Wat wil de hoer; De eenvoudige moraal van Theo van Gogh

Een jongeman wordt verliefd op een hoer, daar draait het om in de film Vals Licht van Theo van Gogh. Maar de eerste keer dat deze twee aanstaande geliefden elkaar aanraken komt helaas niet in beeld. “Wie heeft deze scène verdonkeremaand?”

Een reden om de slechte recensies te trotseren en toch naar Vals Licht te gaan, was het uitgangspunt. Jongeman wordt verliefd op een hoer. Ik was benieuwd naar enkele scènes die, zo kwam het me voor, bij dit gegeven onvermijdelijk zijn. Ik had al begrepen dat Theo van Gogh de roman van Joost Zwagerman "naar zijn hand had gezet' en bijvoorbeeld van de jongeman een maagd had gemaakt. Dat maakte het des te interessanter.

Hoe legt een student Nederlands, die bovendien dus maagd is, contact met een hoer die hij langdurig met een telescoop heeft begluurd? Veel zou van dit moment afhangen; ik had zelfs het gevoel dat als het Theo van Gogh zou lukken om me met deze scène zijn film in te leiden, mij iets meer over zijn intenties als filmmaker duidelijk zou worden. Het is moeilijk om hem als filmmaker los te zien van de columnistische kruitdampen die hij om zich heen creëert. Er is altijd onophoudelijk iets met hem aan de knikker - maar wat voor filmer wil hij nu zijn? Om wat voor mensen draait het bij hem? Wat voor personages houden hem bezig, als hij niet op kruistocht is tegen andermans werk en opvattingen is?

De stap van studie neerlandistiek naar peeskamer is een grote. Toen de hoofdpersoon, na enige prettig-voyeuristische telescoopscènes, tegenover het raam van de hoer stond en voor het eerst door haar kon worden gezien, gebeurde er iets totaal onverwachts. Plotseling was het alsof hij degene was die naar zich liet kijken. Ik bedoel: de jongen die het nog nooit met een vrouw gedaan had stond daar zo zelfverzekerd en feëriek uitgelicht, terwijl zij zo overwacht innig en bijna verliefd terugkeek, dat je dacht: wie staat hier nu eigenlijk op het punt de grote stap van zijn leven te maken? Het was alsof hij degene was die haar zou gaan inwijden.

Klant

Zelf zou je boven alles enigszins beducht zijn geweest voor haar blik, en nogal bang om aangezien te worden voor zomaar een klant. Maar ook toen er een andere klant voor hem kwam staan, om de aandacht van de hoer te trekken, week hij niet van zijn plaats. Het leek me voor de jongen een alles bepalend ogenblik: degene naar wie je stiekem hebt gekeken kijkt je nu vol aan, en het verlangen om weg te vluchten of op te lossen is even groot als dat om eindelijk door haar gekend te worden. Maar deze jongen ging zonder plichtplegingen of vluchtbewegingen kordaat naar binnen, alsof hem binnen een college Abele Spelen wachtte.

En eenmaal daar, in het verschrikkelijke heiligdom, wist hij alweer met zijn figuur bijzonder veel raad. Hij kwam zelfs uit zijn woorden; ook toen de vrouw haar borsten liet zien durfde hij zomaar knipperloos te blijven kijken.

Wie was deze mens?

We hadden hem kort tevoren tegen zijn studievriendinnetje een grapje horen maken. Over neuken met honden, en dat herders zo trouw zijn maar rottweilers beter likken. Ook dat was al vreemd geweest; zulke grapjes kennen we van het personage dat de regisseur in de harde, opiniërende werkelijkheid wil zijn, maar uit de mond van deze Simon klonk het even raar als een carnavalsspeech uit die van de premier.

Staande voor de hoer citeerde hij de dichter Leopold. En toen zei hij plotseling: "ik kom je redden'.

Deze woorden werden ironisch uitgesproken, alsof de acteur in kwestie ook wel wist dat ze belachelijk waren. Ze klonken alsof eigenlijk niemand tijdens de opnamen het flauwste benul had gehad, hoe ze in ' s hemelsnaam wel uitgesproken hadden moeten worden.

Naar een hoer gaan, en in je opperste verwarring zeggen: ik kom je redden, is of aandoenlijk (maar dan moet je geloofwaardig maken dat er mannen van twintig zijn die én maagd zijn én bij een hoer naar binnen durven), of het is schijnheilig. Ik denk dat Van Gogh het schijnheilig vond. Hij heeft een naam hoog te houden als bestrijder van schijnheiligheid. En zoals veel mensen met een polemische, in de allereerste plaats oordelende geest, kon hij zich kennelijk niet voorstellen dat een personage argeloos, aandoenlijk en belachelijk kan zijn, en toch geloofwaardig. Het gekke was dat ik de toon waarop het zinnetje werd gezegd, op mijn beurt, schijnheilig vond. Wat wil je nu, dacht ik - ben je bang dat de mensen denken dat jij zo stom bent om in je figuren te geloven? Schaam je je?

