Staalsector krijgt tot september tijd voor reductieplan

BRUSSEL, 26 FEBR. De Europese staalindustrie krijgt van de EG nog tot eind september de tijd om “geloofwaardige” plannen op tafel te leggen voor vermindering van de produktiecapaciteit. Alleen dan komen staalbedrijven zoals het Nederlandse Hoogovens in aanmerking voor extra financiële steun van de EG bij de afvloeiing van personeel.

De sanering van de noodlijdende staalindustrie moet eind volgend jaar achter de rug zijn, waarbij in uitzonderlijke gevallen een uitloop mogelijk is naar 1995. De ministers van industrie uit de twaalf EG-lidstaten hebben dit gisteren vastgelegd op een bijeenkomst in Brussel en steunden daarmee de voorstellen van Europese Commissie, het dagelijks bestuuur van de EG, om de crisis in de staalindustrie aan te pakken.

De Europese Commissie, die gisteren met een uitzonderlijk zware delegatie bij het overleg aanwezig was in de personenen van Bangemann (industrie), Van Miert (concurrentiebeleid) en Brittan (buitenlandse handel), ziet de afspraken als een “duidelijk signaal” naar de industrie. Het is de Commissie naar eigen zeggen menens om de staalindustrie te helpen uit de huidige crisis te komen en om een gezonde, concurrerende staalsector in Europa over te houden. Naar schatting moeten 50.000 tot 100.000 banen verdwijnen in de staalindustrie, die kampt met een overcapaciteit van 30 miljoen ton staal per jaar - 20 procent van de totale produktie.

De EG wil daarbij dat de betrokken ondernemingen zelf plannen opstellen om de produktie te reduceren. Anders dan in de jaren tachtig is de EG absoluut niet van plan om direct in te grijpen door van boven af produktiequota op te leggen aan de verschillende bedrijven. In plaats van een zogeheten "crisisregime' af te kondigen, stelt de EG nu de vrijwilligheid van de industrie voorop.

Commissaris Van Miert wilde niet zeggen wat er gebeurt als eind september nog steeds niet voldoende bedrijfssluitingen bij elkaar zijn gesprokkeld om van een gezonde marktsituatie te kunnen spreken. “We gaan nu met een evenwichtsoefening beginnen”, aldus de commissaris.

De belangrijkste elementen van het huidige EG-plan zijn: Op voorwaarde dat er een “geloofwaardige” inkrimping van de produktie plaatsheeft, zal de EG de komende drie jaar 240 miljoen ecu (ruim 520 miljoen gulden) extra uittrekken voor sociale begeleiding van ontslagen. De lidstaten moet dan wel een zelfde bedrag bijpassen. Het extra bedrag van de EG komt boven op de 210 miljoen ecu die al op de begroting van de Europese gemeenschap voor kolen en staal (EGKS) stond voor de periode 1993-1995. Afhankelijk van de saneringsplannen kunnen nog meer financiële middelen van de EG beschikbaar komen. De EG heeft een "vertrouwensman' benoemd die de inkrimpingsplannen van de ondernemingen in de twaalf lidstaten inventariseert: voormalig directeur-generaal industriebeleid Fernard Braun van de EG. De Europese Commissie gaat de ondernemers maandelijks van "oriëntaties' voorzien over prijsverloop, verkoopcijfers en produktie-aantallen. Ook zal de bedrijven worden gevraagd elke maand vertrouwelijk hun produktieplannen door te geven aan Brussel. De Commissie zal met Oosteuropese landen gaan praten over beperking van de uitvoer naar de Europese gemeenschap. Als sprake is van excessieve stijging van de export naar de EG die problemen veroorzaakt, zullen desnoods tariefcontigenten worden vastgesteld, zoals nu al gelden voor staal uit Tsjechië en Slowakije. De invoer vanuit Rusland is per 1 januari 1993 geheel aan banden gelegd. De EG-industrie klaagt steen en been over de invoer van Oosteuropees staal, niet zozeer wegens de hoeveelheden als wel wegens de extreem lage prijzen.