DE PIJN VAN NIET MEER DE LEIDER ZIJN; Amerika en het afscheid van de vrijhandel

Vrijhandel staat in Amerika niet langer voor ongebreidelde exportgroei, maar betekent ook ontslagen in Michigan en ziekte en vervuiling aan de Mexicaanse grens. Nu Amerika zijn economische hegemonie verliest, moet het afscheid nemen van de laissez-faire-politiek van Reagan en Bush. Handelsblokken kunnen misschien de export veiligstellen, maar president Clinton krijgt met het Westeuropees mercantilisme ook dode dolfijnen bij de tonijn. En de werkloosheid is nog lang niet opgelost als je de grenzen met Canada en Mexico opent.

Het stinkt in de straten van het Texaanse grensstadje Laredo. Overal hangt de penetrante geur van vuur en verrotting. De rookwolken komen van de vuilstortplaats in de Mexicaanse zusterstad Nuevo Laredo, aan de overkant van de smalle Rio Grande. De dampen voldoen niet aan de strenge Amerikaanse milieubepalingen. Maar de douane kan er niets aan doen. Nu eens ontbranden de hopen vuilnis vanzelf, dan weer stookt een van de vele dumpjutters een vuurtje om zich 's nachts warm te houden. Terwijl de varkens, biggen en schurftige honden rondscharrelen, storten vrachtwagens van assemblage-bedrijven chemisch afval, dat bij regenbuien de rivier in spoelt.

Door de enorme hoeveelheden ongezuiverd rioolwater is de Rio Grande een praktisch dode rivier geworden, die ziekte en epidemieën aanricht bij degenen die van het water afhankelijk zijn. Hongerige Mexicanen halen er zo nu en dan een misvormd visje uit. De uitwerpselen uit het riool worden benedenstrooms opgevangen door het waterleidingbedrijf van Nuevo Laredo.

Ook het Amerikaanse Laredo kan niet aan de effecten ontkomen. Dr. Adolph Kahn van de Rio Grande River Health Association, somt de problemen in de grenssteek op: zeven maal zoveel geelzucht, drie maal zoveel lever- en blaaskanker als normaal in Texas. Cholera dreigt. Er worden baby's geboren zonder hersenen. Met zijn grote, Amerikaanse stationcar hobbelt Kahn over modderwegen om vuilnisbelten en open riolen te inspecteren. De 67-jarige gepensioneerde veearts en zoon van een Franse immigrant en een Mexicaanse moeder is in Texas opgegroeid, in de tijd dat er in de lege, droge vlakte van een grens nauwelijks sprake was. Hij herinnert zich nog dat hij bij jacht- en vispartijen het water van de Rio Grande dronk, zonder ziek te worden. Zelfs als het water nu al is ontsmet, bevat het nog chemicaliën zoals xyleen en andere industriële oplosmiddelen.

Het zijn de bijverschijnselen van de economische explosie die de twee Laredo's de laatste jaren doormaken. Aan Mexicaanse zijde staan honderden maquiladoras, assemblagebedrijven, die gebruik maken van de lage lonen en lakse vestigingsvoorwaarden ter plaatse. Aan de Amerikaanse kant van de grens staan de directiekantoren, truckbedrijven en distributiecentra om de geassembleerde produkten of onderdelen weer naar fabrieken en groothandels in Amerika te verspreiden.

Zichtbare hand

Voor sommige macro-economen en exporteurs is Laredo een economisch utopia, waar ieder zijn comparatieve voordelen uitbuit: hooggeschoolde arbeid en kapitaal in Amerika en goedkope arbeidskrachten in Mexico. Maar de geïnternationaliseerde omgeving lijkt steeds minder vertrouwd en beheersbaar. Amerika is niet langer een eiland, stelde president Clinton vast in zijn inauguratietoespraak: ""Communicatie en handel zijn wereldwijd; investeringen mobiel; technologie is bijna magisch en de ambitie tot een beter leven universeel. Diepe en sterke krachten brengen schokken teweeg in onze wereld.'' Clinton riep op tot verbeterde concurrentiekracht. Maar onder druk van de snelle veranderingen is het Republikeinse laissez faire ook in Amerika aan revisie toe. Vlak na de oorlog maakte vrijere handel de wereld toegankelijk voor exporten van de VS, die de helft van de wereldproduktie in handen hadden. Industriële planning in Europa en Japan schaadde Amerika niet. Economische groei elders in de wereld bood tevens exportkansen voor de Amerikaanse industrie. De een zijn brood was de ander zijn brood. Het was een van de motieven achter het Marshallplan voor economisch herstel van West-Europa. De wereldorde werd toen niet geleid door de onzichtbare hand van de vrije markt maar door de zichtbare hand van Amerika.

