Ontsporingen trein door te hoge snelheid

ROTTERDAM, 26 FEBR. De trein-ontsporingen bij Hoofddorp op 28 en 30 november zijn volgens een onderzoekscommissie van de NS veroorzaakt door te hard rijden van machinisten.

De vakbonden betwijfelen echter of de machinisten op de hoogte waren van de tijdelijke snelheidsbeperking die gold op het baanvak. De NS maakten vandaag de resultaten bekend van het onderzoek naar de ontsporingen bij Hoofddorp. De onderzoekscommissie stelt dat de trein bij de tweede, ernstigste, onsporing van 30 november waarbij vijf doden en 32 gewonden vielen ten minste 106 kilometer per uur reed waar 60 kilometer was toegestaan. Bij het ongeluk van 28 november raakten drie reizigers licht gewond. De onderzoekscommissie meent dat beide machinisten voldoende op de hoogte zijn gesteld van de snelheidsbeperking. Tegen hen zijn daarom vandaag disciplinaire maatregelen genomen.

Volgens een woordvoerder van de NS hebben beide machinisten een kennisgeving ondertekend, waarin ze op de hoogte werden gesteld van de snelheidsbeperkingen op het baanvak bij Hoofddorp. A.J. Koppejan van de Vervoersbond CNV noemt dat “bluf”. Hij zegt de uitkomst van het onderzoek te respecteren, maar twijfelt over de voorkennis van de machinisten: “Het is bekend dat lastgevingen uiterst slordig verspreid worden.” Het CNV overweegt daarom tegen de uitspraken van het onderzoek in beroep te gaan bij het NS-scheidsgerecht.

Een NS-woordvoerder zegt desgevraagd dat de NS-onderzoekscommissie niet meer heeft geconstateerd dan “dat de procedure gevolgd is”, maar hij betwijfelt “of de procedure op zich werkbaar is”.

Een woordvoerder van de Vervoersbond FNV spreekt van “een volstrekt bizarre benadering”: “Als je toegeeft dat je procedures niet deugen, kan je een machinist onmogelijk een douw geven.” Secretaris L. van den Bent van de Vereniging van Machinisten zet ook “grote vraagtekens” bij die conclusie. “Gezien de beroerde interne communicatie binnen de NS geloven wij ook niet dat de machinisten op de hoogte waren. Je gaat niet willens en wetens veertig kilometer te snel rijden.”

De commissie schrijft dat de treinramp aanleiding vormt de veiligheidsprocedure te verbeteren. De Automatische Trein Beïnvloeding (ATB), die bij nadering van stations ervoor zorgt dat de trein automatisch wordt stilgezet wanneer een maximumsnelheid wordt overschreden, moet in de toekomst ook werken bij tijdelijke snelheidsbeperkingen. Dat is voor 1996 nog niet mogelijk, aldus een woordvoerder van de NS. Ook het CNV dringt vandaag aan op “extra inspanningen om de veiligheid van het reizen voldoende te kunnen waarborgen” omdat het Nederlandse spoorwegnet “de komende jaren een grote bouwput wordt”.

De Spoorwegongevallenraad onder leiding van mr. P van Vollenhoven stelt een onafhankelijk onderzoek in naar de oorzaken van de ontsporingen. Prof. J.L. de Kroes, die daags na de treinramp al meldde dat deze was veroorzaakt door een te hoge snelheid, heeft zich uit dit onderzoek teruggetrokken.