Rusland-Oekraïne: scheiden doet lijden; Breuk voor veel Russen onbegrijpelijk

MOSKOU, 26 FEBR. Professor Vladimir Kosjkin uit Charkov geeft tegenwoordig college in het Engels. Hij is hoogleraar natuurkunde op het polytechnisch instituut van deze miljoenenstad in de Oekraïene. Vroeger onderwees hij in het Russisch, zijn moedertaal en de taal die de meerderheid van de inwoners van Charkov spreekt. Nu moet hij volgens de wet in het Oekraïens doceren. Maar die taal beheerst hij onvoldoende. Kosjkin is daarom overgestapt. “Understandabel?”, vraagt hij zijn gehoor om de drie zinnen. Want ook zijn Engels is niet wat het zou moeten wezen.

Professor Kosjkin is een van de vele kleine slachtoffers van de echtscheiding tussen Rusland en de Oekraïne. Op micro-niveau speelt het drama zich af in de collegezalen en langs de voetbalvelden. Op macroniveau is de procedure nu in de fase van olie en gas. Het zou overigens ook over kernraketten, duikboten of valuta hebben kunnen gaan. Sinds de Oekraïne zich anderhalf jaar geleden onafhankelijk heeft verklaard is het namelijk om de maand weer raak tussen de twee gemankeerde partners Oekraïne en Rusland. Nu eens zet Kiev de zaak op scherp door via kernwapens en schuldenlast het Westen bij de boedelscheiding te betrekken, dan weer klinkt er uit Moskou agressieve taal.

De kern van de kwestie is psychologisch van aard. In hun hart kunnen de Russen niet begrijpen dat de Oekraïeners zich uit het oude rijk hebben teruggetrokken. In hun ogen is de zuidelijke republiek namelijk altijd “klein-Rusland” geweest. Omgekeerd voelen de Oekraïeners zich genoodzaakt soms hard richting noorden te blaffen: terwille van hun nationale identiteit, ook al weten ze dat de Oekraïne bij lange na niet is geïntegreerd in de Europese economie en een zakelijk verbond met Rusland dus nog onvermijdelijk is. Nergens zijn politiek en economie zo naadloos verbonden als in de betrekkingen tussen Moskou en Kiev.

De scheidingsperikelen hebben tot nu toe niet geleid tot drama's, maar ze hebben het economische herstel in beide landen wel danig gefrustreerd. Het jongste conflict over de olie- en gasleveranties illustreert dat. De Oekraïne teert grotendeels op de energiebronnen uit Rusland. Meer dan de helft van de olie en zeventig procent van het gas moet uit Rusland geïmporteerd worden. Wat de Oekraïne zelf heeft aan energiebronnen (kolen en kerncentrales) is niet betrouwbaar. De kolenmijnen liggen in het Russische deel van de Oekraïne waar om de haverklap gedreigd wordt met stakingen. En de kerncentrales, bijvoorbeeld die in Tsjernobyl, moeten met de regelmaat van de klok een noodstop maken.

Tot nu toe heeft Rusland zijn olie en gas steeds voor roebels verkocht. Begin dit jaar eiste de Russische regering echter wereldmarktprijzen van alle voormalige Sovjet-republieken die geen deel meer willen uitmaken van de zogenaamde "roebelzone'. De prijs voor gas zou op die manier stijgen van 1600 roebel (vorig jaar nog vier dollar) naar 75 tot 95 dollar per duizend kubieke meter. Dat zou de genadeklap zijn voor de Oekraïense economie, toch al getroffen door een produktiedaling van vijftien procent in 1992 en een inflatie van 2500 procent (het absolute record binnen het GOS).

Kiev reageerde met gepaste munt. Als Rusland deze plannen zou willen doorzetten, dan zou Rusland voor het gastransport naar de havens aan de Zwarte Zee ook in dollars moeten betalen: drie dollar per honderd kilometer, hetgeen zou neerkomen op minimaal vijftien dollar per duizend kuub. Moskou zette niettemin door en dreigde vervolgens - gisteren - de gasleverenties te staken wegens achterstallige betaling van maar liefst vijfhonderd miljoen gulden.

Zover is het nog niet gekomen. Intensief telefonisch overleg tussen beide regeringen heeft de druk deze week wat van de ketel genomen. Zondag komt de Oekraïense premier Leonid Koetsjma naar Moskou om met zijn Russische collega Viktor Tsjernomyrdin verder te onderhandelen. “Er is hoop”, aldus zijn chef Leonid Kravtsjoel. Maar licht zal het Koetsjma toch niet vallen. Tsjernomyrdin weet wat hij wil. De Russische premier is zijn bestuurlijke carrière in de gasbranche begonnen, heeft de afgelopen jaren het staatsbedrijf Gasprom (gasindustrie) tot een machtige octopus omgevormd en wil als premier de hervorming van de Russische economie over de band van de energiesector ter hand nemen.

Bovendien gaat het conflict tussen Rusland en de Oekraïne maar ten dele om olie en gas. Er zijn nog tal van andere hachelijke meningsverschillen rond alle gevoelige militaire kwesties. Zo is er nog altijd geen oplossing voor de vloot in de Zwarte Zee. Formeel zijn de presidenten Jeltsin en Kravtsjoek overeengekomen de vloot te verdelen. Als gebaar heeft Jeltsin admiraal Kasatonov uit de marinebasis Sevastopol op de Krim teruggetrokken. Maar de marine-officieren die er zijn achtergebleven hebben zich nog altijd niet neergelegd bij het akkoord. Eind januari kwam het zelfs tot een gewelddadig treffen tussen Russische en Oekraïense officieren. Kiev riep zijn manschappen op “waakzaam te zijn voor provocaties”. Sindsdien is het weer relatief rustig op de Krim. Maar de potentiële ruzie om Sevastopol houdt de interne politiek in zowel de Oekraïne als Rusland wel voortdurend onder druk.

Met de strategische kernwapens is het niet anders gesteld. De Oekraïne wekt nu de indruk START I te willen ondertekenen, maar heeft dat nog niet gedaan, formeel omdat Kiev betrouwbare “veiligheidsgaranties” van de grote broer wil, in feite echter ook omdat er een relevante politieke stroming is die van de Oekraïne een zelfstandige kernwapenmogendheid wil maken. Dat is een ambitie die vooral tegen Rusland is gericht. Het zaaien van angst in het Westen is daarbij niet meer dan een tactisch wapen.

“De Oekraïne houdt haar beloftes niet”, was de boze reactie van het Russische minister van buitenlandse zaken eergisteren. Dat klopt. Maar in de betrekkingen tussen beide staten geldt momenteel nu eenmaal het "primaat van de binnenlandse politiek'.