Het Gezonde Leven (1)

In Italië staat ongeveer de hele democratie op het spel, Frankrijk ziet zijn regerings-systeem onder de handen van een sterke president verkruimelen, Groot-Brittannië bevindt zich in een diep dal van economische en mentale depressie en zelfs Duitsland is zijn economisch wonder kwijt. Vergeleken daarbij zijn Daf en de reparatie van het "WAO-gat' (0,9 procent van de loonsom?) nog wel te overzien.

En toch wordt het openbare klimaat ook hier bepaald door zorg en zwarigheid. Met Nederland gaat het helemaal niet goed. Vooral de overheid moet gezonder worden: afslanken, minder willen, minder lenen, eindelijk erkennen dat de burger zich heeft bevrijd en zelf kiest. Tegelijkertijd moet onze overheid niet bijdragen aan de verharding van de maatschappij, de zwaksten niet in de kou laten staan, de solidariteit niet ontmoedigen.

Arme overheid. Die heeft het altijd gedaan en moet zo veel tegenstrijdige dingen. Geen wonder dat zij in verwarring is. En vaak zo schijnheilig. Niet meer en niet minder dan wij zelf trouwens, want de overheid dat zijn we zelf.

Een voorbeeld van onze eigen gespletenheid, zoals die doorwerkt in overheidsgedrag, is te vinden in het plan dat staatssecretaris Simons donderdag naar de Tweede Kamer stuurde. Hij kondigde een grootscheeps bevolkingsonderzoek naar borstkanker aan, althans bij vrouwen tussen vijftig en zeventig, mits nader onderzoek de doelmatigheid kan garanderen, in de hoop dat de geraamde kosten-overschrijding in de hand gehouden kan worden, U weet wel.

Het klinkt geruststellend en zelfs nobel. Volgens de prospectus kan het 630 mensenlevens per jaar schelen. Wie is daar tegen? Ieder gespaard of verlengd leven is goud waard. En de kosten vallen best mee. 7650 gulden per gewonnen levensjaar om precies te zijn, en maar 8100 gulden voor ieder “per kwaliteit van leven gewogen” gewonnen levensjaar. Want dat hebben ze allemaal uitgerekend.

Wat een voorrecht in een rijk en zorgzaam land te mogen leven. Wie daar niet gelukkig wordt, moet het zelf maar uitzoeken.

De schattingen van wat het kost om levensjaren op de dood-door-borstkanker te stelen kunnen oplopen tot 30.000 gulden als men in koelen bloede rekening gaat houden met de extra kosten van zorg in de (gemiddeld vijftien) gewonnen levensjaren. En het wordt nog duurder als de prijsopdrijvende effecten worden meegerekend van het resulterende grotere beroep op schaarse zorg door de extra overlevenden. Maar wat geeft het, het leven is onbetaalbaar.

Het grootste nadeel van dit soort grootschalig bevolkingsonderzoek zit in de hoek waar cijfers niet kunnen komen. Daar waar geluk en andere onbenoembare grootheden zoals de kwaliteit van het leven wonen. Tegenover de winst in levensjaren van een groep vrouwen staat het verlies aan onbezorgde jaren van een andere groep vrouwen, bij wie de ziekte vroeger wordt ontdekt zonder dat hun leven uiteindelijk verlengd kan worden.

Algemener gezegd: dit soort grootschalig onderzoek brengt jaarlijks een enorme hoeveelheid gezonde mensen (525.000 vrouwen en hun partners, kinderen en verdere dierbaren) eerder dan anders in het medische circuit. Het attendeert hen op de kans dat zij gevaarlijk ziek kunnen zijn. Vrouwen die de mammobiel in de straat zien staan zullen de gedachte aan een klein zelfonderzoek moeilijk kunnen onderdrukken. En denken: het kan mij ook overkomen. Ook als zij onder de vijftig of boven de zeventig zijn en in dit onderzoek niet welkom zijn.

Moeten wij ons zelf dan maar dom houden? Wat niet weet dat niet deert? Liever onbewust ziek en gelukkig, dan bezorgd en misschien vroegtijdig op de hoogte gesteld van een misschien te genezen aandoening? Dat soort vragen zijn moeilijk evenwichtig te stellen. Er ligt een overvloed aardappels en peren op deze weegschaal van gezondheid en geluk.

Iedereen gunt iedereen een lang en gelukkig leven - uitzonderingen daargelaten. Dit volk heeft daar zelfs grote offers voor over. In vergelijking met wat andere Europese economieën opbrengen zelfs te veel, zoals een WRR-studie deze week nog weer eens voorrekende.

Het echte probleem bij dit soort grootschalig bevolkingsonderzoek is dat er verwachtingen mee worden gewekt die moeilijk zijn waar te maken en zorgen mee worden verspreid die zonder twijfel het leven verder verdokteren. De staatssecretaris is heus niet over één nacht ijs gegaan. Er wordt al sinds 1977 gestudeerd op dit soort onderzoek. De adviesraden hebben overjaren gemaakt.

In zijn brief aan de Tweede Kamer staat Simons uitvoerig stil bij allerlei kanten van de zaak. Hij erkent in het voorbijgaan het risico van "medicalisering' van het leven die door dit soort massale vroeg-diagnostiek in de hand wordt gewerkt. En hij is de eerste om te weten dat de kosten van de gezondheids-race toch al onbeheersbaar zijn.

Maar hij en zijn adviseurs kunnen zich niet onttrekken aan de sirene-zang van het grote preventieve onderzoek. Het vergt enorme investeringen (goed voor Philips en Kodak), een boek vol regelgeving, een centraal gestuurde medisch-technische bureaucratie, aanzienlijke extra verwerkingscapaciteit van radiologen, chirurgen, verpleegkundigen en ziekenhuisfaciliteiten in het algemeen - want waar gefotografeerd wordt, volgen verwijzingen, proefingrepen, operaties en therapieën.

Erger nog, hoe vroeger mogelijke afwijkingen worden ontdekt, des te vager is de diagnose vaak. Men zal heel wat - wetenschappelijk interessante, daar niet van - lacunes in de bestaande kennis van de gevreesde ziekte tegenkomen. Maar dat zal ook leiden tot, achteraf gezien, onnodige aanvullende onderzoeken en behandelingen. Met al die doorhuilde nachten in al die gezinnen.

En toch moet het doorgaan. Niet voor het geld. Na eindeloze berekeningen is men tot de conclusie gekomen dat de inverdieneffecten niet tegen de extra kosten opwegen. Het is dus echt goedheid, de verzorgingsstaat in de praktijk. De vraag is alleen: moeten we het willen? Want er zijn nog heel wat ziektes die op de loer liggen. Geen van alle om mee te spotten. Maar het leven duurt al steeds langer. En het blijft zo kort. Moet daar nog meer gepieker en schijnveiligheid bij?