"Acht uur is genoeg, meer kun je toch niet slapen voor een finale'; "Dat denk je toch: Ik ga naar huis, zak door de stront, ik ben miljonair'; "Rotterdam is niet groots, we spelen dertig van dit soort toernooien'

Als voetballer bij de top-honderd van de wereld zou hij bij wijze van spreken in het eerste van Ajax spelen. Als tennisser reist JACCO ELTINGH de wereld af en woont hij de overige weken in Monte Carlo. Hij speelde twee maanden geleden in Azië, de afgelopen maand in de Verenigde Staten, deze week in Rotterdam.

Hij heeft zich geërgerd aan het publiek. Dat wil niet begrijpen dat het heel goed mogelijk is in de eerste ronde van een toernooi te verliezen. Zelfs als je Richard Krajicek heet, zelfs na een perfect toernooi in Stuttgart, is een nederlaag tegen een uitstekend spelende Goran Prpic geen schande. Een fluitconcert is onzin, vindt Eltingh. “En dan roepen ze, als hij van de baan loopt, ook nog "zakkenvuller' tegen hem. Dan denk je toch: "Ik ga nu naar huis. Zak toch door de stront heen, ik ben miljonair.”

De 22-jarige Eltingh staat rond de zeventigste plaats op de wereldranglijst. Zijn eigen nederlaag in de eerste ronde van het ABN AMRO-tennistoernooi in Rotterdam tegen de aanzienlijk lager geklasseerde Tom Nijssen, is zo'n zelfde onverklaarbaar geval als het verlies van Krajicek. Maar de verschillen zijn klein geworden, de concurrentie is groot. “Iedereen staat klaar om je op te vreten. Een toernooi is een momentopname. Dat vergeet het publiek. De mensen denken dat het iets groots is in Ahoy', maar wij spelen vijfentwintig of dertig van dat soort toernooien per jaar. Stuttgart is drie keer zo groot als Rotterdam en daar heeft Krajicek wel gepresteerd.”

De Nederlandse tennissers vliegen de hele wereld rond. Ze delen hun reisschema's niet meer in per land, maar per continent. Een paar weken Azië, een paar weken Australië, een paar weken Amerika, een paar weken Europa. Dan is Rotterdam slechts een etappeplaats. Eltingh kan tijdens het interview in de spelerslounge in sportpaleis Ahoy' moeiteloos een hele lijst namen opdreunen van de toernooien waaraan hij dit jaar nog zal deelnemen: Charlotte, Key Biscayne, Atlanta, Tampa Bay, Coral Springs, Rosmalen, Manchester, Wimbledon en Hilversum, enzovoort.

Hij is al vier jaar prof. Hij vocht zich in 1988 en 1989 door de rijstebrij van satelliet- en challenger-toernooien heen en hoort inmiddels bij het kleine groepje bevoorrechten. Hij kent het wereldje, ging in Memphis uit eten en naar de kroeg met Jim Courier, mepte onlangs Björn Borg in het dubbelspel van de baan en filosofeerde met Ivan Lendl en John McEnroe over het verleden en de toekomst van het tennis. Hij heeft, net als zijn meeste collega's, om fiscale redenen een appartement in Monte Carlo. Hij praat open en gemakkelijk over zijn sport en zijn leven, zonder last van valse schaamte over zijn relatieve luxe, omdat weet wat hij heeft moeten doen om het te bereiken.

“Ik heb vorig jaar goed verdiend. Maar ik heb vanaf mijn dertiende jaar in mijn carrière geïnvesteerd. Toen ben ik van huis gegaan naar het tennisinternaat. Ik heb er bikkelhard voor gewerkt en een deel van mijn privéleven voor op moeten opgeven. Je stompt af op sociaal gebied. Minder dan vijf procent van de spelers die het proberen haalt de top honderd. Dat moet je vervolgens een paar jaar vol kunnen houden, om het daarna rustig aan te kunnen doen. Je mag hopen dat je dan je gewone leven, je contacten die je bent kwijtgeraakt, weer kan oppakken.”

Omdat tennis door een Amerikaans denkende organisatie als de ATP (spelersvakbond) wordt gerund, worden van alle spelers hun verdiensten aan prijzengeld tot op de dag nauwkeurig bijgehouden en dikwijls gepubliceerd. Dat geldt ook voor golf en Amerikaans basketbal en honkbal, maar daar is men in Nederland minder in geïnteresseerd.

Toch maakt Eltingh bezwaar tegen het eenzijdige etiket van "zakkenvuller', zoals Krajicek dat kreeg opgeplakt en waarvan de ander Nederlandse tennissers ook vaak het slachtoffer worden. “Tennis is ongeveer de tiende sport wat verdiensten betreft. Autocoureurs, boksers, golfers, honkballers, basketballers, zelfs voetballers verdienen veel meer dan wij. Als ik bij de top honderd van de wereld van het voetbal hoor, dan speel ik in het eerste van Ajax of bij een middenmoter in Italië. John van 't Schip verdiende bij Ajax 6,5 ton netto. Dat is veel meer dan een vergelijkbare tennisser. Marco van Basten krijgt per wedstrijd vijftigduizend gulden. En zijn trainer wordt door de club betaald.”

Eltingh ontwikkelde zich het afgelopen jaar tot een stabiele top-honderd-speler, met als voorlopig hoogste notering een 69ste plaats. In Nederland stond hij bekend als een gravelspeler. Daar worden tenslotte de meeste toernooien in dit land op gespeeld. Maar zijn eerste toernooizege behaalde hij in 1992 op gras. En hij blijkt op alle baansoorten uit de voeten te kunnen. “Op gravel sloeg ik goede groundstrokes. Daarna verbeterde mijn service en ben ik serv-volley gaan spelen. Nu ben ik zo geneigd naar het net te gaan dat ik juist mezelf zou moeten dwingen meer achterin te blijven. Ik zoek naar een balans. Als ik die gevonden heb, ben ik een all-round speler geworden.”