Nu de economische macht van Amerika afneemt en het wereldsysteem verbrokkelt, wordt de een zijn brood de ander zijn dood. Buitenlandse successen gaan vaak gepaard met Amerikaanse sluitingen zonder dat er meteen iets beters voor in de plaats komt. De presidenten Reagan en vooral Bush namen protectionistische maatregelen onder de vlag van vrijhandel voor het "openen van markten'. Iedereen moest dezelfde regels volgen. President Clinton lijkt een praktischer en minder ideologische benadering te kiezen. De werkgelegenheid in zijn eigen land staat voorop. Hij is verkozen om banen te scheppen. Veel Amerikanen worstelen met het gevoel dat ze de greep op hun eigen wereld kwijt zijn. Fabrieken verhuizen naar het buitenland, de grenzen vervagen. Hoewel het Amerikaanse handelstekort met de wereld is gedaald tot slechts een half procent van het Binnenlands Nationaal Produkt, is er een algemeen gevoel van economische achteruitgang. Zo komt er in Amerika een soort Europees mercantilisme op.

Armste stad

Laredo bevindt zich nog in een ouderwetse, chaotische goldrush. De smalle wegen zijn permanent verstopt met vrachtauto's. Een stuk land dat eerst 75 dollar opbracht, is nu 65.000 dollar waard. Op weidse industrieterreinen staan onafzienbare rijen containers. Her en der zijn snel betonnen winkelcentra neergekwakt met Amerikaanse ketens als Toys R Us en JC Penney's. Laredo is nog steeds de op een na armste stad van Texas met wijken van kleine vervallen houten bungalows. Maar aan de rand van de stad zijn ommuurde enclaves ontstaan met nieuwe villa's en golfvelden. Bijna alle auto's hebben elektronische alarminstallaties wegens de veelvuldige diefstal. Kahn is al drie stationcars kwijtgeraakt. ""Die zijn erg populair in Mexico'', verzucht hij.

Nuevo Laredo krijgt honderdduizenden nieuwe inwoners, van wie maar een klein percentage een felbegeerde baan in een van de fabrieken bemachtigt. Ze wonen in hutten van hout of afgedankte bouwmaterialen. Hun wekelijkse portie drinkwater verzamelen ze in oude, chemische vaten. Elektriciteit en wc ontbreken. Toch zeggen de bewoners dat ze het hier beter hebben dan op het platteland, waar ze vandaan kwamen. ""Mijn man moest daar zout halen uit een mijn. Nu werkt hij voor een goed huis'', zegt een vrouw. ""We kunnen hier het eten tenminste delen. Daar hadden we helemaal niets'', herinnert een ander zich van het 40 zielen tellende dorpje waar ze vandaan kwam. Als ze wanhopig zijn, kunnen ze altijd nog over de rivier zwemmen, naar Amerika.

General Motors laat in Nuevo Laredo bedrading voor auto's maken. In schone fabriekshallen met gratis cafetaria's en bedrijfsdokters werken Mexicaanse arbeiders voor twee tot drie dollar per uur. Ze solderen of wikkelen isolatieband om dradenbundels. In Amerika zouden de arbeidskosten al gauw tussen de twintig en dertig dollar per uur bedragen. Auto's zouden dan te duur worden.

Zakenlieden in Laredo zijn enthousiast over hun boom en een nieuw Noordamerikaans handelsverdrag (NAFTA) moet de grenzen tussen Canada, de VS en Mexico nog verder openen. Dit grensgebied is net als het kleine Nederland gebaat bij open grenzen. De krant van Nuevo Laredo, El Diario, verwelkomt dan ook met luidruchtige koppen elke nieuwe liberaliseringsmaatregel. Amerikaanse toeristen hoeven bij de grens niet langer over te stappen op Mexicaanse bussen, maar mogen in hun eigen bus blijven zitten. Libre Commercio Latino!

