Japan-Duitsland; Dialoog van de verliezers

De verliezers van de Tweede Wereldoorlog kruipen uit hun schulp. De Duitse bondskanselier, Helmut Kohl, en de Japanse premier, Kiichi Miyazawa, stellen morgen een gemengde commissie in van dertig Duitsers en twintig Japanners die voor verbetering van het onderlinge begrip moet zorgen. De eerste onderwerpen die in dit forum voor een Duits-Japanse dialoog aan de orde komen, zijn de rol van de twee landen in de wereld en de Europees-Aziatische relatie.

Japanners en Duitsers hebben elkaar, zeker op het eerste terrein, wel het een en ander met elkaar te bepraten, aangezien er veel parallellen zitten in de politieke en economische situatie waarin de twee landen verkeren. De verliezers van 1945 konden zich ten tijde de van Koude Oorlog behaaglijk scharen onder de beschermende Amerikaanse paraplu. Beide hebben een tijdvak achter de rug dat werd gekenmerkt door politieke stabiliteit en beide kregen de gelegenheid om een sterke economie op te bouwen. Zowel voor Duitsland als voor Japan is met de beëindiging van de confrontatie tussen Oost en West een geheel nieuwe situatie ingetreden. De periode van schuld en boete is voor de twee bondgenoten van weleer goeddeels voorbij - al hebben de Japanners van boetedoening nooit zoveel willen weten.

De Duitsers moeten niet alleen opdraaien voor de kosten van de vereniging van de twee Duitslanden, maar zijn tevens genoodzaakt een groot aantal vluchtelingen op te vangen. Bovendien wordt van hen verwacht dat ze flink meebetalen aan de economische ontwikkeling van Oost-Europa. Behalve de economische last die het opgelegd krijgt, worden ook nieuwe politieke eisen aan het land gesteld. Hoewel bij velen nog altijd aarzelingen bestaan over de uiteindelijke bedoelingen van de Duitsers, eist de volkerengemeenschap van Bonn steeds nadrukkelijker dat het een evenrediger rol gaat spelen op het internationale toneel. De discussie over de functie van het Duitse marineschip in de Adriatische Zee bij de controle op de naleving van het embargo tegen Servië en Montenegro en de mogelijke aanwezigheid van Duitse militairen in Awacs die zouden moeten toezien op naleving van het vliegverbod boven Bosnië, hebben wel duidelijk gemaakt hoe moeilijk dat nog altijd ligt.

Zelf hinken de Duitsers nog altijd op twee gedachten. Enerzijds voelen ze wel aan dat ze, gezien hun economische macht en de veranderde verhoudingen, zich niet blijvend afzijdig kunnen houden. Maar tegelijkertijd verschuilt een deel zich nog achter de grondwet, die bijvoorbeeld deelneming aan militaire acties buiten het verdragsgebied van de NAVO onmogelijk maakt. Bonn vindt dat de Duitsers recht hebben op een zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, maar het besef leeft dat een grotere rol op het internationale toneel daaraan onlosmakelijk is verbonden.

Voor Japan geldt mutatis mutandis hetzelfde. Ook dat land kampt met een door het einde van de Koude Oorlog ingrijpend veranderde veiligheidsituatie. Net als in Europa zijn in Azië de oude tegenstellingen tussen Oost en West steeds meer aan het vervagen. De Amerikanen beperken, evenals in Europa, hun militaire presentie in het gebied, aangezien de Russische dreiging ook daar is afgenomen. Ook Japan is op zoek naar een nieuwe verstandhouding met de VS. De chequeboekdiplomatie, zoals de vroegere Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker het uitdrukte, volstaat niet meer. Intussen nemen de regionale onzekerheden in hoog tempo toe.

Japan legt steeds nadrukkelijker de behoefte aan de dag de laatste restanten van de politieke ondergeschiktheid, die het gevolg zijn van de Tweede Wereldoorlog, te ontmantelen. In beginsel is Japan bereid mee te betalen aan aan de economische wederopbouw van Rusland. Voorwaarde voor Tokio is wel de uiteindelijke teruggave van de Koerilen, eilanden die aan het eind van de oorlog door de Sovjet-Unie werden bezet. Tokio schrikt ook steeds minder terug voor een prominentere rol op het internationale toneel. In 1991 stuurde Tokio mijnenvegers naar de Golf en Japanse blauwhelmen maken deel uit van de VN-vredesmacht in Cambodja. Tokio heeft ook nadrukkelijk zijn ambitie voor een zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties laten blijken.

Dat er niet alleen sprake is van een economische onevenwichtigheid in de verhouding tussen Duitsland en Japan, maar dat er ook aan de dialoog tussen de twee landen nog wel wat schort, bleek de afgelopen week, toen de Japanse media berichtten dat Kohl Japan graag zou laten voorgaan als het om een permanente zetel in de Veiligheidsraad gaat. Ten onrechte, zo constateerde de Frankfurter Allgemeine dezer dagen. In een vraaggesprek met de Japanse televisie had de bondskanselier verklaard, dat Duitsland met de aanvraag van het lidmaatschap van de Veiligheidsraad niet zo'n haast had, aangezien Duitsland nog veel andere acute problemen heeft, terwijl het land bovendien is ingebed in de kaders van NAVO en EG. “Vanuit Japans perspectief” gezien, aldus Kohl, is het voor dat land alleen maar logisch dat het land meer haast heeft met en meer betekenis hecht aan het lidmaatschap van de Veiligheidsraad. De Japanse media concludeerden onmiddellijk - met weglating van het “Japanse perspectief” - dat Kohl Japan wil laten voorgaan in de V-raad.

Verder concludeerde een Japanse functionaris dat Duitsland de Japanse aanspraken op de Koerilen steunde, terwijl Bonn niets anders had gedaan dan het idee van een rechtvaardige oplossing steunen, zoals onderschreven op de top van de G-7 in München in juli vorig jaar. Medio vorig jaar had Tokio ook al zoiets gesuggereerd, wat toen tot een officiële ontkenning van Duitse kant leidde. Het forum voor Duits-Japanse dialoog, dat morgen wordt opgezet, lijkt dan ook geen luxe.