Vertrouwen in beleid Major neemt verder af

LONDEN, 26 FEBR. Premier John Major is bij zijn terugkomst uit Washington, de afgelopen nacht, regelrecht in een vertrouwenscrisis over het beleid van zijn regering gewandeld.

De aankondiging van opnieuw massaal verlies aan werkgelegenheid, dit keer voor meer dan 11.000 man, onder wie dienstdoende Britse militairen in Bosnië, versterkt het gevoel van algemene malaise dat de Britten sinds vorige week zichtbaar in zijn greep lijkt te hebben.

Een opiniepeiling voor The Times, vanmorgen, zegt dat acht op de tien Britten ongelukkig zijn over de manier waarop de Conservatieve regering het land bestuurt. Bijna de helft gelooft dat het in het komende jaar met de economie verder bergafwaarts zal gaan. De peiling volgt op een eerdere enquête, vorige week, waarin de helft van de Britten leek te willen emigreren, bij voorkeur ver weg, naar Australië of Nieuw-Zeeland.

Het pessimisme over de malaise in de economie (meer dan drie miljoen werklozen, van wie een derde langdurig) wordt nog versterkt door andere, somber stemmende verschijnselen. Er is het plotseling doorgedrongen besef over de gewelddadigheid in de Britse maatschappij naar aanleiding van de dood van een tweejarig jongetje, veroorzaakt door twee kinderen van tien. Die gebeurtenis, twee weken oud, veroorzaakt tot nu toe nog steeds even grote nationale rouwbetuigingen als eerder deze week de dood van Bobby Moore, de legendarische voetbalaanvoerder die als laatste voor Engeland triomfantelijk de wereldbeker voetbal omhoog mocht houden - maar ook dat is bijna dertig jaar geleden.

In het Lagerhuis leveren Britse parlementariërs ondertussen een uitputtingsslag over de vraag of Groot-Brittannië nu wel of niet een integraal onderdeel van een gezamenlijk Europa moet worden. Ook hier is de achterliggende vraag of het "Groot' in Groot-Brittannië nog bestaat of een term is die ook moet worden prijsgegeven aan het besef van een geleidelijk afglijden naar het niveau van tweede garnituur. Onder de Conservatieve afgevaardigden brak gisteren openlijk ruzie uit tussen voor- en tegenstanders van ratificatie van het Verdrag van Maastricht, waarbij voorstanders de opponenten naar het hoofd slingerden dat ze hun functie beter konden neerleggen als ze niet loyaal aan het regeringsstandpunt konden zijn. De gemoederen werden vooral verhit in het vooruitzicht van een nieuw Labour-amendement, dit keer zo geformuleerd dat zelfs de regering zal moeten erkennen dat aanvaarding daarvan door een meerderheid van het parlement het einde van de ratificatiepoging zal blijken - en mogelijk het einde van John Major als partijleider en premier.

De premier trachtte nog in het vliegtuig, op weg terug uit Washington waar hij president Clinton de term “speciale betrekkingen” had weten te ontlokken, de storm te bezweren. Hij wees erop dat het nieuws over aanhoudende ontslagen optimistischer berichten over economisch herstel overschaduwt. Major voorspelde dat Groot-Brittannië op korte termijn de sterkste economische groei in de EG zal gaan vertonen: met lage inflatie, lage rente en een concurrerend pond zijn alle basisvoorwaarden voor economisch herstel aanwezig.

De Confederatie voor de Britse Industrie liet net vanmorgen weten dat de orderportefeuilles bij het Britse bedrijfsleven het beste gevuld zijn sinds achttien maanden, zij het dat het niveau nog steeds laag blijft. Het zakelijk optimisme dat uit het CBI-verslag valt af te lezen, wordt niet gedeeld door bijvoorbeeld ICI, dat gisteren alleen in Groot-Brittannië al 4.000 man ontslag aanzegde en wereldwijd 7.000 man zal ontslaan. British Gas voorziet ontslag voor 3.200 man en 6.500 militairen kregen te horen dat ze naar een baan in de burgermaatschappij moeten uitzien. Labour en de vakbondscentrale TUC voorspellen nu een werkloosheidsomvang van 3.3 miljoen aan het eind van het jaar.

De massale onvrede met de stand van zaken in de natie, al eerder geëxplodeerd naar aanleiding van de plannen om 31.000 mijnwerkers naar huis te sturen, zoekt naar een nieuw brandpunt. Dat komt, als de regering het even kan verhinderen, niet met de begrotingsaankondiging op 16 maart. Belastingverhoging wordt door de meeste economen onvermijdelijk geacht, gezien het enorme begrotingstekort (ongeveer een miljard pond per week). Maar premier Major is ook bang dat belastingverhoging de door hem al sinds vóór de verkiezingen beloofde groei in de kiem zal smoren.

De grootste dreiging aan de horizon is daarna de invoering van de dochter van de poll tax, de zogeheten council tax. De gemeenten en regio's maken in maart bekend voor hoeveel ze hun burgers in het nieuwe systeem gaan aanslaan voor lokale dienstverlening. Nu al blijkt dat de rekeningen, ondanks massale bezuinigingen, opnieuw veel hoger zullen uitvallen dan de regering bij invoering van het nieuwe systeem heeft voorspeld, zij het dat gezinnen minder betalen dan onder de poll tax. Labour voorspelt dat de bezuinigingen aan de lokale overheid opgelegd op termijn nog eens 11.000 ambtenarenbanen gaan kosten.