Ook financieel sterk Shell ontkomt niet aan ingrepen

DEN HAAG, 26 FEBR. De nieuwe Shell-topman, drs. Cor Herkströter, had gisteren weinig reden tot juichen. Voor het eerst mocht hij de jaarcijfers van de Koninklijke/Shell Groep presenteren, en moest hij vaststellen dat het concern vorig jaar in drie van zijn bedrijfssectoren verliezen heeft geleden. Bovendien kampt Herkströter met een enfant terrible: Showa Shell in Japan, dat zich volgens de hoge normen van de Nederlands-Britse groep ernstig heeft misdragen, door valutaspeculaties.

“Geschokt en teleurgesteld” is de directie over het gedrag van de Japanners, misschien nog niet eens zozeer wegens de onvoorziene verliezen die de groep moet incasseren, als wel om de schade die wordt toegebracht aan de naam van Shell als betrouwbare ondernemer en financier, belangenbehariger van zijn aandeelhouders.

Tegenover het sombere nieuws uit Japan staat een positief bericht uit de Verenigde Staten: de slechte gang van zaken in de afgelopen jaren bij de grote Amerikaanse dochter Shell Oil is door een ingrijpende reorganisatie aanzienlijk verbeterd. Shell Oil heeft zijn verliezen van 1991 vorig jaar kunnen omzetten in winst.

Financieel gezien komt de Shell-aandeelhouder ondanks de conjuncturele problemen die het concern plagen, trouwens goed aan zijn trekken met een opnieuw gestegen dividend van 8,45 gulden en een fors toegenomen winst per aandeel. Ook voor banken en andere grote geldschieters blijft Shell aantrekkelijk, met een rendement op het geïnvesteerd vermogen dat van 8,4 procent in 1991 toenam tot 9,3 procent in 1992.

Net als andere grote ondernemingen heeft Shell te lijden van de geringe economische groei waardoor de afzet van veel produkten nog wel doorgaat maar op een bepaald niveau stagneert. Aan olie en gas bestaat wel een stijgende behoefte, maar de winstmarges nemen af en dat merkt Shell in de cijfers van zijn raffinaderijen. Bij chemie ligt het nog moeilijker, omdat de bulkprodukten die Shell maakt hun weg moeten vinden naar de kunststofproducenten en die zijn op hun beurt weer afhankelijk van de aarzelende industriële produktie. Voor het eerst draaide Shell daarom over het hele jaar 1992 met verlies in de chemie.

Ook in de kleinere sectoren ging het niet goed: op steenkool werd het verlies van '91 verkleind, maar bij de metalen veranderde de bescheiden winst van '91 in een fors verlies. Daar stond wel een grote meevaller, van 380 miljoen pond sterling, tegenover door valutawinsten, met name de daling van het pond tegenover de dollar en de gulden. Shell ontkomt nu niet aan forse ingrepen, in de sectoren chemie en metalen, om zijn produktie aan te passen aan de vraag en zoveel mogelijk op produktiekosten te besparen. In de chemie zullen fabrieken in diverse landen worden gesloten en gefuseerd, terwijl Shell zich in de metaalsector terugtrekt op de mijnbouw en de smelterijen en andere verwerkende industrieën afstoot. Dit jaar zal de groep daarvoor ongetwijfeld forse voorzieningen moeten treffen.

Herkströter sprak van een “moeilijk jaar”, waarin eigenlijk alleen de kernactiviteiten van de maatschappij het goed hebben gedaan: de olie- en gaswinning en de verkoop. Daarom schroeft Shell zijn investeringen in die sectoren, na een daling in 1991, weer op. Door zijn sterke financiële positie verwacht het bedrijf de miljarden die daarvoor nodig zijn ook zelf op tafel te kunnen brengen, zonder grote extra leningen dus. Ondanks de smalle winstmarges op korte termijn wordt er ook veel geld gestoken in modernisering van raffinaderijen, om aan een groeiende vraag naar schone brandstoffen te voldoen. In de twee rijkste olie- en gasgebieden ter wereld, het Midden-Oosten en het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, wil Shell zich wegens onzekere politieke ontwikkelingen voorzichtig opstellen. Shell heeft wel verschillende projecten in het GOS op het oog en breidt zijn activiteiten in Midden-Europa gestaag uit.

In vergelijking met zes andere grote particuliere oliemaatschappijen doet Shell het ondanks de huidige tegenvallers goed. Met een vrij stabiele netto winst van ruim 5,5 miljard dollar over een periode van vijf jaar laat de groep al zijn concurrenten achter zich. Sinds '91 is er bij vijf van de zeven "majors' sprake van een winstdaling. Shell en Chevron zijn de enigen die een verbetering van resultaten boekten. Maar belangrijker voor de beoordeling op langere termijn zijn de olie- en gasreserves, de produktiekosten, de winning van eigen olie en het succes bij de winning in nieuwe gebieden. Volgens een onderzoek door het vakblad Petroleum Intelligence Weekly scoort Shell in al deze graadmeters beter dan zijn concurrenten.