Leden van G7 praten morgen over koers van de Japanse munt; Japan verkeert in onzekerheid over het lot van de yen

TOKIO, 26 FEBR. Zullen zeven ministers van financiën en zeven centrale bankiers morgen in Londen besluiten dat de yen omhoog moet? “Onvoorstelbaar”, aldus deze week de Japanse minister van financiën, Yoshiro Hayashi. “Totaal ondenkbaar”, aldus deze week gouverneur Yasushi Mieno van de Bank van Japan. Wis en waarachtig, aldus de speculanten, en ze namen alvast een voorschot op het besluit door massaal dollars te ruilen voor yens, daarbij flink aangemoedigd door de Amerikaanse minister van financiën, Lloyd Bentsen.

Die betoonde zich eind vorige week publiekelijk voorstander van een “sterke yen”. De financiële markten begrepen de boodschap en reageerden prompt. Ruim acht yen klom de Japanse munt tegenover de dollar, die zich vervolgens stabiliseerde rond 117 yen. Daarmee hadden de markten in feite al het besluit voor de G-7 genomen.

Zal morgen na de financiële G-7 in Londen de yen weer dalen? De Japanse exporteurs hopen het vurig. “De stijging kwam ten minste een jaar te vroeg”, zei woensdag vice-president Yoshikazu Hanawa van het noodlijdende Nissan, toen hij de sluiting van een van de vijf grote autofabrieken van Nissan bekend maakte. “Te snel en te hard”, zei een directeur van Toyota hem na. Toyota verliest bij elke yen die de Japanse munt stijgt zes tot zeven miljard yen aan export, Nissan vijf miljard yen. De president van Pioneer kwam de pers klagend vertellen dat zijn bedrijf net het nieuwe jaarplan had aangepast. Bij de vorige versie was nog uitgegaan van een koers van 125 yen voor een dollar. Vervolgens was die gesteld op 120 yen. “Nu moeten we weer een nieuw plan maken.”

De stijging van de yen is onvergelijkbaar met die van de "yen-crisis' van bijna acht jaar gelden, toen de munt in de acht maanden na oktober 1985 van 250 tot 150 voor een dollar klom en daarna bleef schommelen rondom 125: liefst een verdubbeling van de koers. Dat was ook gebeurd op aandrang van de Amerikanen. Dankzij een fors stimuleringspakket van de regering herstelde de Japanse economie zich wonderbaarlijk snel. Renteverlaging door de centrale bank blies de economie vervolgens zelfs op tot een luchtbel van buitensporige speculatie, speculatie in effecten en onroerend goed, die als hefboom fungeerde voor een dolle expansiedrift.

Ondanks de relatief kleine stijging menen vele ondernemers dat de toestand nu onvergelijkbaar ernstiger is. Toen was er nog geen recessie, nu wel. “Kostenbesparingen bij binnenlandse bedrijven, winstdalingen bij overzeese bedrijven en opvoering van exportprijzen, allemaal maatregelen die toen zijn genomen, lukken een tweede keer niet meer”, somberde Nissans vice-president. Volgens topman Tadahiro Sekimoto van NEC, het elektronica-concern dat ook verlies maakt, lijdt de Japanse economie aan een “gecompliceerde fractuur”, zo zei hij tegen de Yomiuri Shimbun: “Een conjuncturele neergang, een structurele recessie en dan ook nog de dure yen”. Maar een bankier gaf de bedrijven zelf de schuld. “Ze hebben het door het almaar uitdijende handelsoverschot aan zichzelf te wijten.”

Dat overschot wordt door analisten inderdaad de belangrijkste oorzaak genoemd. Vroeg of laat moest wel de yen stijgen. “Ik hield er rekening mee dat de dollar onder de 120 yen zou zakken”, zei Nissans vice-president, “maar niet al zo gauw en zo hard”. Dit begrotingsjaar, dat eindigt op 31 maart, zwelt het handelstekort op tot 130 miljard dollar, waarvan 40 met Amerika, 40 met Azië en 30 miljard dollar met Europa. Als tweede oorzaak geldt de verwachting dat de hoge lange rente in de VS verder zal dalen, als direct gevolg van president Clintons aanval op het Amerikaanse begrotingstekort. Dat maakt beleggen in lange dollar-activa onaantrekkelijk en dat veroorzaakt een vlucht uit de dollar en in de yen. Als derde oorzaak wordt dan de financiële G-7 genoemd. Aanvankelijk lieten vooral Japanse exporteurs zich gelden en ruilden hun dollartegoeden massaal voor yens, uit vrees voor een verdere val van de dollar.

Even dreigde de Bank van Japan deze week met interventie. Maar dat dreigement namen de financiële markten niet ernstig. Interventie van de G-7 wordt bovendien ook niet verwacht. De andere zes (Amerika, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Canada) staan echt niet te springen om Japan te hulp te schieten. Want allemaal hebben ze met Japan een handelstekort en dus zullen ze met een dure yen wát blij zijn.

Bankgouverneur Mieno, die altijd heeft beweerd dat het opzwellende handelsoverschot maar tijdelijk was, omdat de invoerprijzen dalen en deze daling vanzelf zou leiden tot meer, want goedkopere invoer, kwam deze week op zijn voorspelling met een opvallende variant terug. Mieno: “Men zegt dat Japan zijn markten moet openen, maar open markten zullen het handelsoverschot niet verminderen. Duitsland heeft heel lang een groot handelsoverschot gehad en diens markten stonden wagenwijd open.”