Toch is niet iedereen even tevreden over het NAFTA-verdrag, dat vergelijkbaar is met een fusie tussen West-Europa en Noord-Afrika. Vakbondsleiders noemden het Noordamerikaanse handelsverdrag "een ramp'. Volgens miljardair en activist Ross Perot ontstaat er op de dag van ratificatie ""een krachtig zuiggeluid'' van alle Amerikaanse bedrijven, die naar de noordgrens van Mexico verhuizen.

Het NAFTA-verdrag is een dik boekwerk geworden, dat volgens tegenstanders belangrijke aspecten van de nieuwe handelsrelatie, zoals de gevolgen voor het milieu, ongeregeld laat. President Clinton wil daarover begeleidende overeenkomsten sluiten. Het belang van regulering van handelsrelaties is voor Amerikanen duidelijk geworden. ""Een verdrag van 2000 pagina's is per definitie geen vrijhandelsverdrag'', zegt Alan Tonelson van het Economic Strategy Institute, een denktank die meer bescherming van Amerikaanse industrie voorstaat.

Baggeren

In Amerika is net als in West-Europa de hoge werkloosheid het meest dringende probleem. Liberalisering van handel verhoogt de levensstandaard door grotere efficiency maar creëert niet direct banen. Het vrijhandelsdogma is gebaseerd op de theorie van de vergelijkende kostenverschillen van de Brit David Ricardo (1772-1823). In een vrije wereldmarkt doet iedereen waar hij relatief het beste in is. Nederlanders baggeren en Duitsers bouwen machines. Door dergelijke efficiency en taakverdeling is er minder werk nodig om het zelfde te produceren. Van vrijhandel en vrije markten profiteert de consument. ""Maar de consument heeft ook een ander pak en dat is dat van de werknemer'', pleegt Robert Crandall, directeur van American Airlines te zeggen. De door concurrentie verstoten werknemers in Amerika krijgen niet vanzelfsprekend een baan in een hoger ontwikkelde industrie, zij eindigen maar al te vaak als schoonmaakkracht bij de McDonald's.

Een extreem voorbeeld van de tegenstelling is het voormalige Oost-Duitsland. Het had volledige werkgelegenheid maar de nationale standaardauto was een veertig jaar oud model Trabant. De prijs voor de nationale, Oostduitse computerchip lag ver boven die in de wereldmarkt. Zodra de grenzen open gingen, kochten de Oostduitsers Audi's en Volkswagens en moesten ze massaal afvloeien uit hun verouderde bedrijven.

In academische kringen is er sprake van een scheiding der geesten over de theorie en praktijk van handel. Theoretische modellenbouwers wijzen op de hoge groeicijfers, die de calculerende computers toeschrijven aan een vrije wereldmarkt. De speurders betwijfelen de realiteitswaarde van de modellen en concentreren zich meer op de kneepjes van de werkelijke, harde strijd om internationale markten. Een dergelijke tegenstelling bestond ook tussen de negentiende-eeuwse Brits-Amerikaanse theoretische klassieke economen (Ricardo, Adam Smith) en de meer op de alledaagse praktijk gerichte Duitse historische school (Friedrich List), die aan de wieg stond van het succesvolle Duitse industriële mercantilisme, als uitdaging aan de Britse hegemonie.

Laura d'Andrea Tyson, de voorzitter van de Raad van Economische Adviseurs, is bij het prestigieuze MIT geschoold als modellenbouwer maar hoort nu tot de speurders. Haar laatste boek handelt over concrete onderwerpen als de strijd tussen Japan en de VS over de verovering van de markt voor computerchips en de Westeuropese subsidies voor Airbus. Haar recepten klinken Europees: meer subsidies om hoogtechnologische industrieën te steunen of van de grond te krijgen.

Ook de vroede vaderen van de naoorlogse economische orde wilden de wereldeconomie zeker niet overlaten aan de onzichtbare hand van de vrije markt. Actieve, internationale samenwerking en nationale planning door overheden voor volledige werkgelegenheid was een belangrijke doelstelling van de Brit John Maynard Keynes en de Amerikaan Harry Dexter White voor het Bretton Woods akkoord. De economische crisis en massawerkloosheid hadden bijgedragen tot de Tweede Wereldoorlog. Dat moest in de nieuwe tijd worden voorkomen. Het uiteindelijke akkoord stelde Keynes teleur. Engeland viel al snel weg als wereldmacht en Amerika nam het roer alleen over. Nu Amerika niet meer de centrale economische motor van het systeem is, nemen kleinere economische machten, zoals Japan en Duitsland, niet de medeverantwoordelijkheid die Amerika zou wensen. Duitsland heeft pas laat besloten tot een kleine verlaging van de rente. De internationale coördinatie is zoek.

