"Terug naar de afgesneden-orentijd van Van Gogh'

Hoe verdienen Nederlandse kunstenaars de kost, als de vraag naar hun werk beperkt is, de subsidies slinken en een beroep op de bijstand straks onmogelijk wordt? Kunstenaars uit verschillende disciplines openen in deze serie hun kasboek. In dit derde deel twee musici, een jazz-zanger/componist en een klassiek pianiste.

Loshangend plastic scheidt het toilet van de woonkamer. Het geluid van stromend water overstemt dat van het koffiezetapparaat. In een voormalige krakerspand in Amsterdam woont en werkt Han Buhrs. In de grote ruimte bespeelt hij zjn instrument: de stem.

“Bittere financiële noodzaak”, zegt de muzikant over zijn werkomgeving. Doorgaans leeft de 38-jarige Buhrs van een bijstandsuitkering van twaalfhonderd gulden per maand. Daarnaast maakt hij deel uit van twee groepen die gemproviseerde jazz spelen; Sumbur (“Russisch voor "in de war' ”) en de Schizmatics. Maar nu is zijn uitkering stopgezet. Buma/Stemra heeft hem namelijk zijn auteursrechten uitgekeerd voor uitvoeringen van zijn muziek op radio en tv. In maart is het geld weer op. Dan zijn zijn inkomsten weer zo laag, dat hij opnieuw een uitkering moet aanvragen. “Een enorme papierwinkel en een hoop gezeik.”

Voor muzikanten als Buhrs is niet een speciaal uitkeringsmodel ontwikkeld zoals voor bijstandsgerechtigde beeldende kunstenaars, die hun inkomsten eens per jaar kunnen verrekenen. Vandaar dat hij per maand zijn verdiensten op moet geven aan de sociale dienst. Dat doet hij altijd, zegt hij. “Ik wil laten zien dat ik betaald word als een erkend muzikant. Bovendien treed ik vaak op in het culturele circuit, waar men netjes wit betaalt. Ik ben niet de cafémuzikant die gruwelijk bijschnabbelt.”

De sociale dienst in de Amsterdamse binnenstad legt Buhrs niets in de weg. Nog nooit heeft een ambtenaar de jazzmuzikant op zijn sollicitatieplicht gewezen of erop aangedrongen zich om te scholen. In andere steden, weet hij van bevriende muzikanten, is dat anders.

Buhrs vindt zichzelf geen werkloze. “Ik ben altijd bezig met optredens regelen, platenmaatschappijen bellen, repeteren en ideeën verzinnen. Eigenlijk werk én solliciteer ik iedere dag.” Daarom vindt hij het “echt onzin” dat hij, net als andere uitkeringsgerechtigden, zou moeten solliciteren.

Overal zingt hij zijn geïmproviseerde muziek. “Van het Stedelijk Museum tot café Wilhelmina in Eindhoven en alles wat daar tussen hangt.” Voor een optreden vraagt hij 150 gulden, de norm die de Stichting Jazz in Nederland heeft opgesteld. De stichting, die Buhrs als professioneel muzikant heeft erkend en gesubsidieerd wordt door het ministerie van WVC, vult dit bedrag aan tot 300 gulden per concert.

Zonder de zekerheid van de bijstand, zou hij niet weten wat te doen. “Dan ga ik mijns weegs”, zegt hij mysterieus. De plannen om de bijstand aan te scherpen, zodat kunstenaars niet langer dan een jaar krijgen een zelfstandige beroepspraktijk op te bouwen, doen hem van verontwaardiging van zijn stoel opveren. “De overheid heeft hier een taak die ze tientallen jaren geleden op zich heeft genomen,” vindt hij. Kunstopleidingen, zowel kunstacademies als conservatoria “poepen maar de ene na de andere kunstenaar uit, terwijl lang niet iedereen aan de bak komt. Als de overheid die kunstenaars nu kwijt wil, moet ze ook de consequenties zien. Dan gaan we terug naar de afgesneden-orentijd van Van Gogh.”

Han Buhrs vraagt zich ook af waar al die duizenden kunstenaars die straks uit de bijstand moeten, werk kunnen vinden. “Heeft De Vries die banen wel? Dat is een pretentie van Sociale Zaken, die ze volgens mij helemaal niet waar kunnen maken. Moeten we vakken gaan vullen bij de supermarkt? AH ziet ons aankomen”, zegt de jazz-zanger.

Antoinette Wilkens (27) is in december 1991 afgestudeerd aan het Rotterdams Conservatorium in de richting klassieke muziek, piano. Ze volgde de docenten-opleiding en die voor uitvoerend musicus. Ze kon na haar afstuderen meteen als leerkracht invallen bij een muziekschool in Rotterdam. Maar na ruim een jaar is de oorspronkelijke leerkracht terug, en krijgt ze een werkloosheidsuitkering van 600 gulden per maand: 70 procent van wat ze als invalster verdiende. Voorlopig zit een nieuwe baan op een muziekschool er niet in.

Ze geeft ook concerten, ze begeleidt duo's, violisten en zangeressen op de piano. Dat werk, als uitvoerend musicus, wil ze graag uitbreiden. Dat betekent dat je een naam moet opbouwen. “Van bevriende musici weet ik dat dat zo'n jaar of vier duurt.” En daarnaast probeert ze voor basisinkomsten een kring van muziekleerlingen op te bouwen. Maar dat zet niet meteen veel zoden aan de dijk. “Zo'n praktijk met leerlingen moet ook groeien. Dat onstaat door mond-tot-mond-reclame.” zegt ze. Een kennis van haar is na het conservatorium direct begonnen met een lespraktijk, met zo'n dertig leerlingen. “Het gevolg is dat ze nu amper nog concerten kan geven omdat ze nauwelijks tijd heeft om te studeren.” Zo wil ze het niet. Ze wil vooral uitvoerend musicus worden. Of dat binnen een jaar lukt vraagt ze zich af. Over een half jaar stopt haar werkloosheidsuitkering en komt ze in de bijstand. “Soms ben ik daar heel somber over”, zegt ze.

De eerste en tweede aflevering van deze serie verschenen op 22 en 24 februari. Op verzoek van de betrokkene is de naam van de pianiste in dit deel veranderd.