Adviesbureaus ontdekten een Nieuw Slochteren in Den Haag; De Kamerleden zullen van schrik uit hun blauwe zetels tuimelen als dat bedrag boven tafel komt

De drie grote partijen zijn het eens geworden over een drastische inkrimping van de adviesorganen voor de overheid, maar het zou nog veel mooier zijn geweest als zij een dam hadden opgeworpen tegen de sluipende en onzichtbare adviesorganen: de zwerm van duur betaalde organisatie-, communicatie-, public relations-, trainings-, opleidings-, outplacement- en andere bureaus die zich inmiddels in het lichaam van de overheid hebben genesteld. De politici maken zich nu blij met een weliswaar niet dooie maar toch zieltogende mus (de regering had immers al aangekondigd met de meeste te willen kappen) terwijl ze een einde had kunnen maken aan een hele sprinkhanenplaag.

Ik kan niet bij benadering zeggen hoeveel overheidsgeld daarmee gemoeid is, maar ik ben ervan overtuigd dat de Kamerleden van schrik uit hun nieuwe blauwe zetels zullen tuimelen als dat bedrag ooit boven tafel komt. Een motie is voldoende: of de regering een overzicht wil geven van alle bedragen die op de diverse ministeries worden betaald voor externe adviezen. Eventueel kan ook de Rekenkamer worden ingeschakeld. Het zal de moeite lonen.

De Kamer was toch gewaarschuwd. Eind van het jaar bleek - naar aanleiding van de ƒ 65.000, betaald aan RTL4 door het ministerie van financiën - dat de overheid ondanks haar falen, zoals op het gebied van de thuiszorg, over zoveel geld beschikt dat ze er niet alleen een uitgebreid voorlichtingsapparaat op kan nahouden, maar daarnaast allerlei bureaus kan betalen en dan ook nog geld overhoudt om televisieprogramma's te sponsoren.

Een paar maanden later kwam een nog hardere waarschuwing. Enkele voormalige maatschappelijke werkers uit de jaren zestig waren onder de naam van organisatie-adviseur het ministerie van VROM binnengedrongen, hadden daar een chaos aangericht door met een moderne versie van de sensitivity-trainingen uit dit ongelukkige en beruchte tijdperk en hadden vervolgens een rekening achtergelaten van ƒ 6,8 miljoen gulden voor verleende diensten. En hoe onbegrijpelijk dit ook klinkt: er is niemand wegens verkwisting van belastinggelden ontslagen.

Het is maar het topje van de ijsberg. Er is geen overheidsinstantie, laat staan nog een ministerie, te vinden waar niet wordt doorgelicht, omgeturnd, gedynamiseerd, gemoderniseerd, gecommuniceerd, opengebroken, afgerekend en begrip bijgebracht. Niets van dit alles gebeurt door het ministerie zelf; alles is het werk van externe bureaus die in Den Haag een nieuw Slochteren hebben ontdekt. (Over de gemeenten praten we dan nog maar even niet; u moet trouwens zaterdag eens op de personeelsadvertenties letten om te zien hoe de gemeentelijke bureaucratie zich weer aan het uitbreiden is).

Het is waar dat ook het Nederlandse bedrijfsleven niet immuun is voor deze moderne ziekte. Er zijn ook ondernemers die graag drieduizend gulden op tafel leggen om te luisteren naar weer een nieuwe goeroe die dezelfde wijsheden op weer een nieuwe manier verkondigt. En als meneer Peters, schrijver van het boek In search of excellence komt spreken, verdubbelen ze nog eens dat bedrag, hoewel er van de beweringen in dat boek achteraf weinig blijkt te kloppen.

Het blijkt ook uit de geur van heiligheid die om een bureau als McKinsey hangt. Toen ik het rapport over het omroepbestel had gelezen, dacht ik dat het met een ton of twee ton toch aardig gehonoreerd zou zijn maar het bleek het tienvoudige te kosten. Een journalist zou een aardig artikel kunnen schrijven - er bestaat nu toch een stimuleringsfonds voor research-opdrachten - wanneer hij zou onderzoeken wat er met al die bedrijven is gebeurd die een McKinsey-advies daadwerkelijk hebben uitgevoerd.

