GRIEKEN (5)

De heer Bommeljé ontkomt in zijn artikel "Laat iedereen Griek worden' niet aan anachronismen die een historicus onwaardig zijn.

Uiteraard heb ik het over zijn gebruik van het begrip "democratie' dat hij totaal uit de oorspronkelijke context van Athene van de 5e eeuw v.C. heeft geplaatst om het vervolgens te gebruiken om naar het staatsrechtelijk bestel van het oude Athene te gaan kijken. De geschiedenis van het woord "democratie' begint met de verdeling van Athene in tien gemeenten (demos = gemeente). Het woord verwijst dan ook naar een (kies)district, dat weer deel uitmaakt van de uiterst doordachte en organisatorisch kundige staatsinrichting van de stadsstaat. Het ging dus eerder om een administratief dan een politiek stelsel, hoewel dit administratief stelsel ook weer een staatsstructuur reflecteerde die zich kenmerkte door de uiterste zorg om machtsconcentratie te voorkomen.

Nog ongelukkiger is de poging van dhr. Bommeljé het culturele beeld van het klassieke Griekenland te verontreinigen. Zo getuigt zijn referentie aan de naakte vrouwen van de Spartanen van de moderne puriteinse moraal-ethische tradities waarvan hij zich blijkbaar niet los kan maken in zijn poging om over een staat te discussiëren die lang voor de opkomst van de puriteinse ethos is ontstaan.

Ik meen dan ook dat de strekking van de heer Bommeljé met zijn artikel niet zozeer aan wetenschapslust kan worden toegeschreven maar aan een behoefte om de status quo van de klassieke cultus te torpederen.