Roze Cadillacs

Amerika heeft, nu zijn economie aantrekt maar banen schaars blijven, weinig perspectieven voor export. West-Europa zakt zelf weg in een recessie. De opening van de binnengrenzen geeft Westeuropese concurrenten een voordeel ten opzichte van buitenstaanders in elkaars landen. Japan neemt in de huidige economische malaise steeds minder uit het buitenland af, ondanks een reusachtig overschot op de betalingsbalans. De Japanse overheid, die niet met een tekort kampt, is pas laat met een stimulering van 150 miljard dollar gekomen. In Amerikaanse ogen is dat te weinig.

Voor exportgroei richt Amerika de blik dus naar het zuiden. Voormalig president Bush propageerde het Noordamerikaanse handelsverdrag als ""het beste banenplan''. De Amerikaanse export naar Mexico zal de eerste tien jaar na ratificatie van het Noordamerikaanse vrijhandelsverdrag toenemen, berekenen de specialisten. De maquiladoras worden van Amerikaanse machines voorzien. Maar dan, in de tweede fase, groeien de Amerikaanse importen uit Mexico en verdwijnen de Amerikaanse exportbanen. Het Institute for International Economics, waar Bush voor zijn beleid op steunde, heeft dit scenario deze week bevestigd. Vorig jaar jubelde het instituut nog over de banengroei in de VS voor de komende vijf jaar. Maar afgelopen week moesten de auteurs van die publikatie bekennen dat het op de lange termijn waarschijnlijk een netto banenverlies zou opleveren.

De uitbestedingen naar Mexico drukken het Amerikaanse loonpeil. Een kwart van door het opiniebureau Roper gepeilde bedrijven gebruikt het Noordamerikaanse handelsverdrag als argument om de lonen laag te houden. Tweevijfde van de bedrijven wil produktiecapaciteit naar Mexico verhuizen. De tijd dat Amerikanen een goed salaris konden verdienen met ongeschoold werk in de fabriek is definitief voorbij. Het oude Motown van de arbeiders in roze Cadillacs en cruisende Chevy's vertegenwoordigt een unieke en afgesloten periode in de Amerikaanse geschiedenis. ""Het gaat bij vrijhandelsverdragen om meer dan het sturen van Eerste-Wereld-fabrieken naar de Derde Wereld. Het gaat erom dat ze de sociale omstandigheden van de Derde Wereld naar het Westen sturen'', aldus Walter Russel Mead in Harper's Magazine.

General Motors kan zich alleen herstellen door grotere efficiency en dat vergt uitstoot van nog meer arbeidskrachten. Chrysler bouwde in een vervallen wijk van Detroit een fabriek met 500 miljoen dollar subsidies en belastingvoordelen. Toch gaat het slechts om 2100 nieuwe banen en de wijk is er nog even slecht aan toe als vroeger.

Het succes van de Japanse concurrentie en de uitbesteding van werk naar het goedkope buitenland hebben veel fabrieksarbeiders beroofd van een baantje dat 15 tot 20 dollar netto per uur opleverde. Nu krijgen ze een uitkering of werken ze voor vijf dollar per uur in de veelgeroemde dienstensector. In de enige beschermde sector, de defensie-industrie, moet drastisch worden gesnoeid. De kans is klein dat de vrije markt die mooie banen ooit weer terug zal geven. Vijfenveertigjarige managers komen plotseling op straat te staan en mogen blij zijn als ze voor tweederde van hun oorspronkelijke salaris iets nieuws vinden. De laatste tien jaar is het slechtst betaalde deel van de bevolking - ongeveer tweevijfde - sterk in inkomen achteruitgegaan. Ongeveer 70 procent van de groei ging naar de hoogste één procent van inkomenstrekkers.

Have en goed

Het Noordamerikaanse handelsverdrag heeft mede tot doel de stroom illegale immigranten in te dammen door banen in Mexico te scheppen. Voorlopig is dat een wensdroom. Verwacht wordt dat de efficiënte Amerikaanse landbouw de Mexicaanse boeren weg zal vagen. Wel 15 miljoen Mexicanen kunnen zo van hun have en goed worden beroofd. Veel van deze plattelandsbewonders zullen noordwaarts trekken of zwemmen.

