Natuur en Milieu haalt fel uit naar minister Alders

UTRECHT, 26 FEBR. De milieubeweging heeft felle kritiek op de plannen van minister Alders (VROM) voor de verwijdering van gevaarlijk afval.

In een brief stelt de stichting Natuur en Milieu, waarbij een twintigtal milieugroeperingen zijn aangesloten, dat de minister met zijn plannen de Tweede Kamer een rad voor ogen draait.

Aanleiding voor de brief aan Alders is het "ontwerp meerjarenplan verwijdering gevaarlijke afvalstoffen', dat de minister gisteren heeft gepresenteerd. Het meerjarenplan moet dienen als leidraad voor het landelijk en provinciaal milieubeleid en somt voor een groot aantal gevaarlijke stoffen op in welk jaar het storten en verbranden ervan moet zijn beëindigd of in ieder geval drastisch teruggedrongen. In plaats daarvan moet een beleid komen dat is gericht op preventie (maatregelen om het ontstaan van gevaarlijke stoffen te voorkomen) en hergebruik. Het gaat daarbij onder meer om afgewerkte olie, batterijen, gebruikte verpakkingen van lijmen, kitten en harsen, spuitafval en verf. Belangrijke doelstelling van het plan is de beëindiging van de export van zwaar verontreinigd afval in 1996.

Volgens Natuur en Milieu komen veel van de jaartallen in het plan niet overeen met eerder gedane beloften. Zo was het in 1991 nog de bedoeling om in 1992 maatregelen klaar te hebben voor preventie en hergebruik van spuitafval en verf. In het nieuwe meerjarenplan staat nu het jaartal 1993. Een convenant over het hergebruik van batterijen is ondanks de grootschalige inzameling ervan nog steeds niet gesloten, voor afgewerkte olie is nog geen plan voor een verwerkingsfabriek, ondanks een brief aan de Tweede Kamer waarin staat dat in 1993 een installatie gereed zou zijn. Verder pleitte de Tweede Kamer al in 1986 voor gescheiden opslag van bepaalde soorten chemisch afval, met het oog op hergebruik. Inmiddels staat op de Maasvlakte een gecompartimenteerde stortplaats, maar is er nog geen enkel plan gemaakt voor de verwerking van dit afval.