Vuur zien waar geen vuur is; Hypermoderne trompe-loeils in Hamburg

Tentoonstelling: Feuer Erde Wasser Luft. Die vier Elemente. Video, Computer und Laser in der Kunst. Hamburg, zuidelijke Deichtorhalle. Onderdeel van de Mediale. T/m 27 maart. Catalogus ƒ 29,80.

Een rennende pitbull en een brandend huis, ze lijken net echt op de tentoonstelling Vuur Aarde Water Lucht in Hamburg, waar kunstwerken te zien zijn die met de modernste technieken zijn gemaakt. “Optimisme over de toekomst, het is een gevoel dat ik lang niet ben tegengekomen.”

Echt belangrijk is het niet. Maar toch: vijf kilometer kabel, tweehonderd monitoren, zo'n veertig video-laserdiscapparaten (deels computergestuurd), circa twintig videocamera's en maar liefs zes interactieve systemen. In zijn openingstoespraak vermeldt Zdenek Felix, een van de twee organisatoren van de tentoonstelling "Feurer Erde Wasser Luft; Video, Computer und Laser in der Kunst', deze technische gegevens met trots, maar ook een beetje beschaamd. Het technische wonder dat hij en zijn medewerkers het afgelopen jaar in de Hamburgse Deichtorhallen hebben verricht, is vanzelfsprekend ondergeschikt aan wat er nu te zien is: de video- en laserkunst van zo'n vijfentwintig internationaal befaamde kunstenaars die gereageerd hebben op het verzoek werk te leveren. Het zijn merendeels bekende namen, waaronder Bill Viola, Nam June Paik, James Turrell, Bernhard Leitner, Marina Abramovic en Matt Mullican; veel buitenlanders, zegt Felix met voldoening. Het gaat om de kwaliteit van de kunst. Maar toch. Tweehonderd monitoren.

Felixs besmuikte ontzag voor de technologie komt niet helemaal uit de lucht vallen; de tentoonstelling "Feuer Erde Wasser Luft' vormt een onderdeel van de Mediale, het eerste festival voor mediakunst en mediatoekomst', dat Hamburg deze weken in zijn greep houdt. In de hal naast die waarin de kunst staat opgesteld heeft kunstenaar Robert Wilson een soort mediale huishoudbeurs ingericht. Daar wordt de bezoeker geconfronteerd met de commerciële kant van de hedendaagse toekomst: Philips demonstreert er zijn DCC-cassettes en CD-i systeem, architectenbureaus laten je jouw ideale woning inrichten door middel van virtual reality, een druk op een enkele toets en je ziet op een scherm hoe je van de Deichtorhallen naar de Reeperbahn loopt (en hoe lang je daarover doet). In een andere stand kun je met een glas champagne in de hand je eigen interactieve kunstwerk konterfeiten, door met je andere hand over een monitorscherm te aaien. De hele hal is tot aan de nok doortrokken van een gevoel dat ik lang niet ben tegengekomen: optimisme over de toekomst.

De meeste video- en laserkunstenaars in de hal ertegenover lijken dat optimisme te delen. Sterker nog: je zou "Feuer Erde Wasser Luft' euforisch kunnen noemen. Ook hier wordt de technologie niet langer als bedreigend beschouwd. En Sony, Philips en Lufthansa vormen met hun nooit ophoudende moderniseringsdwang en technologische dweepzucht geen afschrikwekkend voorbeeld. Integendeel, verklaart de andere bedenker van de tentoonstelling, Wulf Herzogenrath, een beetje verongelijkt: deze kunstenaars voelen zich nauw betrokken bij de stormachtige ontwikkelingen op het gebied van de media. Zij schrikken er helemaal niet voor terug zich te associëren met merknamen en commerciële projecten. Hun kunst ontwikkelt zich hand in hand met de techniek.

Grote verzoening

Rondlopend op de tentoonstelling met haar koele, heldere vormgeving, begrijp je al snel wat hij bedoelt. "Feuer Erde Wasser Luft' staat in het teken van de grote verzoening. Als de objecten en installaties zich hier ergens voor inspannen, is het wel om alle onrust bij de bezoeker weg te nemen. Onbehagen wordt gesust, vervreemding wordt vrolijk weggelachen. Deze computergestuurde kunst wil niet schokken of ontmaskeren, niet beleren, confronteren, molesteren; ze is precies op het tegenovergestelde uit.

