Ongeluk

In zijn bespreking van "Een schitterend ongeluk' (CS 12-2-1993) slaat Kousbroek de plank zeker één keer faliekant mis. Zo merkt hij "en passant' op dat zelfs "een wetenschappelijke opleiding (-) iemand niet belet het mysterie te prefereren boven de oplossing wanneer hem dat in het bloed zit.'

De vraag is dus: wordt Rupert Sheldrake inderdaad geteisterd door het afschuwelijke "mysterie'-virus? Het antwoord luidt: integendeel.

Dat Sheldrake's hypothesen nogal ver gaan en dat hij niet in de geijkte richting zoekt is ongetwijfeld waar. Maar even waar is dat hij desondanks probeert verklaringen aan te dragen voor nog onopgeloste kwesties. Sheldrake wil net als andere wetenschappers weten hoe de dingen in elkaar zitten.

Het volgende stukje dialoog uit "Een schitterend ongeluk' (pagina 401) naar aanleiding van Sheldrake's duivenverhaal - moge dit illustreren:

“Sacks: Als je zegt dat het een echt mysterie is, bedoel je dan dat het een echt vraagstuk is?

Sheldrake: Ja, het is een echt vraagstuk. Een mysterie is iets dat we niet begrijpen. Ik denk niet dat het iets is dat we in principe niet kunnen begrijpen.'

Sacks: Nee, nee. Een mysterie is juist iets dat we in principe niet kunnen begrijpen, terwijl een vraagstuk in principe wel kan worden begrepen.

Sheldrake: Goed, in die betekenis denk ik dat ik met het woord mysterie een vraagstuk bedoel.

Sacks: Juist.

Sheldrake: Ik zou geen onderzoek doen als ik niet dacht dat het kon worden opgelost.''