Varkensliedje 16

O schoen, mijn schoen, O waar gebleven?

De linker lag hier nog zoëven;

En waar, verzucht het wrattenzwijn,

Kan toch mijn pen gebleven zijn?

Onlangs, om mij te verwennen,

Kocht ik wel zeven ballpointpennen;

Nu zijn ze allemaal verdwenen

En moet ik er weer een gaan lenen.

Het allerergste zijn de scharen.

Nu ligt er mij een aan te staren,

Maar het is het oude lied:

Toen ik hem zocht lag hij er niet.

Waarom, zo kermt het wrattenzwijn,

Kan ik niet als een ander zijn?

Want zo gekweld door dit geklier

Wordt nimmer enig ander dier.

Ik zoek me suf de hele tijd,

Altijd ben ik alles kwijt;

Ik ben gewis het minst gespaarde

Meest beproefde zwijn op aarde.

elke overlegging mijdend