Gatt-onderhandelaars bevangen door diplomatieke paniek; Ferme anti-Gatt taal Frankrijk leidt tot nieuwe impasse in handelsronde; Onderhandelaar VS: Frankrijk terroriseert haar EG-partners; Dunkel: economische kracht geeft meer macht dan raketten

GENÈVE, 27 FEBR. De statige marmeren gangen van het "Centre William Rappard' aan het Meer van Genève, zetel van het secretariaat van de GATT (Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel), lijken geen plaats voor opwinding. Zeker niet nu de "Uruguay-ronde' over liberalisering van de wereldhandel volledig stil ligt in afwachting van de eerste stappen van de nieuwe Amerikaanse president Bill Clinton. Maar schijn bedriegt ook hier.

De opwinding betreft in mindere mate het conflict tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten over de handel in staal of de kritiek van Clinton op de Europese subsidies voor de Airbus. Hét gesprek van de dag in Genève gaat over de uitlatingen van de Franse premier Bérégovoy, die deze week vanuit Parijs liet weten dat de zeven (!) jaar geleden in Punta del Este (Uruaguay) gestarte wereldhandelsbespekingen weer vanaf nul moeten beginnen. In de ogen van GATT-diplomaten komt dat neer op een uitnodiging tot vergaand protectionisme dat uitmond in handelsoorlogen.

In Genève wordt betekenisvol gewezen op de snelle terechtwijzing van de Fransen door bondskanselier Kohl en zijn minister van buitenlandse zaken Kinkel. Zo duidelijk had Bonn, dat groot economisch belang heeft bij een multilateraal handelsakkoord, zich op dit hoge politieke niveau nog niet geuit.

Opwinding is eigenlijk niet het juiste woord om de sfeer in Genève te beschrijven. Er lijkt bijna sprake van diplomatieke paniek. In Frankrijk laten protesterende boeren en vissers een spoor van vernieling na. Op het GATT-secretariaat valt te horen dat het land zich als “een gewond dier” gedraagt. Een topdiplomaat van een grote EG-lidstaat meent: “Parijs heeft een permanent probleem van "law and order'. En dat is heel gevaarlijk.” De Nederlandse GATT-afgevaardigde Anne-Marie Plate zegt “niets” van de Franse houding te begrijpen. Zij onderstreept de mening van de meeste diplomaten dat het eind vorig jaar bereikte Amerikaans-Europese landbouwakkoord veel meer is dan de EG ooit mocht verwachten. Openbreken, zoals de Fransen willen, heeft dus geen enkele zin. In de Franse houding speelt volgens EG-diplomaten ook een Parijse wens om nog jaren een eigen industrie- en subsidiebeleid te voeren.

De Amerikaanse onderhandelaar Andrew Stowler, tijdelijk eerste man voor de VS bij de GATT, meent zelfs dat Frankrijk bezig is zijn EG-partners te “terroriseren.” EG-diplomaten sluiten niet uit dat een hardnekkige houding van de Fransen negatieve effecten kan hebben op de bereidheid van het Britse parlement het Verdrag van Maastricht te ratificeren. Van Franse zijde valt in Genève niets te vernemen. “Wij hebben de afspraak dat alle communicatie via Parijs loopt,” aldus een diplomaat.

In Genève neemt de vrees toe dat de Franse uitlatingen niet louter verkiezingstaal zijn. Ook de huidige oppositie, die na de verkiezingen van eind maart vrijwel zeker een regering kan formeren, spreekt harde taal. Directeur-generaal Arthur Dunkel van de GATT waarschuwt dat de uitspraken “niet moeten worden gebagatelliseerd.” Hij verwijt “sommige regeringen” dat zij het publiek om wat voor reden dan ook niet uitleggen welke economische veranderingen noodzakelijk zijn, waardoor de overgang van de wereld naar een vrijere markt weinig soepel verloopt. Nu door het eind van de Koude Oorlog de tegenstelling tussen Oost en West is weggevallen en de macht meer wordt afgemeten aan economische potentie dan aan rakettenbezit, zijn de tegenstellingen tussen de Westerse landen onderling volgens hem juist groter geworden. De GATT-onderhandelingen zijn de vroegere SALT-onderhandelingen over raketten door de veelheid van onderwerpen (industriegoederen, landbouwprodukten, dienstenverkeer, intellectuele eigendom etc.) en het grote aantal deelnemende landen (ruim honderd) in elk geval in ingewikkeldheid al ruimschoots gepasseerd.

Nu het onderhandelingsproces volledig stil ligt besteedt Dunkel veel van zijn tijd aan het voorlichten van al die landen die hun economieën liberaliseren en zich willen aansluiten bij de GATT. Hij ziet bij de nieuwkomers frustratie, omdat de industrielanden hen nogal koel onthalen. Bij de rijke landen bespeurt hij vrees voor de nieuwkomers, omdat deze bereid zijn zich grote opofferingen te getroosten voor economische ontwikkeling. Dunkel: “Beide reacties zijn verkeerd. Deskundigen en adviseurs hebben veel te hoge verwachtingen gewekt bij zich ontwikkelende landen over de snelheid waarmee zij op een Westers welvaartspeil kunnen komen. Zoiets is een lang en pijnlijk proces. De vrees bij de anderen is ongegrond. Want de landen die aanbieders worden op de wereldmarkt, zullen ook meer goederen en diensten gaan vragen. Zelfs ontwikkelde politici denken nog veel te statisch.”

