HOGESNELHEIDSLIJN

NRC Handelsblad van 18 februari vermeldt dat het onduidelijk is of de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht zal moeten worden gehanteerd.

Op basis van titel IIa van de Onteigeningswet kan de minister van verkeer en waterstaat de onteigeningsbevoegdheid vragen voor onder andere de aanleg van spoorwegwerken. Daartoe moet een Koninklijk besluit worden genomen, wat de juridische titel is om een onteigeningsbevoegdheid bij de rechter aan te vragen. Het is derhalve de rechter die over onteigening beslist en zijn vonnis wordt in het kadaster/openbare register ingeschreven. De weg naar het Koninklijk besluit is geplaveid met openbare hoorzittingen, grote nauwkeurigheid en nauwgezette afweging van belangen. De minister van verkeer en waterstaat laat zich ook verplicht adviseren door de Raad van State.

Een grondeigenaar wordt in hoge mate beschermd door de Onteigeningswet en dwingt de minister van verkeer en waterstaat tot een maatschappelijk en juridisch goed afgewogen oordeel. Artikel 14 van de Grondwet dwingt de minister tot een oordeel dat de onteigening in het algemeen belang is en een schadeloosstelling vooraf is verzekerd. Hantering van de onteigeningswet voor een spoorwegwerk op palen is nieuw, maar de essentie van de onteigeningswet is om de ontzetting uit de eigendom met waarborgen te omgeven. In feite geldt hetzelfde voor de Belemmeringenwet Privaatrecht. Deze wet zorgt in feite voor een belemmering van de eigendom waarvoor een eigenaar schadeloos moet worden gesteld.

Artikel 5 lid 3 sub b van die wet geeft aan de eigenaar van kabels en leidingen de mogelijkheid een grondeigenaar te beperken in het gebruik van zijn eigendom. Dit mag echter nooit zover gaan dat sprake is van volledige uitholling van het eigendomsrecht (Lantaarnpaalarrest H.R. uit 1904).

Zo'n "B.P.-recht' of "B.P.-belemmering' moet ook blijken uit de kadastrale/openbare registers omdat de nieuwe grondeigenaar de kabel of leiding in de grond niet kan zien. Waar de spoorlijn op palen een zodanige belemmering vormt dat het eigendomsrecht geen enkele inhoud meer heeft (funderingen van palen, grondbeslag van palen en de directe omgeving) zal de onteigeningswet kunnen worden toegepast. Waar de spoorlijn boven land en water is geprojecteerd zal de Belemmeringenwet Privaatrecht uitkomst bieden en zal aan de grondeigenaar een gedoogplicht kunnen worden opgelegd, tegen vooraf verzekerde schadeloosstelling.