Dondert-niet-hoe-plot van Rijnders geestloos

Voorstelling: Roelofarendsveen van Gerardjan Rijnders door Toneelschuurproukties. Regie: Koos Terpstra. Spel: Harriët Stroet, Saskia Temmink. Gezien: 25/2, Toneelschuur, Haarlem. Nog te zien: vanavond, aldaar, daarna elders t/m 7/4.

“Ik wil jou vergeven / aan de diepste krochten van de hel / zoals je mij vergeven hebt / aan de uiterwaarden / van het vrouwelijk bestaan.” Zegt het ene personage. Waarop de ander: “Wat zeg je nou toch weer?” En de eerste weer: “Ik zeg ook maar wat”. "Een sprookje' luidt de ondertitel van Roelofarendsveen, het nieuwste stuk van Gerardjan Rijnders, en dat is niet voor niets: in een sprookje is immers alles geoorloofd. Waarvan de citaten getuigen.

Net als het zojuist door Toneelgroep Amsterdam uitgebrachte Count your blessings is Roelofarendsveen, een Toneelschuurproduktie in de regie van Koos Terpstra, een collage van overal en nergens aangetroffen tekstflarden, woorden en gedachten. Kern is deze keer een vracht aan citaten uit het handboek van de Jehova's getuigen, beeldenrijke taal met apodictische strekking. Die lardeert Rijnders met dialogen, minstens even beeldenrijk, minder apodictisch, zeker zo onbegrijpelijk. En dit alles laat hij uitspreken door twee dikke heren, Roel en Arend, die later transformeren in respectievelijk hun eigen dochter en ex-vrouw. En als zodanig een lesbische relatie hebben.

Regisseur Koos Terpstra houdt de schijn op Rijnders' het-dondert-niet-hoe-plot te begrijpen, evenals Harriët Stroet en Saskia Temmink, de vertolkers. Als corpulente heren zitten ze in stoelen, schreeuwen hun tekst, verdwijnen om de beurt en komen terug in hun nieuwe gedaante. Dan zeggen ze de rest van hun tekst, de handeling blijft beperkt tot het opzetten van een plaatje en een waterketeltje. En tot het verspreiden van wat kunstrook aan het slot.

Wat Roelofarendsveen verder nog zijn moge, het is in elk geval het bewijs van een dramatisch gebrek aan zelfkritiek. Hoe kan Rijnders zich er niet voor schamen? Context is er niet, dus het is vrij citeren. “Ik heb nooit een remslaap / ik heb een noodremslaap”. En: “Zit jij dan zo vol gram?” “Even vol gram als jij vol kilo's.” Of: “Dit is realiteit / geen uitstrijkje.” Of: “De pot verwijt de ketel...” “Ik ben geen pot / ik hou van jou.” “Dus een pot.” En dan de mode-woordjes: stadsdeel, magnetronfolie, vibrator, hapklare brok.

Hier zijn personages aan het woord, niet de schrijver. Maar Rijnders maakt ze woordvoerder van het armoedigste soort oneliners - die als leuk gepresenteerd worden, in werkelijkheid het tegendeel daarvan zijn en daardoor zo pijnlijk zijn dat je geneigd bent op de vlucht te slaan. “Sonja Barend is de Leni Riefenstahl / van het derde net” hoorde ik een van de actrices op een gegeven moment zeggen. Zoveel geestloosheid, en toch op de planken gebracht.