ALS MOEDERS HUN KINDEREN LATEN STERVEN

Death without Weeping. The Violence of Everyday Life in Brazil door Nancy Scheper-Hughes 614 blz., geïll., University Press of California 1992, f 59.55 ISBN 0 520 07536 6

Het Salomonsoordeel behoort tot de bekendste parabels van de westerse cultuur. De wijze koning Salomon dreigde een betwiste baby in tweeën te hakken en kon op die manier de echte moeder aanwijzen. Het is een parabel over wijs bestuur, maar net zo goed over moederliefde. "Echte' moeders zullen altijd alles doen om het leven van hun kinderen te redden, dat is de boodschap. Maar is dat wel zo vanzelfsprekend als in de moderne westerse cultuur wordt aangenomen? Dat is de vraag die de Amerikaanse antropologe Nancy Scheper-Hughes zichzelf en de lezer stelt in Death without Weeping een prachtig en tegelijkertijd verontrustend boek.

Het boek is gebaseerd op onderzoek dat plaatsvond in Noord-Oost Brazilië, één van de armste gebieden ter wereld. Terwijl de economie van Brazilië in de afgelopen decennia razendsnel gegroeid is, raakte deze droge streek in een diepe crisis. Het kappen van suikerriet op grote plantages is het enige middel van bestaan voor de bevolking. Mannen en vrouwen verdienen doorgaans minder dan twee gulden per dag, hetgeen hen nauwelijks in staat stelt in hun eerste levensbehoeftes te voorzien. Als het oogstseizoen is afgelopen, moeten ze met nog minder genoegen nemen. Terwijl zij vroeger nog kleine groentetuinen bezaten, zijn zij nu volledig afhankelijk geworden van de rietsuikermarkt.

Het grootste deel van de bevolking in Noord-Oost Brazilië lijdt dan ook permanent honger. De cijfers van Nancy Scheper-Hughes zijn schokkend. In het gebied waar zij onderzoek deed, krijgt een volwassene per dag gemiddeld tussen de 1500 en 1700 calorieën binnen. Dat is minder dan het dagelijks rantsoen van de gevangenen in het concentratiekamp Buchenwald tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is niet voor niets dat de Argentijnse schrijver Eduarde Galeano deze regio van Brazilië een concentratiekamp voor meer dan 30 miljoen mensen heeft genoemd.

Meer dan twintig jaar heeft Nancy Scheper-Hughes deze samenleving van dichtbij kunnen bestuderen, eerst als Peace-Corps medewerkster, later als (medisch) antropologe. Als ontwikkelingswerkster was haar doel vooral de honger en het leed van de bevolking te verlichten. Zo deelde zij in de jaren zestig de door de regering van de Verenigde Staten gratis verstrekte blikken melkpoeder uit. Nu moet zij constateren dat die gratis melkpoeder tot het praktisch verdwijnen van borstvoeding heeft geleid.

DIARREE EN UITDROGING

Die constatering deed zij in het kader van haar latere antropologische onderzoek naar het moederschap en moeder-kind relaties in een samenleving waar honger structureel is. Als startpunt nam zij de extreem hoge kindersterfte in het gebied. Haar gegevens geven aan dat meer dan de helft van alle baby's in het eerste levensjaar sterft. De oorzaken van deze sterfte liggen voor het oprapen. Veel moeders moeten zelf de kost verdienen en laten hun kinderen noodgedwongen de hele dag alleen. De door honger verzwakte kinderen zijn uiterst vatbaar voor allerlei ziektes, die diarree en uitdroging veroorzaken.

De door de overheid verschafte medische zorg biedt nauwelijks soelaas en wordt door de bevolking met groot wantrouwen bezien. Vaak moeten de vrouwen na een dag wachten in ziekenhuizen met hun zieke kind onverrichterzake naar huis. Een medisch consult bestaat in het algemeen uit niet meer dan het uitschrijven van een medicijn. Het gevolg is dat het soms gemakkelijker is medicijnen te krijgen dan voedsel. Hoe schrijnend deze ongecontroleerde verschaffing van geneesmiddelen kan uitpakken, bleek toen Scheper-Hughes onder de medicijnen van een duidelijk ondervoed kind een eetlustopwekkend middel vond.

Het meest opvallende in deze situatie is de ogenschijnlijke onverschilligheid van de moeders bij het sterven van hun kinderen. In dit boek zijn veelvuldig uitspraken opgetekend als ""het is maar beter zo'' of ""dat kind wilde toch niet leven''. Nog geschokter was Scheper-Hughes door het feit dat veel moeders kinderen al opgeven nog voor ze gestorven zijn. Baby's die ziekelijk ter wereld komen, niet meteen willen eten of weinig activiteit ontplooien, worden grotendeels aan hun lot overgelaten. In het dagelijkse spraakgebruik worden ze vaak aangeduid als "bezoeker' of "engeltje'. Ze krijgen nog minder te eten dan de andere kinderen en worden nauwelijks gekoesterd. Het resultaat is meestal dat ze binnen enkele maanden overlijden.

