Langs nieuwe wegen op zoek naar meer spanning

De organisatoren van wielerklassiekers zoeken nieuwe wegen. Ze willen méér spanning. En geen mindere goden als winnaars zoals vorig jaar, maar kampioenen met uitstraling. Nodig om te overleven, beseffen ze aan de vooravond van de Omloop Het Volk, de eerste grote wedstrijd van het seizoen in West-Europa.

GENT, 26 FEBR. Als het aan de wielerliefhebbers ligt, mogen ze meteen op het erepodium plaats nemen. Voorgoed. Want in hun ogen zijn beide politici keien van bestuurders. Johan Sauwens en Ségolène Royal, respectievelijk de Vlaamse minister van verkeer en de Franse bewindsvrouw voor milieuzaken, stelden de fans een maand geleden definitief gerust: plechtig kondigden ze aan dat de kasseienstroken, vaak de scherprechters in de toonaangevende klassiekers van de twee landen, nóóit ofte nimmer zullen worden geasfalteerd of bedekt met beton.

Madame Royal beloonde daarmee de felle strijd die de talrijke Noordfranse vrienden van de Hel tien jaar lang hebben gevoerd. In totaal 8400 meter stroken kasseienweg, deel uitmakend van de finale van Parijs-Roubaix, vormen voortaan een historisch monument. In België worden vijfentwintig stukken (31,5 kilometer) in de Vlaamse Ardennen beschermd. Sauwens, zelf een wielertoerist, had zijn vrolijke tijding bewaard voor de presentatie van de zevenenzeventigste Ronde van Vlaanderen, die op vier april wordt verreden. De organisatie daarvan kon het goede nieuws best gebruiken, want ze had nog last van een stevige kater. Overgehouden aan de uitgave van 1992, toen de nietszeggende Fransman Jacky Durand na een even nietszeggende ontknoping zegevierde.

De maatregel van Sauwens - steeds meer omwonenden eisten dat de lastige kinderkoppen werden onder gestopt - gaf de organisatoren de kans het parcours ook in de toekomst zwaar te maken. Dit jaar al wacht een ingrijpende wijziging. De grote baas Rob Discart erkende weliswaar “dat het natuurlijk altijd de renners zijn die de wedstrijd bepalen”. Maar hij gelooft niet meer in een ontsnapping met bijna vijfentwintig minuten voorsprong, zoals die van Durand en zijn drie companen, nu de Ronde van Vlaanderen over hoofdzakelijk smalle routes gaat en het peloton de Vlaamse heuvelzône eerder en langer aandoet.

Om het koersverloop aantrekkelijker te maken zochten méér organisaties naar nieuwe wegen. Letterlijk. Neem Gent-Wevelgem, de race waarin de coureurs "uitrusten' van hun inspanningen in Vlaanderen of zich voorbereiden op Parijs-Roubaix. De traditionele winderige gang langs de Noordzee-kust is geschrapt ten gunste van méér hellingen. Met als grote doel een eeuwige, voorspelbare massasprint te vermijden, zoals vorig jaar toen Mario Cipollini en de later gediskwalificeerde Dzjamolidine Abdoesjaparov elkaar op de meet het leven zuur maakten.

Zorgen alom voor de eendaagse wedstrijden, waarvan morgen de eerste grote van dit seizoen in West-Europa wordt verreden: de Omloop Het Volk, twaalf maanden geleden gewonnen door Johan Capiot. Een nieuwe triomfator met meer charisma zou de race meer aanzien geven. Ook Gent-Wevelgem zou zijn gediend met een winnaar met een grotere uitstraling dan Cipollini. Om te overleven. Maar de bejaarde wedstrijd behoort niet tot de elf die het circuit om de Wereldbeker vormen en is daardoor niet meer echt in tel bij de gevestigde orde der vedetten.

De Waalse Pijl, met in 1992 de nauwelijks bekende Italiaanse knecht Giorgio Furlan als winnaar, zit in een soortgelijk schuitje en dreigt zelfs in Franse handen te vallen. De machtige Société du Tour de France, sinds enige jaren de baas van de tevoren veelvuldig chaotisch verlopen topper Luik-Bastenaken-Luik, is kandidaat-koper en zou de Flèche wellicht een welkome injectie kunnen geven. Intussen klinkt het geklaag ook uit de monden van met name de directies van wedstrijden die slechts beurtelings deel mogen uitmaken van de Worldcup: de Canadese Grote Prijs van de Amerika's, bij voorbeeld, en ook het Kampioenschap van Zürich. Beide zitten in financiële zorgen. Gelet op hun hoge kosten hebben ze bijna een multinational nodig als geldschieter. En wie kan die in deze tijd van recessie nog vinden?

In commercieel, maar ook sportief opzicht worden de grote drie ronden - de Vuelta, de Giro maar vooral de Tour - steeds belangrijker. De klassiekers verliezen meer en meer terrein. Het is aan de afgeroomde groep internationale profs - vanzelfsprekend ook in hun eigen belang, want de werkgelegenheid loopt hard terug - te zorgen voor een opwaardering van de grote eendaagse wedstrijden. Door vuurwerk op de fiets. Daarvoor zijn talent, inzet en aanvalslust nodig. Het eerste is er genoeg. De mannen met aanleg en in de kracht van hun leven lijkt het echter aan karakter en moed te ontbreken. Dat kwam in 1992 duidelijk aan het licht, toen Sean Kelly en Gilbert Duclos-Lassalle, toch al oudjes van tegen de veertig, nog met de hoofdprijzen aan de haal gingen in achtereenvolgens de topwedstrijden als Milaan-Sanremo en Parijs-Roubaix. En het bleek ook elders: diverse mindere goden kregen de bloemen van de rondemisses in hun handen gedrukt.

Het klassieke jaar I993 moet het seizoen van de jongeren worden. Ook van die uit Nederland. Te denken valt aan Erik Dekker en Eddy Bouwmans, maar ook aan Frans Maassen en Jelle Nijdam, die nog geen dertig jaar oud zijn. En wie weet kunnen "veteranen' als Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse of de naar het Spaanse Once uitgeweken Erik Breukink in het Ardense weekeinde op hun favoriete terrein een serieuze gooi naar de zege doen. Hoe dan ook, er worden fietsende keien gevraagd, die klasse bundelen aan vechtlust. Het zal toch niet wéér gebeuren dat Nederland met zijn grote wielertraditie zoals in 1992 bij niet één klassieker op de hoogste trede van het ereschavot is vertegenwoordigd?