Buddlenee, Buddleja

Dit is de tijd van het jaar dat je mensen in hun tuin ziet dwalen - of stilstaan - verloren in mijmering, met in één hand een boek en in de andere een snoeischaar. Na een paar maanden behalve wat wieden weinig anders te doen te hebben gehad dan het bewonderen van winterbloeiers en het overwegen van een volledige herindeling van de hele tuin, wordt plotseling het reveille geblazen: als je nu niet gaat snoeien komen er deze zomer geen bloemen. Goed snoeien is als een investering: op den duur zal het je kapitaal vermeerderen. Maar terwijl je het aan het doen bent, de sappige knoppen in ogenschouw nemend die bovenaan de clematis zaten en nu vertrapt op de grond liggen, lijkt het eerder het tegengestelde, meer een depreciatie van activa.

Het eerste wat je moet doen, volgens de boeken, is het makkelijkste: koop een goede kwaliteit snoeischaar met twee geslepen bladen, die een schone, propere snede maakt. Alleen al deze dure aankoop bevordert het zelfvertrouwen; de volgende stap is er de plant mee te lijf te gaan die op aarde werd gezet voor beginnende tuiniers om 't op te leren: de Buddleja davidii - zo werd het in Holland blijkbaar altijd al gespeld (""Heette de ontdekker niet Mr Buddle?'' ""Buddle, ja.'') maar in Engeland zijn ze daar pas kort geleden toe overgegaan: daarvóór schreven ze Buddleia.

Deze buddleja is niet alleen gemakkelijk te snoeien, maar illustreert ook een van de grondbeginselen van deze ingreep. Aangezien zij bloeit op nieuw hout, dat wil zeggen de scheuten die in dat jaar zelf zijn gevormd, is het zinloos - en slordig - om het oude hout te laten zitten; zoals daaruit volgt kun je alle groei van vorig jaar afknippen, tot een centimeter of tien van de grond. Dat schenkt voldoening en is tegelijk een goede test voor de nieuwe snoeischaar. Er zullen ook, zo was het tenminste op de mijne, een paar bladknoppen onderaan de plant zitten, zodat je kunt zien dat je niet bezig bent haar te slachten (hoewel de levensvatbaarheid van de buddleja afgeleid kan worden uit het feit dat zij voorkomt in het onkruidboek van Roger Phillips; zij was een veel voorkomende verschijning in de ruines van uitgebombardeerde huizen in Londen en de zaden ""komen op onverwachte plaatsen op, zoals op muren en in goten'').

Veel andere planten bloeien op nieuw hout, meestal laat in de zomer, en de meeste zijn gemakkelijk te snoeien, hoewel er een zekere mate van doodsverachting voor nodig is. Clematis X jackmanii is wat minder gangbaar op braakliggend land dan de buddleja en er moet wat vaker in het boek worden gekeken voor je ze onderaan durft door te knippen (net boven een paar gezonde knoppen). Het opmerkelijke is dat de plant toch ieder jaar groter wordt, telkens weer opgroeiend uit hetzelfde begin. Vroegbloeiende clematissen, zoals C. montana of C. macropetala, bloeien op hout ontwikkeld in het vorige jaar, dus het wegsnoeien daarvan is als het afzagen van de tak waar je op zit. Als ze al gesnoeid moeten worden dient dat direct na de bloei te gebeuren.

Het voorgaande is dus het tweede grondbeginsel van het snoeien, en het is ook van toepassing op vroegbloeiende heesters zoals boerenjasmijn, deutzia en weigela. Christopher Lloyd adviseert in zijn Well-tempered Garden om zulke planten laat in de winter te snoeien, tegelijk met de bloeiers op nieuw hout, op grond van het feit dat in juli ""de jonge scheuten zo teer en bros zijn dat ze gemakkelijk er af worden gestoten; dat er op dat tijdstip zoveel andere dingen te doen zijn in de tuin; en dat je 's winters, als de bladeren er af zijn, veel beter kunt zien wat gedaan moet worden aan een bladverliezende heester''. Dit was het advies dat ik tot dusver in blind vertrouwen opvolgde, besloten hebbend me te houden aan één autoriteit en aan hem alleen, maar ik vrees dat het blindelings volgen van deze leer, net als bij de vroege Christenen, tot een vrij groot percentage martelaars leidde.

Het is, denk ik, niet de leer die verkeerd is; het is eerder dat de noviet de kans loopt haar verkeerd toe te passen. En zo bewerkstelligde het gehoorzaam opvolgen van Lloyds voorschrift over wat gedaan moest worden aan de deutzia (""verwijder alle bloeischeuten van het afgelopen seizoen'') dat ik er vorige winter ook een aantal van die van het komende seizoen afknipte; als gevolg daarvan heeft de arme plant vorig jaar bijna niet gebloeid. Misschien ben ik er dit jaar wat later aan begonnen, of misschien ging zij al vroeger van start, maar ik vond haar vol kleine plukjes bladeren met duidelijke bloemknoppen ertussen genesteld, precies op de plaatsen die ik weggeknipt zou hebben als ik de instructies blindelings gevolgd zou hebben. Ik vermoed dat men met jarenlange ervaring inderdaad in februari al kan voorspellen welke gedeelten zullen gaan bloeien en welke niet, maar ik denk dat ik me voorlopig zal bepalen tot snoeien op een tijdstip dat je nog kunt zien welke gedeelten gebloeid hebben.

Het snoeien van vruchtbomen is niet een onderwerp waarin ik mij verdiept heb, onze oude pereboom zijnde volgens de boomspecialist "onsnoeibaar' (hetgeen op zichzelf al intrigerend is); maar het snoeien van rozen daarentegen roept nog een zekere angst bij mij op. Kijken hoe een expert de scheuten afknipt is verontrustend en een leek leert er absoluut niets van; evenmin bevredigend is in een boek lezen hoe het moet. Ook hier is nauwkeurige observatie van de plant vermoedelijk de beste benadering maar als je haar nog niet lang hebt en zij het nooit goed heeft gedaan is het heel moeilijk om precies te weten waar je op moet letten.

Het meest praktische boek dat ik over dit onderwerp ben tegengekomen is van Donald Farthing: Snoeien, wanneer en waar (Zuid Boekproducties, Lisse); het onschatbare voordeel van dit boek is dat het illustraties heeft van het type voor en na. Misschien zouden zulke aanwijzingen uitsluitend uit tekeningen moeten bestaan, net als het instructieboekje behorend bij mijn naaimachine, want zelfs mister Farthing maakt zich schuldig aan het taalgebruik waarbij de onervarene de schrik in de benen slaat: ""Snoei van Floribunda - drastisch maar verstandig.'' Of deze, met Faustiaanse echo's tussen de theehybriden: ""Op die manier blijft de struik altijd jong.''

Maar mijn lievelingscitaat over rozensnoeien komt uit The Small Garden van C.E. Lucas Phillips. Dit boek staat vol met "broadly speakings' en "fairly logicallys' die niet zo nuttig zijn als Farthings tekeningen van ervoor en erna, maar van tijd tot tijd geeft de schrijver het je recht voor zijn raap. Wanneer moet je rozen snoeien? ""Ik begin na Kerstmis en verwacht dan klaar te zijn tegen februari.'' Allemachtig, wat ik tussen kerstmis en februari zeer zeker deed is over het snoeien nadenken, maar als ik dan eindelijk in actie kwam begon ik na de lunch en was klaar tegen theetijd. Doe ik het dan toch verkeerd?