Even verbouwen

Mijn buurman liet zijn huis schilderen, van binnen en van buiten. Het was een oud huis met veel houtwerk. Er moest ook nog iets verbouwd worden. Hoeveel zou dat kosten?

Mijn buurman is een bedachtzaam man, dus hij was niet over één nacht ijs gegaan. Een aannemer en twee schilders hadden een prijsopgaaf gedaan. Zij hadden ieder op hun beurt het hele huis bekeken en krabbels gemaakt in een blocnote. Na een paar dagen kwam er een offerte, mooi uitgewerkt, de één nog hoger dan de ander en alle drie ver boven het bedrag dat mijn buurman zich had voorgesteld. Maar een kennis van hem wist nog wel iemand, een echte vakman, die het veel beter en veel goedkoper zou doen.

Goedkoper werd het, zo op het eerste gezicht, maar veel beter? Na zes weken stof, kalk en schallende radio's leek het nog nergens op, maar de schilder verklaarde dat hij klaar was. Mijn buurman, opstandig en vol rechtsgevoel, weigerde te betalen.

“Oh nee?”, zei de schilder, “dan komen we volgende week wel even verbouwen.”

Mijn buurman wou juist verklaren dat hij van een verdere verbouwing afzag, maar de plotseling verduisterde blik van de anders zo vrolijke schilder weerhield hem. Hij betaalde het gevraagde bedrag. Contant, want zo wilde de schilder het hebben. En hij tekende een papiertje waarop stond dat het werk naar tevredenheid was uitgevoerd.

Mijn overbuurman pakte het anders aan. Hij had een aannemer die keurige rekeningen stuurde. Maar die rekeningen liepen uit de hand en mijn overbuurman betaalde niet. Toen de aannemer aandrong en op de overschrijding van de betalingstermijn wees, verklaarde mijn overbuurman moedig dat hij helemaal niet zou betalen als hij niet eerst een creditnota voor een substantieel bedrag zou krijgen. De aannemer wist dat er niets mis was met zijn rekeningen maar hij zat in geldnood. Hij stuurde de creditnota en ontving mokkend het gereduceerde bedrag.

De rechtsvraag is: kunnen mijn buurman en de aannemer van mijn overbuurman er nog iets aan doen? Kan mijn buurman alsnog schadevergoeding vorderen wegens wanprestatie of is hij aan zijn verklaring dat alles goed was gebonden? Kan de aannemer alsnog betaling vorderen van het restant van zijn rekening?

Ik zal u straks het antwoord geven. Eerst een ander verhaal uit de Nederlandse rechtspraak. Deze keer geen aannemer maar een ex-werknemer - een artsenbezoeker - van Ciba-Geigy. Zijn arbeidsovereenkomst was ontbonden door de kantonrechter waarbij aan hem een vergoeding van 240.000 gulden was toegekend, in termijnen te betalen. Partijen spraken af dat een tweede procedure - over autokosten, vakantiedagen etcetera - door de artsenbezoeker zou worden ingetrokken.

Kort na deze afspraak kwamen partijen overeen dat Ciba-Geigy de resterende termijnen van de vergoeding in één keer zou betalen door storting ineens als koopsom voor een door de artsenbezoeker afgesloten levensverzekering. Dat moest vóór 31 december gebeuren. Ciba-Geigy stond op het punt dat te doen, toen haar bleek dat de artsenbezoeker de tweede procedure niet had ingetrokken maar integendeel de kantonrechter had gevraagd Ciba-Geigy in de proceskosten te veroordelen. Boze telefonades volgden. Aan de artsenbezoeker werd medegedeeld dat de storting voor de koopsompolis niet zou plaatshebben als hij niet onmiddellijk de nog aanhangige procedure zou intrekken, de proceskosten voor zijn rekening zou nemen en finale kwijting zou verlenen ”voor alle vorderingen uit het vroegere dienstverband voortvloeiende'. De artsenbezoeker deed wat hem gezegd werd en de koopsom werd - tijdig -- gestort.

Wat gebeurde er toen? U raadt het al: de artsenbezoeker begon een derde procedure. Ditmaal vorderde hij 565.000 gulden materiële schade - die was hij de vorige keer vergeten - en nog een bedrag wegens immateriële schade. Natuurlijk werd aan hem de verleende kwijting tegengeworpen. Kon de artsenbezoeker daar doorheenbreken?

Op het eerste gezicht zal men de artsenbezoeker niet veel kans geven. Hij had toch finale kwijting gegeven! Net als mijn buurman en de aannemer van mijn overbuurman.

Inderdaad kreeg de artsenbezoeker bij de kantonrechter en in hoger beroep bij de rechtbank geen voet aan de grond. Maar dan ziet men hoe nauwkeurig de Hoge Raad alles bekijkt. Een kwijting is vernietigbaar - en dat geldt voor alle rechtshandelingen - wanneer zij onder bedreiging tot stand komt. Men is geneigd daarbij te denken aan bedreiging met geweld, een ”verbouwing' bij voorbeeld. Daarmee is in elk geval mijn buurman geholpen. Maar volgens de Hoge Raad hoeft het niet per se geweld te zijn. Men kan ook dreigen met het niet nakomen van een (andere) overeenkomst. Waar het om gaat is dat de in het vooruitzicht gestelde handeling onrechtmatig is en nadeel oplevert. Verder moet de bedreiging van zodanige aard zijn dat een redelijk oordelend mens daardoor kan worden beïnvloed. Bij onze artsenbezoeker zou dat best eens zo kunnen zijn.

De artsenbezoeker had dus nog niet verloren. En de aannemer van mijn overbuurman heeft ook nog een kans.