WRR: extra inzet van overheid nodig voor beter bedrijfsklimaat

DEN HAAG, 26 FEBR. Om het ondernemingsklimaat in Nederland concurerrend te kunnen houden, is de komende jaren een aanzienlijke extra inspanning van de overheid gewenst. De Europese integratie wakkert niet alleen de concurrentie tussen bedrijven aan, maar ook de beleidsconcurrentie tussen de lidstaten.

Dat schrijft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in de studie "Shaping factors for the business environment in the Netherlands after 1992' die gisteren is gepubliceerd. De herschikking in het overheidsbudget van consumptieve uitgaven naar investeringen wordt volgens de WRR "test-case' voor de mate waarin Nederland erin slaagt te reageren op de groeiende beleidsconcurrentie tussen overheden.

Deze beleidsconcurrentie zal zich met name richten op aantrekkelijke vestigingsvoorwaarden voor het bedrijfsleven. Hierdoor kunnen andere overheidstaken, zoals bijvoorbeeld de sociale zekerheid, in de knel komen. Volgens dr. C. van Paridon blijkt uit onderzoek in de EG-lidstaten dat een “grote sociale samenhang” een belangrijke voorwaarde is voor een goed functionerende economie.

De WRR-studie maakt deel uit van het boek "The European challanges post 1992' waarin verslag wordt gedaan van het onderzoek in de twaalf lidstaten. Daaruit blijkt dat niet de economische ontwikkeling, maar sociale, politieke en culturele factoren Europa na 1992 tot een eenheid moeten smeden, aldus dr. A. Jacquemin, een van de samenstellers van het boek. De EG moet in de eerste plaats geloofwaardig zijn, zei hij gisteren tijdens een persconferentie, Geen nieuwe, grootse, alomvattende toekomstvisies, maar een pragmatische aanpak. “Niet schokkend, gezien de huidige stand van de conjuctuur”, aldus Jacquemin.

Het Europese bedrijfsleven hecht aan sociale concensus als belangrijke voorwaarde voor een gezonde economie, constateert Jacquemin op basis van deelonderzoek verricht door het organisatiebureau McKinsey. “Er bestaat concensus over een aantal hoofdlijnen. Terugkeer naar de kernactiviteiten van de onderneming, en het combineren van de dynamiek van de markt met een noodzakelijke sociale cohesie”, aldus Jacquemin.