Joyce Carol Oates: Black Water. Macmillan, 154 ...

Joyce Carol Oates: Black Water. Macmillan, 154 blz. Prijs ƒ 56,80 (geb.)

Eurudice: f/32: The Second Coming. Virago, 187 blz. Prijs ƒ 21,80.

David Dabydeen: Disappearance. Uitg. S&W Paperback, 180 blz. Prijs ƒ 25,45.

Cristina Garcia: Dreaming in Cuban. Uitg. Flamingo Original, 244 blz. Prijs ƒ 20,85.

Worst Journeys: The Picador Book of Travel. Ed. Keath Fraser. Uitg. Picador, 409 blz. Prijs ƒ 29,75.

De nieuwe Joyce Carol Oates - zo oneerbiedig mag je je uitdrukken als iemand haar eenentwintigste roman publiceert - is bijzonder van stijl, structuur en onderwerp. De schrijfster gebruikt de dramatische historische gebeurtenis bij Chappaquiddick in 1969, toen senator Edward Kennedy zijn auto het water inreed en zijn passagiere verdronk. Maar ze veranderde het verhaal op enkele essentiële punten. Zo speelt het zich af in 1991, na de Golfoorlog, en wordt alles verteld door het meisje dat het ongeluk niet overleefde. Oates schreef vloeiende lange zinnen, en dwingende korte, die in een haast poëtisch patroon van afwisseling en herhaling soms gaan zingen.

Het meisje Kelly, met wie de schrijfster duidelijk medelijden heeft, wordt door The Senator opgepikt op een feestje. Hij is half in de vijftig, dronken, en houdt zelfs tijdens het rijden op weg naar de veerboot die ze willen halen nog een bekertje wodka-tonic in de hand. Op een niet meer gebruikte landweg, die The Senator - nergens krijgt hij van Oates een persoonlijker aanduiding - wil nemen om sneller te zijn, schiet de auto dwars door de vangrail het zwarte water in. "Am I going to die? - like this?' De wanhopige vraag van Kelly wordt er bij de lezer in gehamerd. Zij is een veelbelovende, optimistische vrouw van 26 die afstudeerde op een scriptie over de charismatische Senator ("Why yes, yes he'd read that article, he believed he had read it, he'd been impressed'); hij is een nog wel indrukwekkende maar drankzuchtige en egoïstische macho. Om uit de auto te komen trapt hij haar diep onder het dashboard, zij verdrinkt met zijn schoen, in paniek vastgegrepen, in haar hand geklemd. Hinkend vlucht hij weg van de plaats des onheils, liegend tegen vrienden die maar al te bereid zijn hem te geloven, "as the black water filled her lungs, and she died'.

Joyce Carol Oates: Black Water. Macmillan, 154 blz. Prijs ƒ 56,80 (geb.)

"Ela has the tightest cunt in the world. Yet, in real life, every blessing is also curse.' Zo uitdagend begint de debuutroman f/32 van de Grieks-Amerikaanse schrijfster Eurudice. In zijn film Le Marquis heeft Topor al laten zien hoe menselijk een mannelijk geslachtsdeel kan zijn. Eurudice brengt een kut tot leven. Haar heldin Ela bezit een wonderbaarlijk strak en al even hebberig geslachtsorgaan waar Eurudice een onuitputtelijke voorraad metaforen voor uit de kast haalt en opdient, het exotische en mythologische niet schuwend. ("Your cunt is the walled compound of a Forbidden City where devout euphoric mandarins toil and conspire'). Ela heeft een fanclub van honderden ex-minnaars, die om hun penis een gekleurd lintje dragen ter aanduiding, in een hiërarchie, van hun kunnen. Het liefst zou Ela haar leven slijten als zuilheilige, maar een blinde oude man snijdt, midden op straat in New York, haar geslachtsdeel uit haar lichaam. Het toch al adembenemende verhaal, hilarisch met een verre serieuze ondertoon, verandert na de daad van deze "decunter' in een nog absurder "kutqueeste'. Ela neemt haar kut mee in een leeg pindakaaspotje, de pudenda veranderen in een fotolens (f/32 is de kleinste lensopening), en daarna weer terug in silly-putty roze vlees en ontsnappen tijdens een poging tot verkrachting door op twee onzichtbare kleine pootjes hard weg te rennen.

Via de apen in de dierentuin, mannen in de gevangenis, het Vrijheidsbeeld, hoeren wier handel ze verstoort, en nog meer krankzinnige zijpaden belandt de kut in de talkshow van Johnny Carson en begint als V (van Vulva) een carrière als de nieuwe nationale rage. Oprah Winfrey, de president van Amerika, Kassandra, Jessye Norman, Gogol, Orpheus, Pandora, Roth - Eurudice kent geen limiet in dit vrolijke, absurde postmoderne sprookje over 's werelds strakste, meest begeerde, en eerste echt geëmancipeerde vagina.

Eurudice: f/32: The Second Coming. Virago, 187 blz. Prijs ƒ 21,80.