ONSCHULDIG SCHEPSEL

De moeders voelen zich echter geenszins schuldig over de verwaarlozing van deze kinderen. Integendeel, er is zelfs enige vreugde dat God opnieuw een onschuldig schepsel als "engeltje' tot zich heeft genomen. Toch ontbreekt het deze vrouwen niet aan moederliefde. Hun andere kinderen verzorgen ze met grote genegenheid en aandacht. Kindermishandeling komt in het gebied nauwelijks voor, zeker niet door de vrouwen. Als blijkt dat één van de opgegeven kinderen het toch haalt, zoals het jongetje dat Scheper-Hughes zelf adopteerde, dan wordt het zonder schuldgevoel gekoesterd.

In Death without Weeping wordt deze houding verklaard door de moeilijke sociale en economische omstandigheden in dit Braziliaanse gebied. De onverschilligheid jegens jonge kinderen is niet zozeer een teken van een hopeloze armoedecultuur, maar moet gezien worden als overlevingsstrategie van de betrokken vrouwen. Simpel gezegd beschouwen deze Braziliaanse vrouwen kinderen tot ongeveer één jaar als een te onzekere factor om er gevoelens in te investeren. Pas als een kind blijk heeft gegeven van zijn wil en vermogen om te leven, wordt het beschouwd als een individu met een eigen identiteit. Pas dan ook tonen de vrouwen belangstelling voor de eigenschappen en gelaatstrekken van hun kind.

Waar in de moderne westerse cultuur het "vasthouden' van het jonge leven centraal staat, overheerst in deze samenlevingt het "laten gaan'. Een steeds terugkerend beeld is dat baby's op vogeltjes lijken: ze kunnen van het ene moment op het andere wegvliegen. De moeders berusten erin dat ze dat niet kunnen veranderen. Ze worden daarin gesteund door hun volkskatholicisme waarin de aanvaardende Maria-figuur centraal staat. Zoals een vrouw het in dit boek uitdrukt: ""De kinderen sterven net zoals Jezus stierf, om ons te behoeden voor pijn en lijden.''

De studie van Scheper-Hughes geeft een fascinerend inzicht in de harde samenleving in Noord-Oost Brazilië. Tegelijkertijd nodigt zij ons uit na te denken over onze eigen houding tegenover geboorte en opvoeding. Het is daarbij overigens een interessante tegenstrijdigheid dat de door Scheper-Hughes genterviewde Braziliaanse vrouwen de foetus wèl menselijke status toekennen (en dus fel tegen abortus zijn), terwijl moderne westerse vrouwen dat juist niet doen.

Overigens is de grote aandacht voor het welzijn van baby's in de westerse wereld een relatief recent fenomeen. Historici als Philippe Ariès (L'Enfant et la vie familiale sous l'Ancien Régime, 1973), Edward Shorter (The Making of the Modern Family, 1975) en Elisabeth Badinter (L'Amour en plus. Histoire de l'amour maternel, 1982) hebben erop gewezen dat de hoge kindersterfte in vroeg-modern Europa mede het gevolg was van een grote onverschilligheid jegens jonge kinderen. Baby's werden veelvuldig "uitbesteed' aan voedsters. Badinter betoogt daarom dat moederliefde niet biologisch bepaald of vanzelfsprekend is, maar een resultante is van de sociale en economische omstandigheden. De "mythe' van de vanzelfsprekende moederliefde is in haar ogen pas achteraf in de westerse samenleving gecreëerd.

KOESTERENDE WARMTE

De conclusie van Scheper-Hughes is vergelijkbaar. Alleen zoekt zij haar argumenten niet in de geschiedenis, maar in het heden. Ook zij kraakt een paar harde noten met de stromingen in de psychologie en het feminisme die moederliefde en koesterende warmte als algemeen geldende en vanzelfsprekende vrouwelijke eigenschappen beschouwen. Zij keert zich daarbij ook tegen psychologen die aannemen dat de moeder zich direct, in de eerste minuten na de geboorte, aan hun kind hechten. In navolging van ondermeer Maria Piers, de schrijfster van Infanticide, benadrukt zij dat veel vrouwen voordat de hechting plaatsvindt een periode van ""fundamentele vreemdheid'' tegenover de nieuwgeborene ondervinden. Hoewel dat elke vrouw kan overkomen, is het waarschijnlijker bij vrouwen die in extreem moeilijke en onzekere omstandigheden leven. Een ""vertraagde hechting'' aan een baby weerhoudt de meeste moeders overigens niet om later van hun kinderen te houden.

Moederliefde, zo concludeert Scheper-Hughes, is in de praktijk heel wat gecompliceerder en veelvormiger dan het één-dimensionale "maternal script' dat tegenwoordig als gangbaar scenario voor de relatie met kinderen geldt. Dat is volgens haar in feite gebaseerd op een eenzijdig, westers middenklasse-beeld van moederschap.