Het is echter nergens zo erg als bij de overheid. Er is niets tegen wanneer zij expertise inschakelt die niet voorradig is, bijvoorbeeld juridisch of technisch advies, maar bij de overheid gebeurt veel dubbel: voorlichtingsdiensten èn ingeschakelde public relations-bureaus terwijl je toch mag aannemen dat secretarissen-generaal en directeuren-generaal niet alleen worden aangenomen om parafen te zetten maar ook om reorganisaties te bedenken en uit te voeren. Bovendien is er onevenredig veel humbug bij. NRC Handelsblad berichtte vorig jaar dat zelfs ministers en staatssecretarissen - in dit geval Simons - ook persoonlijk hun oren laten hangen naar de nieuwe tovenaars die enkele duizenden guldens per dag voor hun moderne versie van simsalabim vragen. Het is dan ook niet verrassend dat het slecht is afgelopen met het plan-Simons.

De reden is dat de overheid zich al jaren vertilt aan haar taken, haar eigen zaken niet in de hand heeft, geen zelfvertrouwen heeft en daardoor geneigd is iedere public relations- of organisatiedeskundige naar de ogen te kijken die over een vlot verhaal beschikt. Dit gebrek aan zelfvertrouwen werd nog versterkt toen de privatisering op gang kwam. Als een drenkeling pakte ze iedere hand die ze maar te pakken kon krijgen zonder oog te hebben voor de haaien die al op de loer lagen.

Typerend voor de zwakke positie van de overheid is dat ze zich zonder protest voortdurend de zwarte piet in handen laat spelen. Nederkoorn had Fokker al aan Dasa uitgeleverd voordat de onderhandelingen waren begonnen, de Daf-directie maakte er een puinhoop van en leefde nog steeds op grote voet ook toen het faillissement al voor de deur stond. En wie kreeg uiteindelijk de schuld? Minister Andriessen. Werkgevers en werknemers hebben van de WAO een zooitje gemaakt en als de regering gedwongen is maatregelen te nemen, zijn het de vakbonden die de grootste mond hebben zonder dat er een minister ooit zegt: wilt u nu eens even uw waffel houden? U bent er toch verantwoordelijk voor dat we nu moeten ingrijpen?

Nog een frappant voorbeeld uit de laatste dagen: minister De Vries bleek plotseling een conflict te hebben met "werknemers van gezinsvervangende tehuizen' over de werktijden. De overheid laat het belangrijkste vraagstuk: de verdeling van ons nationale inkomen via lonen en premies - grotendeels - over aan de sociale partners, maar laat zich wel de regeling van de werktijden van een relatief gering aantal werknemers in de maag splitsen. Alsof de sociale partners dat zelf niet zouden kunnen regelen.

Ook intern kan de overheid nauwelijks orde op zaken stellen. Ze heeft zich door de vakbonden wachtgeldregelingen laten afpersen die welhaast een uitnodiging zijn om te stoppen met werken. De overheid die klaagt over het ziekteverzuim, tolereert dat haar mensen, van de referendaris 2e klasse tot de burgemeester, de ziektewet misbruiken door bij ieder conflict onmiddellijk met ziekteverlof te gaan. Het ontslagrecht is zo slecht geregeld dat de oneervol ontslagen burgemeester van Goes die desondanks nog geld meekrijgt, daartegen in beroep gaat omdat ze naar haar oordeel er nog meer uit kan slepen.

De enige oplossing is een drastische vermindering van de uitvoerende taken van de overheid. Om maar gelijk het meest in het oog springende voorbeeld te noemen: Nederland zou goedkoper af zijn geweest als de taken van Rijkswaterstaat waren uitbesteed aan enkele ingenieursbureaus. Het had enige concurrentie in het leven geroepen en ook ingenieursbureaus zouden weliswaar net als Rijkswaterstaat dijken willen bouwen, maar de overheid had dan veel vrijer tegenover al die plannen gestaan. Een minister wier ervaring niet veel verder gaat dan het bouwen van luchtkastelen, moet nu wel heel sterk in de schoenen staan om te kunnen afwijken van de adviezen van haar ambtelijke dienst.

Een kleine, hooggekwalificeerde overheid is in staat het algemeen belang beter te behartigen, de belangengroepen onder controle te brengen en tegelijkertijd het particuliere initiatief een grotere ruimte te bieden. Dan heeft ze ook die tovenaars niet nodig.