Het romandebuut van de Brits-Guyaanse schrijver David Dabydeen werd twee jaar geleden zo uitbundig geprezen in de Engelse pers, dat uitgever Secker & Warburg zijn tweede roman, Disappearance, meteen als "original paperback' uit heeft gegeven. Ging The Intended over de verwildering van een opgroeiende Caraïbische jongen in verleidingrijk Londen, de zwarte hoofdpersoon van Disappearance is een afgestudeerd waterbouwkundig ingenieur. Tijdens de constructie van een dam aan de Engelse kust, waar het land langzaam de zee in glijdt, woont hij zes maanden in huis bij een keurige Engelse weduwe op leeftijd. Onder haar damesmasker blijkt zij heel wat geheimen en agressie te verbergen. Met haar passie voor Afrika, waar ze met haar op koloniale seks beluste echtgenoot jarenlang woonde, zoekt ze in haar gast resten van de woeste zwarte slaaf die hij nu juist negeren wil. Als jongetje in de jungle werd hij verliefd op een bulldozer en met zijn ingenieursstudie probeerde hij de vooroordelen van zijn moeder te ontzenuwen: "“Why everything black people handle become ruination and ash?” she asked, looking directly at me as I swung in the hammock. “Is like King Midas in reverse. What he touch turn gold but we convert things to bush and blackness like we own skin”.'

Dabydeen spaart Creolen noch Britten in zijn boek - de opmerkingen over Indiase en Afrikaanse koelies in Guyana zouden uit een blanke mond niet kunnen. Hij is ook dichter, en universitair docent, en behalve gevoel voor koloniale verhoudingen toont hij subtiel inzicht in psychologische woelingen.

David Dabydeen: Disappearance. Uitg. S&W Paperback, 180 blz. Prijs ƒ 25,45.

Nog een roman die het gebonden stadium oversloeg en meteen in een Engelse pocket is uitgebracht: Dreaming in Cuban van de in Havana geboren Amerikaanse Cristina Garcia. In dit volwassen debuut, waarvan Arena in april de Nederlandse vertaling publiceert, staat zoals dat hoort in een Latijnsamerikaanse roman een stamboom. Geen erg ingewikkelde, want Garcia hield het bij drie generaties. Andere bekende Latinotrekjes komen ook aan bod: in minder dan geen tijd hebben zich al geestverschijningen, een voodooritueel, en een extreem geval van schoondochternijd voorgedaan, en zien we een moddervette seksfanate alsmede een paranormaal begaafde jonge vrouw die een en ander met de schrijfster gemeen heeft en vroeger haar kindermeisjes kaal of doodsbang wist te maken. Toch komt het boek pas los na de eerste van vijf afgedrukte plukjes brieven die de markante grootmoeder Celia in het verhaal tussen 1935 en 1959 elke maand trouw aan haar ex-minnaar schreef.

Celia's brieven, die ze nooit verstuurde, geven kleur en geur aan de uit verschillende perspectieven geschilderde taferelen van Cubaans en Amerikaans leven. De generatiekloven uiten zich behalve in relevante historische achtergronden in fraai uitgewerkte verschillen in mentaliteit en taalgebruik. Pilar, de jongste en meest Amerikaanse, klinkt het meest hedendaags: assertief en cynisch. Celia wijdt zich geheel aan de communistische Revolutie en El Lider, haar ene dochter wordt langzaam gek door syfilis, haar andere wordt verkracht door een guerillero en vertrekt naar Amerika waar ze in haar bakkerijtje Amerikaanse patriottische koekjes bakt. Soms verliest Garcia zich in fantasievolle maar losstaande anekdotes. Desondanks is Dreaming in Cuban een prachtig boek dat Isabel Allende scheel moet doen zien van jaloezie.

Cristina Garcia: Dreaming in Cuban. Uitg. Flamingo Original, 244 blz. Prijs ƒ 20,85.

Trekkar van een reisboekenactie die vandaag of morgen losbarst in Engeland is Worst Journeys van Picador, een bloemlezing van verschrikkingen waaraan werd meegewerkt door vijftig beroemde schrijvers van reisverhalen. Belangeloos, want het boek verscheen eerder in Canada en Amerika ter ondersteuning van een goed doel: de Canadian India Village Aid. De bundel bevat nieuwe verhalen van vooral Canadese en Indiase auteurs - George Woodcock, Timothy Findley, Anita Desai en Rohinton Mistry bij voorbeeld - en klassiek werk van de allergrootsten: Graham Greene, Wilfred Thesiger, Eric Newby, Jonathan Raban, Redmond O'Hanlon, James Fenton, Colin Thubron, Paul Theroux, Jan Morris, Peregrine Hodson, Martha Gellhorn en Bruce Chatwin. Zo te zien ontbreekt alleen Patrick Leigh Fermor in deze illustere rij. Samensteller Keath Fraser verdeelde zijn buit over zes afdelingen, zoals vliegen, toerisme en denkbeeldige nare reizen.

Oorlogscorrespondent Martha Gellhorn heeft opgemerkt dat het enige van een reis dat lezers echt bij het verhaal houdt een ramp is. "The worst trips make the best reading', vindt oude rot Theroux, en volgens Martin Amis, een thuisblijver trouwens, heeft elke schrijver stiekem iets vampirisch ten opzichte van ongeluk. De moraal van deze bundel is: zonder (doods)angst geen goed reisverhaal. De naarste reis geeft het fijnste verhaal, en de kunst is, net als in het echt, om er niet zeurderig van te worden. De vijftig auteurs van Worst Journeys houden zich kranig: er is er niet een die zanikt.

Worst Journeys: The Picador Book of Travel. Ed. Keath Fraser. Uitg. Picador, 409 blz. Prijs ƒ 29,75.