Savin daagt HCS en banken voor rechter

ROTTERDAM, 26 FEBR. Savin Corporation, de Amerikaanse dochter van het inmiddels failliete HCS Technology, eist voor het gerechtshof in New York van de drie Nederlandse banken die betrokken waren bij de financiering en ontmanteling van het HCS-concern een bedrag van 25 miljoen dollar. Tevens eist de Amerikaanse onderneming het ongeldig verklaren van de vorderingen van HCS en de banken, die in totaal 88 miljoen dollar bedragen.

Dit heeft Savin bekend gemaakt. Het Amerikaanse bedrijf stelt dat ING Bank, ABN Amro en Credit Lyonnais Bank Nederland in het geheim plannen hebben gemaakt om in 1990 en 1991 kapitaal bij Savin weg te halen om het sterk verminderde vermogen van het toen in zware problemen verkerende HCS aan te zuiveren.

Savin, dat kantoorapparatuur verkoopt, vroeg op 15 augustus 1992 uitstel van betaling aan. Gedurende de surséance moet de directie van het bedrijf een geloofwaardig reorganisatieplan presenteren aan de faillissementsrechter. Savin heeft volgens de laatste gegevens een negatief vermogen van 93 miljoen dollar. Het nietig verklaren van de vorderingen en de terugbetaling van het bedrag van 25 miljoen dollar, zou het Amerikaanse bedrijf weer solvabel maken.

Savin heeft volgens president-directeur W. Krehbiel na de in augustus vorig jaar ingezette reorganisatie de kosten sterk kunnen verlagen en zit nu met de inkomsten boven de begroting. Savin gaat ervan uit dat hoe sneller de rechter de vorderingen van de drie banken nietig verklaart, des te eerder Savin weer zonder uitstel van betaling kan opereren.

Het bedrag dat volgens Savin ten onrechte aan de onderneming is onttrokken, vloeide via vier transacties weg. In mei 1991 werd een bedrag van 9,3 miljoen dollar dat een filiaal van de ING Bank aan Savin verschuldigd was, via een omweg naar de ING Bank doorgesluisd. De ING Bank eigende zich in 1990 en 1991 ten onrechte een bedrag van acht miljoen dollar toe om HCS-schulden aan de ING Bank af te lossen, zo stelt Savin. Verder werd Savin ten onrechte verplicht 1,5 miljoen dollar aan kosten aan een dochtermaatschappij van HCS te voldoen. Tenslotte werd Savin verplicht aan HCS en een filiaal van de ING Bank 6,2 miljoen dollar te betalen, dat de opbrengst vormde van de verkoop van de Canadese dochtermaatschappij van Savin in december 1991.

De bestaande vorderingen waar Savin daarnaast van af wil, betreffen een schuld van 53 miljoen dollar aan HCS en een vordering van 25 miljoen dollar door ING Bank. Credit Lyonnais Bank Nederland heeft nog 10 miljoen dollar uitstaan. Samen vormen deze 88 miljoen dollar meer dan de helft van de claims van alle schuldeisers van Savin.

HCS Technology verkeert sinds vorig jaar in staat van faillissement. Een van de belangrijkste oorzaken van de déconfiture van het concern, die in 1991 plaats had, waren juist de verliezen van de Amerikaanse dochteronderneming Savin. Het aandeel van 58 procent dat HCS in Savin had, is inmiddels over gegaan in de handen van het bankconsortium waar ABN Amro, ING Bank en Credit Lyonnais deel van uitmaken. Veel macht kunnen de banken niet ontlenen aan hun aandeelhouderschap in Savin. De positie van de directie van het Amerikaanse bedrijf is beschermd door het uitstel van betaling dat aan Savin is verleend. Besprekingen tussen de banken, Savin en de curatoren van HCS over de afwikkeling van de vorderingen op Savin hebben al geruime tijd plaats. Een van de curatoren van HCS noemde de aanklacht van Savin vanmorgen desgevraagd een “deel van de onderhandelingstaktiek”, in de lopende besprekingen. ING Bank zei vanmorgen de aanklacht van Savin, die volgens een woordvoerder “onduidelijk” overkwam, nog te bestuderen.