Toch zijn Amerika, Canada en Mexico tot elkaar veroordeeld door handelsblokvorming elders in de wereld. Ook andere Latijns-Amerikaanse economieën groeien snel. Clinton wil het Noordamerikaanse handelsverdrag voordragen voor ratificatie en laten vergezellen door nevenovereenkomsten over milieu en sociale zaken. De ondertekening van de zeven jaar geleden begonnen Uruguayronde van het Gatt-verdrag (General Agreement on tariffs and trade) voor het slechten van nieuwe wereldhandelsbelemmeringen komt voor hem pas op de tweede plaats. Hij en zijn medewerkers hebben er nog weinig over gezegd. Hij wil aan de Senaat waarschijnlijk een nieuwe onderhandelingstermijn van negen maanden vragen.

Zelfs grote voorstanders hebben kritiek op het wereldhandelsverdrag Gatt als instituut. De Uruguayronde moet erdoor worden gewurmd, als symbolische overwinning op de duistere krachten van het protectionisme. Maar na ratificatie of de mislukking daarvan moet het anders. ""Gatt is het laatste overblijfsel van een gesloten wereldsysteem'', zegt Daniel Esty van het vrijhandelsgezinde Institute for International Economics.

Amerikanen zijn ongerust dat hun land souvereiniteit moet inleveren aan een ondemocratische instelling, waarin het niet langer de lakens uitdeelt. De president kan op advies van technocraten buiten het Congres om internationale afspraken maken met onvoorziene effecten.

De Amerikaanse regering kreeg vorig jaar een voorproefje, toen ze de import van Mexicaanse tonijn verbood, omdat in de Mexicaanse netten ook talloze dolfijnen verstrikt raakten. Dat is in strijd met een Amerikaanse natuurbeschermingswet. Maar Mexico klaagde bij de Gatt-autoriteiten en kreeg gelijk van een tribunaal van drie anonieme specialisten. Esty ziet graag een einde aan dit soort gesloten besluitvorming in Genève. Hij wenst een verantwoordingsplicht met de mogelijkheid van lobbyen door belanghebbenden.

Gatt lijdt aan een Maastricht-effect: wat diplomaten na moeizame, besloten besprekingen voor elkaar krijgen, ontvangt weinig brede steun. Er is ook dezelfde vicieuze cirkel. Omdat het verdrag ondemocratisch tot stand komt, staat niemand er achter. Voor meer inspraak moet de instelling worden versterkt, maar daar ontbreekt algemene steun voor door gebrek aan inspraak.

Na het einde van de Koude Oorlog voelt Amerika zich niet langer verplicht om de ideoloog van de vrijhandel te blijven spelen. Evenmin achten bondgenoten zich nu nog gebonden aan Amerikaanse zedepreken. De presidenten Reagan en Bush waren de laatste voorvechters voor een wereldwijd laissez faire. En ook zij ontdoken steeds vaker het Gatt-verdrag door met andere landen "vrijwillige' produktiebeperkingen af te spreken, en door een papieren guerrilla van klachtenprocedures en sancties tegen buitenlandse concurrenten.

Voor Clinton is onderwijs de sleutel tot verbetering van de Amerikaanse concurrentiepositie. Zijn nieuwe vier-jarenbegroting voorziet in belastingverlagingen en subsidies voor opleidingen voor werknemers. Maar ook het opleidingsniveau van Mexicanen en Taiwanezen stijgt, terwijl ze voor minder geld werken. Er is dus meer nodig. ""De wereld verandert zo snel dat we agressieve, doelgerichte pogingen moeten wagen om de hoge-lonenbanen voor de toekomst te scheppen. Dat doen onze concurrenten ook'', zei Clinton afgelopen week tijdens zijn toespraak voor het Congres.

Landen krijgen hun comparatieve kostenvoordelen in de handel niet door natuurlijke begaafdheid. Vaak is het toeval. Waarom is Boeing in Seattle gevestigd en niet in Kansas City? ""Zeker in de belangrijkste industrieën heeft succes te maken met historisch toeval en cirkelveroorzaking: een industrie is efficiënt, omdat ze groot is en groot omdat ze efficiënt is'', aldus Paul Krugman, hoogleraar aan het MIT. De staat kan bij de hoogtechnologische industrieën het toeval een handje helpen, zeker nu de geldbronnen van het Pentagon opdrogen.