Dat begint al met het thema. De vier elementen, die in ons westers bewustzijn nog altijd symbool zijn voor wat natuurlijk is, wat echt en tastbaar is, zijn in hun pure vorm het hart van de tentoonstellingsruimte. Vier werken waarin gebruik gemaakt is van ieder element afzonderlijk, staan in het centrum van de hal opgesteld als een herinnering aan wat geweest is: de gasbranders van Kounellis uit 1971 (vuur), Blaues Segel van Hans Haacke uit 1965 (lucht), Sandstone Circle van Richard Long uit 1977 (aarde) en Wasserzirkulation van Klaus Rinke uit 1969. De organisatoren van "Feuer Erde Wasser Luft' zien deze werken als een springplank voor de overige kunstenaars die vertegenwoordigd zijn: van de materiële wereld naar de peilloze diepten van het immateriële. Wat Kounellis, Haacke, Long en Rinke nog in een tastbare vorm aanwezig laten zijn, wordt door de anderen slechts verbeeld. De Belgische MarieJo Lafontaine (Jeder Engel ist schrecklich, 1993 - naar een regel van Rilke) laat in een reusachtige loden omhulsel de vlammen hoog oplaaien, tot een even fascinerend als afschrikwekkend inferno - op monitoren. Bernhard Leitner (Schwarze Vertikale, 1991) laat de muziek van wind horen waar geen wind is.

Kan je voelen, echt voelen, wat niet is? Dat lijkt me de vraag die overal op deze tentoonstelling klinkt. Over het antwoord kan geen misverstand bestaan: JA! Het is alweer bijna vijfentwintig jaar geleden dat Jan Dibbets een houtvuur liet branden op een videotape, waardoor hij een televisie in een open haard veranderde. TV as a fireplace heet dat werk en het is aanwezig op "Feuer Erde Wasser Luft'. Inmiddels heeft het onmiskenbaar iets nostalgisch: alle vragen die Dibbets in 1969 stelde, zijn afdoende beantwoord. Als een beeld niet de werkelijkheid kan zijn, dan is het gewoon een andere werkelijkheid.

Waar Dibbets de toeschouwer toentertijd van bewust probeerde te maken - het televisiebeeld als genoeglijk haardvuur, waar je je toch niet aan kunt branden of zelfs maar warmen - is nu gemeengoed geworden. Dat een (televisie-) beeld niet is wat het belooft te zijn, namelijk echt, is tegenwoordig een leefbare waarheid. Het beeld kan dan misschien nooit de werkelijkheid zijn, het kan de werkelijkheid wel veranderen of zelfs opheffen. Jarenlang, vooral in de tijd dat Dibbets zijn videohaard maakte, werd dat als een gevaarlijke vloek beschouwd: beelden manipuleren de realiteit. "Feuer Erde Wasser Luft' wil vooral laten zien hoe comfortabel dat kan zijn.

Pitbull

Neem White Devil van de Amerikaan Paul Garrin, uit 1993. Het is een van de spectaculairste installaties van de tentoonstelling. Je gaat in het donker een trapje op en staat plotseling oog in oog met een dolle pitbull die heen en weer rent over een aantal monitoren. Een geluidsband ondersteunt de optische illusie dat hier werkelijk een gevaarlijke hond je naar de strot wil vliegen - alleen de hoogte van zijn hok verhindert hem dat hij je ook werkelijk bijt. Achter de monitoren met de pitbull staat een echt hek en daarachter bevindt zich een videowand. Door de ijzeren spijlen ben je getuige van een vreselijke brand: een Amerikaans landhuis gaat geheel in vlammen op, net als een auto die op de oprijlaan geparkeerd staat.

Je staat erbij en kijkt ernaar. De hond beneden je is een interactief beest; hij reageert op impulsen die de computer opvangt en doorgeeft. Dat is nog eens iets anders dan het simpele videohaardvuur van Dibbets. Garrin, die eerder aan een soortgelijk werk de veelzeggende titel Yuppie Ghetto with Watchdog gaf, is een kunstenaar die zijn toeschouwer iets onder de neus wil wrijven. Bezitsdrang, agressie, vernielzucht, claustrofobie en machteloosheid: de trefwoorden laten zich gemakkelijk uit White Devil destilleren. Maar wat je als toeschouwer bijblijft is de opwinding, de eerste schok wanneer je de hond ziet rennen en de vlammenzee ziet. Je ziet niet alleen, je voelt ook - en vervolgens realiseer je je welk spel er met je gespeeld wordt. Want dat is White Devil toch vooral: een vernuftig interactief spel, een hypermodern trompe-l'oeil. De toeschouwer wordt gemanipuleerd, maar op een openhartige, ongevaarlijke en vooral speelse manier. In laatste instantie heeft White Devil dezelfde impact als een hologram in Disney World. Aanvankelijk stroomt het bloed sneller door je aderen, maar als je er maar lang genoeg naar kijkt, begin je je vanzelf af te vragen hoeveel meter kabel ervoor gebruikt is.