Bad

Niet veel later zou Simon op de kamer van Amanda Ooms, die de hoer speelde, belanden. Daar zou hij, terwijl zij naakt in haar bad lag, met al zijn kleren aan bij haar in het water stappen, en zijn dialoogzinnen gaan zingen. Ze waren nog niet met elkaar naar bed geweest. De grote eerste scène waar ik zo benieuwd naar was hing nog in de lucht, en toch plonsde hij onverdroten bij haar in bad... Tegen zoiets volmaakts theoretisch is zelfs de beste acteur niet opgewassen, en ik begon de moed te bewonderen waarmee deze debutant, Ellik Bargai, zich telkens weer van zijn hartverscheurend kunstmatige taak kweet.

De eerste vrijscène werd vervolgens overgeslagen.

Eerder zal ik willen geloven dat de Rijn naar Bazel stroomt, dat Oedipus aan het eind van zijn verhaal een lauwerkrans opgedrukt krijgt, of dat de Titanic ten slotte rustig in New York aan is gemeerd, dan dat ik mijn ogen wil geloven die zagen dat de scène waar alles van af hing domweg niet in de film voorkwam. Waar was hij, deze eerste keer dat deze twee aanstaande geliefden elkaar aanraakten? Wie heeft het verdonkeremaand, dit ogenblik waarop ons duidelijk zou worden wat deze twee personages nu uiteindelijk tot een paar maakte? Hoe zou zij reageren op zijn klunzigheid en zijn onschuld? En hoe hij op haar lichaam, dat die dag nog verscheidene klanten had gekend? Zou zij zich op enigerlei wijze kunnen overgeven aan hem?

Zoals de regisseur totaal geen oog had voor het feit dat zijn hoofdpersoon welbeschouwd nogal moedig was geweest toen hij contact legde met zijn tegenspeelster, zo ontbrak het hemzelf aan de durf om de belangrijkste scène van dit verhaal te ensceneren. Aan de eerste echte aanraking, de inwijding, het betreden van het ware heiligdom van dit verhaal: het lichaam van een hoer die de jongen wil "redden' (want natuurlijk mag hij helemaal niet met een hoer, hij wil liefde) - aan dat fantastische, omvertollende eerste ogenblik zou iedereen die zo een verhaal wil filmen worden afgemeten.

Vals Licht bleek een film te zijn die scène voor scène zo is georganiseerd dat niemand ooit Theo van Gogh de maat zal nemen. Het belangrijkste wordt overgeslagen, ieder begin van een emotie tussen personages wordt de das omgedaan, de meest voor de hand liggende vragen ontweken (bijvoorbeeld: wat ziet de hoer in 's hemelsnaam in de jongen?) en de kern van deze seksualiteit, de jaloezie, wordt nergens aangeroerd. Onophoudelijk galmt door de film "ik hou van jou', maar wat het vervolgens zou kunnen betekenen, houden van een vrouw die met alle mannen die betalen naar bed gaat, en die toch de indruk wekt een jongen van buiten het leven te willen - geen woord, geen scène, geen gedachte wordt er aan gewijd.

Is dit psychologische klunzigheid, of is het iets anders?

Sentimenteel

Je vraagt je af waarom Van Gogh dit verhaal ooit heeft uitgekozen. Als hij werkelijk een nachtmerrie had willen verfilmen, in de film-noir-veine die ook Blue Velvet van David Lynch heeft opgeleverd, waarom dan toch dit gegeven waarin het uiteindelijk om overgave gaat, of, om het nog burgerlijker te zeggen: om vertrouwen? Het eindigt allemaal heus heel spannend, veel spannender dan de besprekingen suggereerden, maar uiteindelijk herinner je je Vals Licht als sentimenteel.

De film was op een unheimliche manier bangelijk en beschaamd, alsof hij gemaakt is in het voortdurende besef van een grote hamer die op de maker zal neerdalen zodra hij zijn personages echt in elkaars levens verzeild zou laten raken. Daarom kwam het personage van Amanda Ooms, waar alle verlangen, hoe desperaat ook, naar uit had moeten gaan niet van de grond. Eigenlijk was dat hemeltergend; een vorm van verraad. Twee uur lang kijk je naar een vrouw die liegt en bedriegt, die iedereen aan durft te raken behalve de jongen die haar wil. Je komt er op geen enkele manier achter waarom zij hem wil. Het is alsof zij geen personage met een verlangen mag worden. Van Goghs moraal is eenvoudig en onwrikbaar: een hoer is een hoer, en ik ben de pineut. Hij wordt je op een bijna verongelijkte manier ingepeperd, op het wrokkige af.

Te oordelen naar het inderdaad Blue-Velvetachtige slot, gaat het er Van Gogh uiteindelijk vermoedelijk om uitdrukking te geven aan een sensatie van verraad: liefde is verraad. Maar wie wil laten zien dat liefde altijd verraden wordt en verraadt, moet ook de moed en de strengheid opbrengen om te laten zien dat een verraden minnaar om te beginnen in zijn liefde geloofde. Dat geloof is potsierlijk. Toch beginnen veel goede verhalen ermee. Het risico belachelijk gevonden te worden wilde Van Gogh niet lopen.