Plan Museumplein: groen en geen auto's

AMSTERDAM, 26 FEBR. Een groene, autovrije vlakte met bloemen en bomen, een grote, langwerpige vijver en twee ondergrondse parkeergarages. Zo ziet het toekomstige Amsterdamse Museumplein er uit volgens het ontwerp van de Deense landschapsarchitect Sven-Ingvar Andersson. Het plan is vanmiddag gepresenteerd in het kantoor van het Stadsdeel Zuid.

De herinrichting van het plein is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het stadsdeel en het centrale gemeentebestuur. Zowel de deelraad als de gemeenteraad zal zich erover uitspreken.

Rustig, kalm en waardig is het plein in de visie van Andersson, maar het moet bij tijd en wijle ook het toneel zijn van drukbezochte festivals en demonstraties. Andersson is er bij zijn ontwerp van uitgegaan dat het Museumplein een open ruimte moet blijven, ook al zal daar door de geplande uitbreiding van het Stedelijk Museum en het Van Gogh Museum een deel vanaf gaan. Het open gebied dat hem voor ogen staat moet contrasteren met het drukke en intieme stadscentrum.

Als het plan doorgaat zal er een einde komen aan wat wel "de kortste racebaan van Nederland' wordt genoemd. De Museumstraat verdwijnt om plaats te maken voor een grasvlakte. Zoals al werd voorgesteld in de Nota van Uitgangspunten van de stadsdeelraad komt er ondergrondse parkeergelegenheid. Het ontwerp voorziet in twee parkeergarages, een bij het Rijksmuseum voor 25 bussen en een van twee verdiepingen voor zes- à zevenhonderd personenauto's langs de westelijke grens van het plein. De ingang van de autogarage, die bedekt is met gras, komt aan de Van Baerlestraat, waar de voertuigen binnenkomen door een opening die eruit ziet “alsof een reus de hoek van de grasmat heeft opgetild”.

Ook het plein naast het Concertgebouw valt onder het project. Een fontein en twee lanen van lindebomen moeten het een meer uitgesproken identiteit geven. Andersson heeft in zijn ontwerp rekening gehouden met de uitbreiding van het Stedelijk Museum, maar nog niet met het ontwerp van de Amerikaanse architect Robert Venturi waar drie weken geleden voor is gekozen.

Pag 6: Alleen voetgangers onder Rijksmuseum

Het talud van de halfverzonken parkeergarage onder het Museumplein bereikt een hoogte van tussen de vijf en de zes meter, even hoog als de onderbouw van het Stedelijk. De garage wordt gerealiseerd door een deel van het plein op te hogen. De busgarage krijgt twee toegangspaviljoens met roltrappen, krantekiosken en koffiebars.

Nieuw is ook dat de onderdoorgang van het Rijksmuseum alleen toegankelijk wordt voor voetgangers. Fietsers en bromfietsers zullen voortaan om het museum heen moeten. In de gewelfde ruimte zullen de toegangskaartjes voor het museum worden verkocht en komt er plaats voor boekenverkoop en een eetgelegenheid.

De vijver voor het Rijksmuseum zal een belangrijke trekpleister worden voor dit deel van het plein. Kinderen kunnen er 's zomers in baden, 's winters kan erop worden geschaatst. Aan de andere kant van het plein komt voor het Amerikaanse consulaat een grote tuin van blauwe en roze bloemen, die aansluit op een lindelaan. Een cirkel van lampen zal bloemen en bomen verlichten. Andersson wil het monument voor de vrouwen van Ravensbrück, nu nog tussen het Van Gogh en het Stedelijk Museum, verplaatsen naar het eind van deze lindenarcade.

Het Museumpad neemt de rol over van de straat. Het pad, dat de verbinding vormt tussen het Rijksmuseum en de Van Baerlestraat, is voor de wandelaars die er ongehinderd door verkeer kunnen slenteren en flaneren. Diagonaal over het plein strekt zich een “Lange Lijn” uit tussen twee fonteinen, een op het Concertgebouwplein en een tussen de platanen links van het Rijksmuseum. Ertussen in vormt hij een sierlijke kronkel. De lijn laat overdag daglicht door naar de ondergrondse parkeergarage en vormt 's avonds door verlichting van onderaf een lint door het gras.

Volgens het concept van Andersson moet op de hoek van de Van Baerlestraat en de Gabriel Metsustraat, de voormalige brandweerkazerne waarin nu een restaurant is gevestigd, een nieuw driehoekig gebouw worden opgetrokken dat meer past bij de omgeving.