Genot

Dat manipulatie gelijk kan staan aan genot is een van de hoofdthema's van deze tentoonstelling. De catalogus spreekt euforisch van "een vuurwerk van beelden'. Duidelijker kan het niet, zou ik zeggen. Het effect is inderdaad dat van een vuurwerk: hetzelfde gevoel van sensatie en verwondering, opwinding van het soort dat zich vlak onder je huid bevindt. In twee van de sculpturen die zijn opgebouwd uit televisie-apparaten en neonlampen van Nam June Paik (Versailles Fountain, 1992 en Tannenbaum Tree, 1993) zijn zoveel losse beeldflitsen en vloeiende overgangen verwerkt, dat het effect als vanzelf aangenaam decoratief wordt.

Manipulatie van het transcendentale soort overvalt je bij het zien van een lichtinstallatie van James Turrell uit 1993. De bezoeker schuifelt een pikdonkere ruimte binnen en ziet in de verte een blauw, lichtgevend vlak. Een scherm? Een lichtbak? Omdat het zo donker is, duurt het een tijd voor je er aarzelend naartoe stapt. Wanneer je uiteindelijk je hand uitsteekt om het vreemde licht aan te raken, voel je je als een bemanningslid van Starship Enterprise. Dat blijkt ook de bedoeling: Turrell, een vliegfanaat, heeft de oerstof die aan de vier elementen vooraf gaat, ether, willen vormgeven. Het blauwachtige licht lijkt nergens vandaan te komen, het is. Hier komen wij vandaan en gaan we na onze dood naartoe.

In andere kunstwerken op "Feuer Erde Wasser Luft' wordt nadrukkelijk een hand gereikt naar het verleden. Dat de wereld van het materiële niet losstaat van het immateriële, dat het verleden voorleeft in de toekomst is de niet mis te verstane boodschap van Time Present and Time Past (1989/1993) van de Tsjechische kunstenaresse Magdalena Jetelová.

Deze installatie laat als geen ander de bedoeling van de organisatoren zien: de muren van een vierkant vertrek zijn bijna helemaal volgeschreven met een citaat uit T.S. Eliots Four Quartets, met de strekking dat het verleden en de toekomst aanwezig zijn in het heden. Datzelfde citaat wordt telkens weer in rode laserletters op de muren geschreven, maar achterstevoren, terug in de tijd als het ware. Hier wordt niet alleen vooruitgekeken, maar tevens het verleden opgeëist. Jetelová lijkt de eeuwige continuïteit van alle dingen te willen uitbeelden: niets gaat verloren.

Zegen

Een vuurwerk van beelden. Het is een feestelijke tentoonstelling geworden, dit video-, laser- en computerspel met de vier elementen. Vanzelfsprekend is er een zweverige New-Age installatie opgenomen, waarbij het Gevoel opnieuw ontdekt wordt (Marina Abramovic: Becoming Visible, 1993), naast maatschappijkritische werken als Marcel Odenbachs Keep in View - Black and White (1992). Hier worden door middel van twee projecties en een halfopen tussenmuur de gruwelen van het racisme zichtbaar gemaakt (volgens het persbericht liep de kunstenaar op de expositie rond om over zijn werk in discussie te gaan, maar ik heb hem niet kunnen vinden. Het gaf niet, zijn boodschap was duidelijk.)

Organisator Wulf Herzogenrath had gelijk: in wezen verschilt de expositie in de ene hal niet zoveel van de andere. Wees niet bang, wordt de bezoeker van "Feuer Erde Wasser Luft' steeds weer meegedeeld, wij zijn er niet voor de technologie, de technologie is er voor ons. Het is geen vloek, het is een zegen: techniek, apparaten, laserstralen, interactieve systemen, al die meters kabel en al die monitoren, het is niet bedreigend, holt ons niet van binnen uit en scheidt ons ook niet van wat werkelijk is. Een ieder wil zijn eigen realiteit scheppen, en dankzij de moderne media zijn de mogelijkheden vrijwel onbeperkt geworden. Het verleden hoeft niet achtergelaten te worden, de kloof tussen echt en onecht is al bijna gedicht; onecht is ook echt, alleen anders. Vervreemding, het grote, twintigste-eeuwse thema waar vroegere videokunst maar geen genoeg van leek te krijgen, is verdwenen in een vuurwerk van beelden.