Japan

De meest succesvolle economische wereldmacht is het mercantilistische Japan. Ondanks lage importtarieven is de Japanse markt voor Amerikaanse en Europese bedrijven altijd een probleem geweest. Er valt nauwelijks tot de Japanse zakenwereld door te dringen zonder joint ventures. De goedkeuring van patenten kan meer dan tien jaar duren en meestal hebben Japanners binnen die tijd hun eigen, verbeterde remake op de markt kunnen brengen. In Amerika voeren Japanse bedrijven een onverbiddelijke strijd om de markten te veroveren, waarbij kosten niet zo'n rol spelen. Spelcomputer-fabrikant Nintendo eist van zijn verkopers een monopolie. Ze mogen geen concurrerende produkten aanbieden.

Onder de presidenten Carter, Reagan en Bush hebben Amerikanen tevergeefs geprobeerd van Japanners echte Amerikaanse kapitalisten te maken. Er werden zelfs langdurige besprekingen gevoerd over structurele belemmeringen, een soort diplomatieke sensitivity training waarbij Amerikanen en Japanners elkaar eens flink de waarheid zeiden. Er rolden vage afspraken uit voort, die nooit konden worden nagekomen. De vraag voor Clinton is of hij met dit soort vruchteloze, ideologische exercities zal doorgaan, of dat hij in navolging van de Europese commissie gewoon een plafond aan het aantal geïmporteerde auto's stelt of tarieven heft op elektronica. Voorheen golden dergelijke afspraken als "vrijwillig'. Maar er broeit nu een nieuwe confrontatie met Japan.

Met West-Europa zou Amerika in rustiger vaarwater moeten verkeren, omdat het een overschot van 16 miljard heeft op de betalingsbalans. Toch hebben Amerikaanse en Westeuropese handelsdelegaties jaren lang gekibbeld over de vermindering van de landbouwsubsidies. Na een moeilijk akkoord afgelopen december over sojabonen hebben Amerikaanse handelsspecialisten zich verbitterd teruggetrokken. President Clinton heeft Perots techniek overgenomen om buitenlanders de schuld te geven voor binnenlandse problemen. Voor werknemers van vliegtuigbouwer Boeing in Washington klaagde hij deze week over de Westeuropese Airbus. ""Heel wat ontslagen zouden hier niet zijn aangekondigd, als West-Europa geen 26 miljard dollar in Airbus zou hebben gestopt, terwijl de Verenigde Staten er gewoon passief bij zaten. We moeten nu de spelregels veranderen'', zei hij daar. Westeuropese autoriteiten bereiden nu als voorzorgsmaatregel een klacht voor tegen financiële voordelen die de Amerikaanse vliegtuigindustrie van de overheid geniet.

Het succes van sommige Amerikaanse exportprodukten heeft in West-Europa vragen opgeroepen. Zou het beperken van het aantal Amerikaanse soap opera's op Europese televisie een ongeoorloofde handelsbelemmering zijn? Mogen Westeuropese landen de import van hormoonhoudend vlees beletten? In een ideale wereld zouden Westeuropese landen boete moeten betalen voor deze belemmeringen, vindt Esty van het Institute for International Economics. ""Het zijn morele oordelen en die zijn economisch niet relevant'', zegt hij. Maar gaat economie altijd boven moraal? Moet de televisietijd permanent worden gevuld met Amerikaanse schietpartijen omdat de handelsverhoudingen daartoe dwingen? Het zijn vragen die de onzichtbare hand van de vrije markt altijd luchtig heeft weggewuifd.

De winkelcentra in Laredo zijn populair bij de Mexicanen die een speciale vergunning bezitten om Amerika te bezoeken. De grote shopping malls zijn voor de autobezitters van over de grens. In de drukke straten van de binnenstad wandelen de Mexicaanse voetgangers, die slechts één brug hoeven over te steken. Alle mogelijke elektronica en speeltjes zijn er te koop: van eenvoudige transistorradio's tot stereo-installaties. Ze zijn goedkoop, zonder de Mexicaanse importtarieven. Zo krijgt de Mexicaanse consument cd in zijn hut, maar wanneer komt de wc?