Alle onderhandelaars in Genève wachten nu op de eerste signalen uit Washington. President Clinton heeft al aangegeven dat hij het Congres wil voorstellen het mandaat te verlengen voor de "snelweg-procedure' (fast track), waarbij tegen een GATT-akkoord alleen ja of nee kan worden gezegd. Zo'n voorstel kan er weliswaar binnen enkele weken liggen, maar hoe lang het Congres dan nog nodig heeft is volstrekt onduidelijk. “Deze kwestie heeft bij Congresleden geen hoge prioriteit,” zo geeft de Amerikaanse GATT-vertegenwoordiger Andrew Stowler toe. Bovendien kan het Congres een prijs vragen voor het uit handen geven van het recht op amendering. Diplomaten in Genève vrezen dat Congresleden willen afspreken dat een GATT-overeenkomst geen anti-dumpingbepalingen mag bevatten die verder gaan dan de Amerikaanse regels. Ook zullen ze misschien proberen de beruchte "301-procedure' te versterken, die Washington de mogelijkheid biedt vergeldingsmaatregelen te nemen tegen een land, dat er "oneerlijke' handelspraktijken op nahoudt. Of het zover komt, kan ook Andrew Stowler niet zeggen. “Maar verschillende Congresleden hebben nadrukkelijk gezegd liever geen GATT-akkoord dan een slecht GATT-akkoord te wensen.”

Ook over de periode waarvoor de "fast-track' procedure zal gelden bestaat nog onduidelijkheid. De meeste diplomaten in Genève gaan uit van 6 tot 12 maanden. Een Congresbesluit zal waarschijnlijk pas in juli vallen. Dat heeft ook alles te maken met de prioriteiten van president Clinton zelf. Deze zou geen conflict met het Congres willen riskeren over de GATT, voordat hij zijn voorstellen op financieel-economisch terrein erdoor heeft geloodst. “Dat lijkt me heel goed mogelijk,” beaamt Stowler.

Hervatting van de GATT-onderhandelingen is volgens de delegaties in Genève onmogelijk, zolang het Congres niet met een "fast-track' heeft ingestemd. “Anders zouden de Congresleden indirect mee gaan onderhandelen”, zegt de Australische GATT-ambassadeur David Hawes. In de praktijk betekent dit dat de "Uruguay-ronde' op zijn vroegst in juli of augustus wordt hervat. De ronde zou dan ergens in het voorjaar van 1994 kunnen worden voltooid. Feitelijk bepaalt Washington altijd de deadline, omdat de meeste landen het weinig zinvol vinden na afloop van de "fast-track' verder te onderhandelen.

Volgens Stowler is er geen sprake van dat de Verenigde Staten het ontwerp-slotakkoord dat in december 1991 door Dunkel werd gepresenteerd weer helemaal overhoop willen halen. “We hebben niets gezegd dat aanleiding geeft om dat te denken. Onze intenties verschillen materieel niet van die van de regering-Bush”, verzekert hij. De delegaties in Genève lijken er inmiddels wel van overtuigd dat ook de nieuwe Amerikaanse president een multilateraal handelssysteem voorstaat, ondanks de talrijke bilaterale akkoorden waarmee de economisch sterke Amerikanen anderen in het verleden hun wil konden opleggen.

De lange duur van de "Uruguay-ronde' leidt inmiddels ook tot praktische problemen. Diplomaten willen hun carrière niet opgehouden zien door een te lang verblijf op één post. Nu de handelsronde het zevende jaar ingaat is voor velen het moment aangebroken op te breken. Nieuwelingen hebben een handicap. “Ze kennen elkaar minder goed, wat het onderhandelingen zeker bemoeilijkt,” zegt de Indiase GATT-ambassadeur B.K. Zutshi, een van overgebleven veteranen. Een aantal landen heeft ook de staf die met handelsronde is belast teruggebracht, omdat er toch weinig valt te onderhandelen. De Nederlandse "GATT-bezetting' is intussen teruggebracht van drie naar twee.

De Japanse delegatie is nog altijd op de oorspronkelijke sterkte van 16 man en daarmee de grootste van allemaal. “Dat we de staf niet hebben teruggebracht, weerspiegelt het belang dat ons land hecht aan een multilateraal handelssysteem,” zegt de Japanse handelsvertegenwoordiger Kazuo Asakai, die de rang van minister heeft. Hij spreekt het verwijt van andere landen tegen dat Japan een nogal afwachtende houding aanneemt, die niet in overeenstemming is met zijn status als economische supermacht. Hij wijst op talrijke bezoeken van Japanse bewindslieden en andere functionarissen aan de VS, waarbij over de GATT wordt gesproken. Ook zijn er volgens hem “goede” biedingen gedaan op het gebeid van markttoegang (verlaging van importtarieven), waarbij Tokio verder gaat dan de EG. Maar andere diplomaten menen dat Japan wordt “verlamd” wordt door de weigering de markt voor rijst te openen. “Op het belangrijke landbouwdossier heeft Tokio hierdoor nooit iets zinvols kunnen inbrengen,” zegt een van hen. Asakai weigert op de rijst in te gaan, omdat de sterk met de Japanse cultuur verweven kwestie “politiek” is.

Ondanks de hoop die de meeste diplomaten nog steeds hebben op een goede afloop van de "Uruguay-ronde', gebaseerd op het grote economische belang voor iedereen, is er ook veel cynisme in Genève. Een van de topdiplomaten wijst op een spotprent aan de muur. Er staat een onderhandelingszaal op afgebeeld; boven de deur hangt een bord met de tekst "GATT talks next deadline in .. weeks'. Op de open plek van de tekst kan steeds een nieuw getal worden voorgeschoven.