"Kleine' criminaliteit

Volgens het ministerie van justitie worden per jaar 85 van de 100 Nederlanders slachtoffer van een misdrijf.

De rest pleegt ze dan waarschijnlijk, want ik kan me niet voorstellen dat iemand nog het geluk heeft onberoofd door het leven te gaan. Een kleine bestandsopname van de laatste acht maanden. In juli werd voor de deur van ons instituut aan de Utrechtse Maliebaan, een toch rustige en deftige straat, mijn fiets gestolen. Nu zijn fietsen er voor om gestolen te worden - ik ben er inmiddels vier kwijtgeraakt - maar ik had toch behoorlijk de pest in. Hij stond keurig op slot tegen onze eigen gevel en gevoelsmatig klopt het niet dat hij beter beveiligd zou zijn met een zware ketting aan een lantaarnpaal verderop.

Ons pand aan de Maliebaan is van boven tot onder beveiligd, met luid alarm, met stil alarm en met grote lampen aan alle kanten. Als je binnenkomt, moet je haastig het alarm uitzetten, want anders vergaat je horen en zien. In het universiteitscentrum in De Uithof, waar ik ook een kamer heb, komt het gevaar meer van binnenuit. De deur van mijn kamer is al beschadigd door een inbraakpoging en een tochtje naar de wc of naar het postbakje (nooit boeken inleggen) is niet aan te raden zonder de boel af te sluiten. Sinds het kastje met alle reservesleutels verdwenen is, kan er alleen nog maar schoongemaakt worden als ik er toevallig zelf ben. De centrale kapstokken in de hal worden uitsluitend gebruikt voor verloren sjaals en al gestolen jassen. Er gaat nauwelijks een week voorbij waarin niet een collega geld mist uit haar tasje.

In september was het dan zover. Een echte inbraak bij mij thuis. De voordeur was ontzet, maar te goed beveiligd om door naar binnen te komen. Een keukenraam, ook al extra beveiligd, bleek echter niet opgewassen tegen het geweld van een koevoet. Binnen veel omgekeerde laadjes en leeggeveegde kasten, maar echt veel weg was er niet. Wel juist een aantal dingen waar ik toch zeer aan gehecht was, zoals de zakhorloges van mijn beide grootvaders, de manchetknopen van een overleden oom en een paar mooie vulpennen. Typisch dingen die je in een bureaulade of in een nachtkastje bewaart en een beetje dief weet dat ook. Toen ik aangifte deed, bleek ik nog keurig in de politiecomputer te zitten, maar nee, mijn fiets was nog niet terecht. Een paar dagen later zag ik in de stad een jongen met precies zo'n baseballpetje op als ik zelf heb. Had dus, want toen ik thuis kwam, bleek mijn petje niet meer op zijn vertrouwde plek te liggen. Meegenomen met de horloges en de pennen.

Het bleef even rustig, al zag ik een tijdje later in het NOS-journaal wel plotseling mijn bankfiliaal in beeld verschijnen. Alweer overvallen, voor de derde keer in twee jaar geloof ik, en dit keer had het een agent het leven gekost. De tijd dat je dit filiaal zo binnen kon lopen, was allang voorbij, maar inmiddels is de entree wel heel moeilijk geworden. Je moet nu wachten tot een soort verkeerslicht op groen springt. Begrijpelijk, maar hoe veilig is het eigenlijk om je geld buiten uit de automaat te halen?

Omdat een ongeluk nooit alleen komt, was op de dag dat mijn fiets werd gestolen, ook mijn auto afgekeurd. In december besloot ik toch maar een nieuwe te kopen, uiteraard met alarm en met een radio op een sleetje, tegen diefstal dus. Ik was gewaarschuwd, want mijn zwager was juist de week tevoren zijn auto kwijtgeraakt. De sleutels waren in het tenniscentrum waar hij speelde, uit de zakken van zijn broek gehaald en dankzij de elektronische ontsluiting knipperde de auto de dieven al van verre tegemoet. De joyriders - want dat zijn het waarschijnlijk geweest - lieten de auto in Amsterdam staan en daar zagen autoradiodieven hun kans. Dat viel echter tegen, want toen ging het alarm wel af en met zoveel lawaai, dat omwonenden ten einde raad de politie hebben gebeld. De auto loeide nog, toen mijn zwager hem kwam ophalen.

Dat liep dus nog goed af, maar onlangs sloeg het ongeluk weer toe. Ik ga met de nieuwe auto even naar het instituut op de Maliebaan. Ik ben nog maar net binnen of de parkeerwacht meldt zich. Ik heb geen geld in de parkeermeter gedaan ('t was maar eventjes, toch 50 gulden boete) en bovendien de auto niet afgesloten (ik had blijkbaar op het verkeerde elektronische knopje gedrukt). Ik krijg een bekeuring, een standje en een foldertje over de preventie van auto-inbraak. Boos en beschaamd stap ik weer in en pas als ik om weer wat in mijn hum te komen een cassette in de radio wil steken, merk ik dat ook anderen de voordelen van het handige sleetje hebben ontdekt. Ik ben niet meer naar de politie gegaan om aangifte te doen.