CHINESE SOJAKIP

De kip wordt gepocheerd in een mengsel van sojasaus, kippebouillon, rijstwijn en suiker met als resultaat sappig en heel aromatisch kippevlees, dat koud het lekkerst is. Gebruik wel de Chinese of Japanse sojasauzen en niet de Indonesische (ketjap), die (evenals de rijstwijn) te koop zijn in toko's.

Het pocheervocht dat overblijft, kunt u invriezen (wel eerst goed ontvetten) en een volgende keer opnieuw gebruiken.

Voor 4 personen:

1 (mas)kip van circa 1 kilo

4 plakjes verse gemberwortel

4 lente-uitjes

voor het kookvocht:

8 deciliter kippebouillon (uit een pot) of gewoon water

1/2 liter donkere sojasaus

1 1/2 deciliter lichte sojasaus

3 deciliter rijstwijn (mirin)

100 gram suiker

3 kaneelstokjes

Vul de buikholte van de kip met de plakjes gemberwortel en de schoongemaakte en in stukken gesneden lente-uitjes. Breng de ingrediënten voor het kookvocht in een grote pan aan de kook. Leg de kip met de borst naar boven in het vocht (voeg zo nodig wat water toe, zodat de kip helemaal is bedekt) en pocheer de kip onafgedekt zachtjes circa 1 uur. (Het vocht mag niet echt koken, maar moet net tegen de kook aan blijven.)

Draai het vuur uit en keer de kip, zodat de borst onder komt te liggen. Leg het deksel op de pan en laat de kip zo nog circa 1 uur staan.

Neem de kip uit het vocht en laat haar afkoelen. Verdeel de kip dan in stukken en verwijder desgewenst het vel. Lepel het vet van het pocheervocht, schenk wat in een kommetje en serveer het bij de stukken kip.