KGB

Bij de voorbereiding van een lezing over Paustovski kreeg ik een anekdote onder ogen, lang geleden gehoord van Karel van het Reve.

Van het Reve woonde rond 1967 in Moskou. In die jaren, zijn laatste, gold Konstantin Paustovski als de grand old man van de Russische literatuur. Alles wat over hem bekend werd, ging als een lopend vuurtje door zekere kringen.

Zo zou Paustovski op een dag aan iemand hebben verteld wat hij gedroomd had. In deze droom was de KGB binnengedrongen op een congres van de schrijversbond. Elke tiende man zou worden doodgeschoten.

“Ach”, verzuchtte Paustovski, “als dromen toch eens waar mochten zijn”.

Na een korte aarzeling zei Van het Reve voor alle zekerheid: “Want in het echt lag het percentage slachtoffers natuurlijk veel hoger.”

Nu geloof ik niet dat schrijvers een beter lot verdienen dan de rest van de mensheid. Maar ik geloof wel dat ook zij recht hebben op aandacht, te meer omdat sommigen onder hen een bijzonder verbond hebben gesloten met de werkelijkheid.

Als dromen toch eens waar mochten zijn. In deze woorden, in deze context, is de hele tragiek van onze eeuw neergelegd. Tegelijkertijd: de schoonheid ervan, de humor, de vitaliteit, de kunst de dingen zo te zeggen dat je verder kunt.