Uitgevers lesmethoden met boekencircus door het land; Tweehonderd miljoen gulden per jaar naar schoolboeken

Met de basisvorming in het vooruitzicht storten uitgevers zich op de markt voor schoolboeken. Met volle vrachtwagens trekken ze door het land.

ROTTERDAM, 26 FEBR. De tijd dat educatieve uitgevers een vertegenwoordiger met een stapeltje boeken langs schoolhoofden stuurde, is voorbij. Als leeuwen hebben de ruim dertig educatieve uitgevers zich op de markt gestort, nu alle lesmethodes zijn vernieuwd met de basisvorming - de nieuwe opzet van de laagste klassen van het voortgezet onderwijs die 1 augustus ingaat. In het hele land organiseren ze exposities en workshops voor leerkrachten.

“Honderdtachtigduizend leerlingen hebben een nieuwe wiskundemethode nodig. Het mooiste is als je die allemaal van een boekje kunt voorzien”, aldus P. van der Beek, senior buitendienstmedewerker van Wolters-Noordhoff, de grootste educatieve uitgever. “Het is nu erop of eronder: je moet je eigen markt verdedigen en die van anderen zien te veroveren. Daarom hebben wij dit circus opgezet.”

Met "circus' doelt Van der Beek op de ronde van Nederland die zijn bedrijf deze maand maakt. Een vrachtwagen vol lesmateriaal, folders, stands, belichting en zo'n dertig medewerkers, brengt Wolters-Noordhoff in zestien plaatsen. Ruim 4.500 leraren hebben zich aangemeld voor de "nationale presentatie' in schoolgebouwen. Zij worden er getrakteerd op koffie, broodjes, pennen, boeken en een landkaart van Nederland.

Scholen gaan op grote schaal hun fondsen vernieuwen, verwacht A. Bosscha, secretaris van de Groep Educatieve Uitgeverijen, de belangenorganisatie voor uitgevers van leermethodes. “De laatste jaren hebben ze de aanschaf van boeken uitgesteld, in afwachting van de basisvorming. Maar niet ieder vak is even basisvorming-gevoelig.”

Tachtig procent van de scholen in het voortgezet onderwijs heeft een boekenfonds, waar leerlingen tegen gemiddeld 200 gulden per jaar boeken kunnen huren. Nederlanders geven evenveel geld uit aan drop als aan schoolboeken voor MAVO, HAVO en VWO: 200 miljoen gulden per jaar. De boeken kosten ongeveer 25 gulden per stuk. Die voor het beroepsonderwijs (totale omzet 80 miljoen gulden) zijn duurder omdat de oplage kleiner is.

Iedere uitgever heeft zijn specialisme. Meulenhoff Educatief heeft als paradepaardje de aardrijkskundemethode "De Geo Geordend', Wolters-Noordhoff is sterk in wiskunde en een kleinere uitgever als Spruyt, Van Mantgem & De Does profileert zich met boeken voor technische vakken. Sommige methodes zijn speciaal voor de basisvorming ontwikkeld, andere zijn in een nieuw jasje gestoken.

Om leraren de weg te wijzen in de jungle van nieuwe schoolboeken, organiseert de vereniging van Landelijke Pedagogische Centra in samenwerking met de educatieve uitgeverijen tot april "methodekeuzeconferenties'. Voor de zeven bijeenkomsten in evenzoveel steden hebben zich dertienduizend belangstellenden aangemeld. “We leggen leraren uit waar ze op moeten letten bij de keuze voor een methode”, legt K. Veijen, van de Landelijke Pedagogische Centra. “Bijvoorbeeld zit er in een aardrijkskundeboek voldoende materiaal om veldwerk te doen?”

Wolters-Noordhoff maakt deze maand zijn eigen ronde door Nederland. In de banken van het scheikundelokaal van de Rotterdamse scholengemeenschap Melanchton luistert een dertigtal leraren naar de uitgever die op dia's toont wat de voordelen zijn van T-kit, leerboek voor het nieuwe vak techniek. “Een full-color methode die op degelijk niveau het vak techniek behandelt, zowel vakinhoudelijk als qua vaardigheden. T-kit beantwoordt uiteraard, het is haast een platitude, aan de kerndoelen. Achterin het boek is een lijst waarin u kunt zien welke kerndoelen in welk hoofdstuk worden behandeld”, zegt de voorlichter die zijn woorden met een aanwijsstok kracht bijzet. Het boek is "integraal gebonden', legt hij uit. “Je kunt er mee voetballen, zonder dat het kapot gaat.” Pas als hij de prijs noemt van het glanzend uitgegeven boek, veertig gulden, maken de leraren een notitie.

Waar let een leraar op bij het kiezen van een methode? “Het moet aansluiten bij mijn VBO-leerlingen, dus veel plaatjes en weinig tekst”, zegt C. Akihary die de technieklessen gaat verzorgen op de scholengemeenschap Ter Schie in Schiedam. Ook gymleraar L. Smith, die binnenkort het nieuwe vak verzorging moet geven, kijkt in de eerste plaats of de methode geschikt is voor zijn VBO-leerlingen. “De hoofdstukken over economie zijn al gauw te moeilijk. Ze hebben al moeite met een staartdeling.”