Mest drijft politici en boze boeren uit elkaar; Politicus Van Noord sust boeren

De noodwet over hinderwetvergunningen voor boeren is, na weken van geharrewar, nog steeds niet rond. Vorige week legden ambtenaren van minister Alders (milieu) een concept voor aan Kamerleden, wat leidde tot onenigheid met minister Bukman (landbouw). Alders wil dat gemeenten bij het afgeven van vergunningen uitgaan van het aantal dieren in 1981, maar later mag ook. Bukman wil als peiljaar 1986. Hoe dan ook zullen gemeenten een plan van aanpak voor de mest moeten opzetten. Vandaag probeert de ministerraad eruit te komen, maar het is nog onzeker of dat zal lukken. Gisteren sprak het CDA-Kamerlid Van Noord, zelf boer te Dwingeloo, veehouders toe in Eibergen. Hij betoogde dat de schade onder de boeren mee zal vallen, maar zijn gehoor geloofde hem maar half. Het vertrouwen in de politiek is weg, betoogden de boeren van hun kant. Zo ver weg dat sommigen het zelfs de moeite niet meer waard vonden hun problemen aan het Kamerlid voor te leggen. Een boze boer en een relativerende politicus vertellen hun verhaal.

Het gebeurde tijdens een spreekbeurt in Axel. Nog voor de voorzitter het woord had genomen, stonden twee boeren in de zaal op om te zeggen dat ze niet wensten te luisteren naar het CDA-Kamerlid Jan van Noord, zelf veehouder te Dwingeloo. Van Noord, in stormachtig weer en na lang zoeken net op tijd aangekomen, vroeg of iedereen er zo over dacht. Want dan konden ze maar beter weer naar huis gaan. Zelf had hij nog een lange reis voor de boeg. Iedereen bleef zitten.

Van Noord, 62 jaar oud en goed voor zo'n vijftig spreekbeurten per jaar, weet hoe hij een zaal vol boeren moet aanpakken. De harde jongens in Groningen en het Westland, het gemoedelijkere slag in de Achterhoek: ze begrijpen meteen waar zijn hart zit als hij op zijn eerste sheet "de CDA-kernbegrippen' rentmeesterschap, gerechtigheid, solidariteit en gespreide verantwoordelijkheid laat zien, “die de basis van al onze besluiten vormen, ook van die over landbouw”. En Van Noord weet: Als ik die sheet niet laat zien, is de eerste vraag of het CDA nog wel christelijk bezig is.

Ook in Eibergen gaat de spreekbeurt hem vlot af. Natuurlijk is er nog perspectief voor de boerenstand, meer dan ooit als je het hem vraagt. Weliswaar zullen er in het jaar 2010 minder bedrijven zijn dan nu, maar dat zal vooral door natuurlijk verloop zijn. In ieder geval is het inkomen van de boeren in Nederland de afgelopen twintig jaar "grosso modo' goed geweest. Anders was u er toch allang mee gestopt? Pas wanneer een boer zegt dat je tegenwoordig niet meer weet wat je moet doen, schiet Van Noord uit zijn slof. “In ieder geval weet je wel wat je niet moet doen.”

Want dat is het enige waar ze bij hem niet mee aan moeten komen: de onbetrouwbaarheid van de politiek. Wat er de afgelopen jaren met de verlening van hinderwetvergunningen is gebeurd, was niet de schuld van het rijk. Boeren hebben verzuimd een vergunning aan te vragen, gemeenten drongen opzettelijk niet aan en nu krijgt Den Haag er de schuld van dat duizenden boeren worden gedupeerd omdat ze illegaal hebben uitgebreid. Maar wat doet Den Haag anders dan de scherven bij elkaar vegen en proberen er het beste van te maken? Om duizenden gedupeerde boeren zal het trouwens niet gaan, hooguit een paar honderd.

Van Noord komt uit een boerenfamilie. Zijn vader was boer, zijn grootvader ook, en nu drijven twee van zijn drie zoons het bedrijf. De derde zit op de middelbare agrarische school. Van een boerderijtje met acht koeien, twintig kippen en twee varkens heeft Van Noord een middelgroot bedrijf van 150 koeien en 35.000 slachtkuikens gemaakt. De koeien dragen gele oorflappen, daar heeft hij nooit moeite mee gehad, en de stallen zijn redelijk modern, al kon het beter. Het bedrijf voldoet aan de normen voor ammoniakuitstoot en heeft vorig jaar nog een nieuwe hinderwetvergunning gekregen. Dus niemand hoeft hem te vertellen hoe het in de praktijk gaat: ook de gemeente Dwingeloo, waar hij tot zijn Kamerlidmaatschap in 1982 gemeenteraadslid was, is “laks geweest” in het afgeven van hinderwetvergunningen.

Het punt is alleen: de boeren worden niet goed voorgelicht. Hoe vaak heeft hij het nu niet meegemaakt dat de standsorganisaties met de politiek tot een akkoord waren gekomen, en dat dan op een bijeenkomst zo'n bestuurslid toch zei dat de politiek onbetrouwbaar was. Als Van Noord zo iemand erop aanspreekt, is het antwoord vaak dat men vreest dat de politiek nog een stap verder wil gaan. Maar dat is toch geen argument? Hij begrijpt het wel, zelf heeft hij ook jarenlang allerlei functies in de standsorganisaties vervuld. Alleen waren zijn standpunten wel altijd beargumenteerd, want daar kom je het verst mee.

Maar door die opstelling van de standsorganisaties, die toch elke maand met de minister overleggen en die in 95 procent van de gevallen met de bewindsman tot overeenstemming komen, is er een muur van wantrouwen bij de boeren ontstaan. Op zijn spreekbeurten legt Van Noord uit hoe het wel zit en dan zeggen de boeren meestal: Als het zo in elkaar steekt en als we u kunnen geloven, dan kunnen we ons er in vinden. Want de boodschap van de politiek voor de boeren is nu niet slechter dan tien of twintig jaar geleden. Boeren klagen altijd, als een boer niet klaagt gaat het slecht met hem.