Behalve aan zijn goede service en een uitstekende backhand, heeft Eltingh veel te danken aan zijn mentaliteit. Hij blijft vechten. Vol trots vertelt hij vorig jaar als eerste van de wereld te zijn geëindigd in het klassement: "weggewerkte breakpoints'. Dat geeft vertrouwen.

Zijn winst in Manchester in de week voorafgaande aan Wimbledon was een van die zeldzame momenten dat alles lukte. Alsof alles vanzelf ging. “Dat heeft niets met bijgeloof te maken, maar je krijgt dan op de baan een soort automatisme. Je neemt een ritme aan, waardoor je niet meer hoeft na te denken. Je zet iedere dag je tas op dezelfde manier neer, zonder dat je daar op let.”

Daardoor kon hij het zich in die week permitteren ontspannen naar de finale toe te leven. Door de week was hij al naar de Dire Straits gaan kijken, de avond voor de finale bezocht hij een concert van U2. “Ik lag om half twee in bed, maar had de volgende dag de tijd tot tien uur door te slapen. Acht uur is genoeg, meer kan je toch niet slapen voor een finale. Dan is het lekker om je gedachten te verzetten. En vanaf tien uur was er voldoende tijd om nog wat te stressen voor de wedstrijd.”

Eltingh stoort zich niet aan de discussie over het zogenaamde "powertennis' van spelers als Ivanisevic en Krajicek, die volgens de critici niet veel meer kunnen dan hard serveren. Dat zou de aantrekkelijkheid van tennis als kijksport verminderen. “Onzin”, zegt hij gedecideerd. “Als je lange rallies wilt zien, moet je naar Roland Garros gaan kijken. Als je houdt van atletisch vermogen, snelheid, reflexen en kracht, moet je naar Wimbledon gaan.”

In San Francisco stond hij onlangs nog tegenover de grootmeester van de eindeloze baseline-duels op de baan. Björn Borg (met John Lloyd) werd er door Eltingh genadeloos afgeslagen in de eerste ronde van de dubbel. “Dat was zo gepiept. Ik heb geen één van zijn returns terug gezien. En zijn services kreeg hij als een streep op zijn tenen. Ik heb het er ook wel eens over gehad met Lendl en McEnroe. Die geven toe dat ze nu beter spelen dan een paar jaar geleden. Als je nu iedereen een houten racket in handen zou geven, ging het niveau even omlaag, maar dat zou snel weer terugkeren. De spelers zijn veel fitter en sterker en beter.”

Omdat de top in het tennis de laatste jaren veel breder is geworden, komt het steeds vaker voor dat ook de sterren verliezen van "gewone' spelers. Eltingh won het afgelopen jaar van Andre Agassi en Karel Novacek. Hij won in Manchester dankzij overwinningen op David Wheaton en MaliVai Washington. “Een top-twintig speler heeft iets extra's omdat die een keer op een grand slam-toernooi heeft moeten presteren, maar verder zijn er geen grenzen aan te geven. Iedereen kan van iedereen winnen. Het is ook niet eenvoudig om mijn zeventigste plaats te verdedigen. Dat is werken. Je bent een topper en er worden terecht topprestaties van je verwacht.” Eltingh kwam in januari tweemaal te kort tegen een top-tien-speler. Hij verloor van Peter Korda en van Michael Chang. “Tegen Chang speelde ik het betere tennis, maar die kleine gluiperd pakte de eerste en de laatste van mijn servicegames. Hij heeft net dat beetje extra en pakt zijn kansen.”

Behalve in het enkelspel, maakte Eltingh dit jaar indruk in de dubbel als de nieuwe partner van Paul Haarhuis. Diens combinatie met Mark Koevermans kreeg problemen omdat Koevermans zakte op de ranglijst en niet meer automatisch tot dezelfde sterk bezette hoofdtoernooien toegelaten werd als Haarhuis. Daarom besloten Haarhuis en Eltingh, die vorig jaar zijn klasse al bewees door met Mirjam Oremans de finale gemengd dubbel op Wimbledon te halen, het samen te proberen. Het nieuwe dubbel klikt en maakte een uitstekende start. Dankzij overwinningen in Kuala Lumpur, finaleplaatsen in Jakarta en Memphis en een halve finale in Philadelphia, staat de combinatie derde van de wereld. Tussendoor won Eltingh in San Francisco met gelegenheidspartner Scott Davis.

Het succes was gepland. De twee Nederlanders besloten dit jaar hun coach, Alex Reijnders, fulltime in dienst te nemen. Hij reist mee naar alle toernooien. “Richard (Krajicek) is de enige die dankzij zijn prestaties een eigen team kan betalen. Wij delen de kosten, zo'n 150.000 gulden per jaar, plus nog eens een zelfde bedrag aan tickets en onkosten. We willen proberen de finale van het ATP-wereldkampioenschappen voor dubbels te halen. Dan verdienen we het terug.”

Waar Tom Nijssen eerder deze week liet blijken het jammer te vinden niet voor het Nederlands team in de Davis Cup te mogen dubbelen, houdt Eltingh zich meer op de vlakte. Hij is geselecteerd voor de wedstrijd over een maand in Barcelona tegen Spanje. Hij zou graag spelen met Haarhuis. “Wij zijn tenslotte in vorm.” Maar hij voegt daar meteen aan toe, dat bondscoach Stanley Franker ook de beschikking heeft over Koevermans en Krajicek en vrijwel eindeloos zou kunnen combineren. Het zoveelste bewijs dat tennis in Nederland zich kan wentelen in luxeproblemen.