procent stijgen. De inflatie daarentegen zou weer aantrekken tot drie procent, vooral omdat de prijzen op de wereldmarkt door het herstel van de internationale conjunctuur omhoog gaan.

Per saldo zou in 1994 de koopkracht van zowel de werknemers als de minima dalen. Het Planbureau verwacht dat de koopkracht van de minima mogelijk met twee procent omlaag zal gaan. Dit onder de veronderstelling dat de uitkeringen weer zouden woren gekoppeld aan de lonen. Als dat niet gebeurt kan de koopkrachtdaling nog groter zijn.

Het kabinet zit nu in een bijzonder lastig parket. Een jaar terug leidden discussies over de koopkracht van de minima nog bijna tot een kabinetscrisis. Nu wordt een daling van hun reele beschikbare inkomen met twee procent welhaast onvermijdelijk.

Handhaving van de normen van het regeerakkoord zou volgens de laatste CPB-cijfers in 1994 liefst negen miljard gulden aan ombuigingen vergen; ook de iets minder stringente norm van de Europese en Monetaire Unie zou nog altijd zeven miljard gulden vergen.